Berichten

 

 

 


Engelse supermarkten nemen stappen om gebruik plastic terug te dringen

Een aantal grote supermarktketens in het Verenigd Koninkrijk lanceren nieuwe initiatieven om het gebruik van plastic verder terug te dringen. Onder de consumenten in het land zijn de zorgen over de plasticvervuiling sterk toegenomen na veel media-aandacht, zoals via de Blue Planet documentaire series van de BBC, en aandacht van de regering. Hoewel het recyclingpercentage van het land hoger is dan het EU-gemiddelde, is het totale terugwinningspercentage lager dan het EU-gemiddelde en verschillen deze percentages sterk per gemeente.

Plastic Waste

Deze maand heeft Waitrose aangekondigd in een filiaal in Oxford te beginnen met een proef om plastic verpakkingen te verwijderen uit de winkelschappen. Klanten kunnen hun eigen containers meenemen om die te vullen met pasta, rijst en ontbijtgranen. Bier, wijn en Ecover (vaat)wasmiddel kunnen worden nagevuld. Waitrose zal ook de plastic verpakking van bloemen en planten verwijderen en meer groente en fruit los aanbieden. Klanten kunnen ook voor 5 pond statiegeld een boodschappendoos huren.

Sainsbury’s heeft aangekondigd de komende maanden alle plastic zakken van de groente-, fruit- en broodafdelingen te verwijderen om die te vervangen met papieren zakken. Sainsbury’s heeft ook beloofd plastic bakjes in de verpakking van tomaten, asparagus en wortelen te verwijderen en de plastic hoes van kruidenplanten.

De plannen van Sainsbury’s zijn onderdeel van een meerjarige plan van aanpak. Eerder dit jaar kondigde het al aan alle donkergekleurde (en moeilijk recycleerbare) plastic verpakkingsmaterialen te verwijderen. Sainsbury’s begint ook met een proef waarbij klanten verpakkingsmateriaal al onmiddellijk na betaling bij de kassa kunnen recyclen.

Co-op heeft beloofd volgend jaar alle donkergekleurde plasticverpakkingsmaterialen te verwijderen. Co-op is in sommige winkels al begonnen met het vervangen van plastic boodschappentassen door composteerbare tassen. Klanten kunnen deze tassen voor 5p kopen en hergebruiken als vuilniszak.

Tesco focust op het creëren van een gesloten kringloop waarbij al het plastic verpakkingsmateriaal uiteindelijk wordt gerecycled. Tesco ontwerpt nieuwe verpakkingen en verwijdert alle moeilijk recycleerbare materialen, zoals PVC en polystyreen, en maakt het makkelijker voor klanten om verpakking te hergebruiken. Tesco gaat daarnaast bij de thuisbezorging een proef met navulcontainers beginnen.

Andere supermarkten hebben vergelijkbare initiatieven. Zo is Morrisons begonnen met de verkoop van papieren boodschappentassen en heeft Iceland beloofd alle plastic verpakkingen van eigen merk artikelen te zullen gaan verwijderen.

Drijvend zonnepark voorziet Lingewaard van energie

Het grootste drijvende zonnepark van Nederland bevindt zich in Lingewaard. Dit park voorziet meer dan zeshonderd huishoudens van groene stroom. Extra bijzonder: de inwoners van Lingewaard namen zelf het initiatief voor dit zonnepark.

In 2014 richtte een groep inwoners van Lingewaard een eigen energiecoöperatie op: Lingewaard Energie. Hun primaire doel was ervoor te zorgen dat mensen energie zouden gaan besparen en duurzaam opwekken.

Om dat doel te bereiken, bedachten zij allerlei ideeën: ze gaven les op scholen, adviseerden bedrijven en verenigingen en bemanden het energieloket namens de gemeente. Door een prijsvraag van de provincie Gelderland zagen zij kansen voor een eigen zonnepark.

Niet gewonnen, wel een prijs

“De provincie vroeg om vernieuwende ideeën om duurzame energie op te wekken”, vertelt Pieter Siekman, een van de initiatiefnemers van het zonnepark. “De zes beste ideeën ontvingen een subsidie. Wij werden helaas zevende, maar de provincie vond ons plan wel interessant. Daarom stelde ze een participatiesubsidie voor. Als we via crowdfunding vijftig investeerders vonden die geld inlegden, legde de provincie hetzelfde bedrag bij. Dat lukte, waardoor we het drijvende zonnepark écht konden gaan ontwikkelen.”

Een vliegende start

Het water van gietwaterbassin Bergerden bleek groot genoeg om een drijvend zonnepark op te plaatsen. Ook de tuinders die het bassin gebruiken waren enthousiast over het plan. Het voordeel voor hen is dat er door de zonnepanelen minder water verdampt. Een win-winsituatie.

Dankzij de participatiesubsidie en crowdfundingsactie maakte het project een vliegende start, maar om door te kunnen ontwikkelen, was meer geld nodig. “Een drijvende constructie is duurder dan op land of een dak. Dus vroegen we bij RVO.nl een SDE+ subsidie aan. In de eerste ronde werd die afgewezen, maar de keer erop lukte het wel. Mede dankzij die subsidie ontvangen meer dan zeshonderd huishoudens sinds begin 2018 stroom uit het park.”

Nóg meer duurzame energie

Inmiddels denken Siekman en de andere initiatiefnemers alweer aan uitbreiding. “We hopen nóg meer huishoudens op het park aan te sluiten, maar daarvoor hebben we wel meer ruimte en zonnepanelen nodig. We hebben opnieuw een SDE+ subsidie aangevraagd. Mochten we een positieve beschikking krijgen, dan zou dat een mooie eerste stap richting die gewenste uitbreiding zijn.”

Meer weten?

Stimulering Duurzame Energieproductie







  grondstoffen en verpakkingen

Vijf stellingen over bioplastic

Duurzaam bedrijfsleven.nl     16-05-2019 16:15   |   Door: Rianne Lachmeijer

Overstappen op biobased plastic is nu al mogelijk: waar

“Op zich kun je voor de meeste toepassingen waar je gewoon plastic gebruikt al biobased plastics gebruiken. Het is alleen duurder. 

Biobased plastics hebben ook allemaal een bepaalde milieubelasting, die weliswaar lager is dan die van oliegebaseerde plastics, maar die is er wel. We moeten A: Sowieso de omslag maken naar biobased plastics, liefst gemaakt van landbouwreststromen en B: Alle plastics recyclen. Biobased grondstoffen kosten ook moeite en energie om te maken: biologische grondstoffen die worden geteeld voor biobakjes worden bijvoorbeeld niet allemaal biologisch dynamisch geteeld.

Uiteindelijk wil je naar een volledig biobased plastic toepassing toe, mits die biobased plastics ook optimaal worden gebruikt en recyclet. Het is niet zo dat als je biobased plastics gebruikt, je ze niet meer hoeft te recyclen. Dat is een illusie. Ook biobased en biologisch afbreekbaar plastic moet je zo vaak mogelijk hergebruiken. Ik ben zelf voor een statiegeldsysteem, want eigenlijk wil je een fles of een verpakking die is gebruikt, hergebruiken in de vorm die hij al heeft.”

Biobased en biologisch afbreekbaar plastic betekenen hetzelfde: niet waar

“Biobased plastics zijn gemaakt van hernieuwbare groeiende natuurlijke grondstoffen, zoals plantjes. Biologisch afbreekbare plastics zijn kunststoffen die biologisch afbreekbaar zijn in de natuur of in een composteerinstallatie.”

In onderstaande infographic, die gebaseerd is op een matrix van de Hogeschool van Amsterdam (HvA), worden de verschillen uitgebeeld.

Biodegradeerbaar plastic valt vanzelf uit elkaar als je het in de natuur gooit: niet waar

“Biologisch afbreekbaar plastic heb je in verschillende klassen. Je hebt composteerbaar, je hebt water afbreekbaar, in de buitenlucht afbreekbaar, onder de grond afbreekbaar of een combinatie daarvan. Er zijn dus een aantal biobased plastic producten die wel afbreekbaar zijn, maar niet in de natuur. Ook al is het in theorie afbreekbaar als je het in de tuin gooit, dan betekent dat nog niet dat je dat moet doen.

‘Ook afbreekbaar plastic moet je gewoon netjes opruimen’

Ik heb weleens treinonderdelen gemaakt die vijfentwintig jaar mee moeten gaan. Die wel afbreken, maar dan wel heel erg langzaam. Je hebt bijvoorbeeld ook mosselkratten die worden gebruikt om mosselbanken snel te kunnen plaatsen. Die moeten niet heel snel afbreken, maar wel na verloop van tijd. En we hebben ook al teeltpotjes gemaakt die eerst niet afbreekbaar zijn en dan juist heel snel afbreken. Het ligt dus aan de toepassing.

Biobased plastics zijn in de meeste gevallen nooit helemaal puur. Vaak zitten er nog bij-mengingen (additieven) in, zoals pigmenten of brandvertragers. Dus ook al is het plastic afbreekbaar, dan nog moet je het gewoon netjes opruimen.”

Biobased plastic belandt vaak alsnog in de verbrandingsoven: waar

“Biobased plastics worden door consumenten meestal bij het groen afval of bij het plastic afval gedaan. Als het biologisch afbreekbare plastic bij het groen afval gaat, dan wordt het er op dit moment uitgevist bij de composteerder, omdat men niet kan zien of het biologisch afbreekbaar is of niet. Dat staat dan vaak wel op een logo, maar medewerkers gaan niet van elk stukje zak of elke deelverpakking bekijken wat het precies is. Of het komt bij het plastic afval terecht. Daar wordt het er nu ook nog uitgehaald, omdat het nog een te kleine stroom is om rendabel te kunnen recyclen. Dus wordt het op dit moment eigenlijk altijd verbrand, maar het beste zou zijn wanneer de stroom biobased plastic zo groot wordt dat het ook gerecycled wordt.”

Biobased en biologisch afbreekbare plastics zijn niet recyclebaar: niet waar

“Biobased en biologisch afbreekbare plastics kunnen wel degelijk gerecycled worden. Je kunt zeggen: Het is een hele kleine stroom, dus ik gooi het niet bij het plastic afval, want het wordt toch niet gerecycled, maar dan blijft het een kleine stroom.

Of je doet het wel bij het plastic afval. Dan is het vandaag nog een te kleine stroom, dan is het over een jaar nog een kleine stroom, maar over twee jaar is de stroom misschien groot genoeg om rendabel te recyclen. De oplossing is grootschalig toepassen van biobased en biologisch afbreekbare plastics en die vervolgens apart recyclen.”

Meer weten over duurzaamheid en verpakkingen? Meld je dan aan voor het evenement Duurzaam Verpakt.

 

logo2

De eerste dubbeldekkers op waterstof gaan rijden in Londen

Londen bus

Een primeur voor de Engelse hoofdstad, het Londense openbaarvervoersbedrijf Transport for London (TfL) heeft een contact getekend voor twintig dubbeldekkers op waterstof. Met de aankoop van deze voertuigen en de realisatie van een eigen tankstation is een investering van 14 miljoen Euro gemoeid. TfL koopt de bussen in Noord-Ierland bij de firma Wrightbus. De elektromotor komt uit de fabriek van Siemens en de brandstofcel van Ballard. Wrightbus heeft ervaring opgedaan met waterstofbussen in het Schotse Aberdeen, waar het openbaar vervoer en enkele jaren gebruik maakt van waterstofbussen.

Burgemeester Sadiq Khan van Londen is blij met het tekenen van de overeenkomst tussen de vervoerder en Wrightbus. Hij is van mening dat iedereen in de stad een bijdrage moet leveren aan een schone lucht. De komende jaren investeert de hoofdstad bijna 100 miljoen Euro in schoner busvervoer. Hij is er trots op dat Londen nu de grootste schone bus vloot van Europa heeft. De helft van de investering in de twintig waterbussen wordt gesubsidieerd door de EU en het Office of Low Emissions Verhicles, dat schoon vervoer in het Verenigd Koninkrijk stimuleert.

Het actuele waterstofnieuws gratis in uw mailbox?  logo2

Schrijf u nu in voor de wekelijkse nieuwsbrief.

 

 

 

 

De tuinscheurkalender 2019
Onderzoekers KU Leuven maken waterstof met zonnepanelenTekst: Mari van Lieshout

Waterstof geldt als een veelbelovende energiebron, zeker wanneer het duurzaam wordt geproduceerd. Een nadeel: de waterstofproductie kost tamelijk veel energie die nu vaak nog afkomstig is van fossiele elektriciteitscentrales. Belgische onderzoekers van de Katholieke Universiteit Leuven hebben nu een zonnepaneel ontwikkeld, dat waterdamp uit de lucht door middel van opgewekte zonne-energie direct omzet in groene waterstof. De universiteit zegt 0,25 m3 waterstof per paneel per dag te kunnen produceren, wat neerkomt op een rendement van 15 procent.

Het door de onderzoekers ontwikkelde paneel produceert gemiddeld 250 liter waterstof per dag. Met twintig panelen kan een gezin jaar zonder elektriciteit of gas van het net leven. Elektroden in het paneel op basis van nikkel en ijzer splitsen water in waterstof- en zuurstofgas. Een membraan zorgt ervoor dat beide gassen gescheiden blijven. Momenteel wordt een praktijktest opgestart in de Belgische plaats Oud-Heverlee. Daar komen de panelen te liggen op een verduurzaamde boerderij. Of de panelen geschikt zijn voor massaproductie zal over een klein jaartje duidelijk worden. In het demonstratieproject wordt de waterstof waarschijnlijk opgeslagen onder de grond. In de bodem is de temperatuur constanter waardoor minder drukschommelingen optreden.

Johan Martens van de KU Leuven werkte tien jaar aan de ontwikkeling van het waterstofzonnepaneel.  Groene waterstof wordt doorgaans gemaakt uit groene elektriciteit en vloeibaar water, met behulp van elektrolyse. Wat overblijft is groene waterstof en zuurstof. Dit paneel gebruikt luchtvochtigheid en zet die om naar waterstof door middel van opgewekte energie van het pv-paneel zelf.

Gecomprimeerde opslag

Het opgevangen waterstof wordt opgevangen en gecomprimeerd opgeslagen. Bij hoge luchtvochtigheid kan waterstof worden gemaakt uit zonne-energie en gebruikt voor het verwarmen van het huis. Het grote voordeel van dit paneel is dat het niet gekoppeld is aan het elektriciteitsnet en dus geen gebruik maakt van een enorme elektrolyser. Daarnaast hoeft de waterdamp niet, zoals bij vloeibaar water wel het geval is, gezuiverd te worden voor het gebruikt kan worden. Het geheel is volgens Martens een eenvoudig systeem dat vooral dient als opslag van energie en zo complementair bijdraagt aan de energietransitie. De onderzoekers slaagden erin per paneel 0,25 m3 waterstof jaarrond per dag te produceren, een rendement van 15 procent. Hoewel het zonnepaneel bruikbaar is voor de productie van zonne-energie en waterstof, kan dat niet allebei tegelijkertijd.

Cluster van huizen

Mocht de praktijkproef leiden tot een commercieel product dan verwacht Martens dat het rendabeler zal blijken de waterstofpanelen toe te passen in een cluster van woningen in plaats van toepassing bij individuele woningen. Twintig zonnepanelen moeten voldoen om een gemiddeld gezin een jaar lang van elektriciteit óf warmte te voorzien. Een opslagtank waarin onder hoge druk 4 kubieke meter gecomprimeerd waterstofgas opgeslagen kan worden, moet volgens Martens volstaan. Bij een geslaagde proef wil Martens ook kijken of de pure zuurstof die overblijft bij de productie van het waterstof gebruikt kan worden in de zorg.

      ? gekker moet het niet worden ?

Niet meer isoleren dan?   ( . . . .  JLA T-Town ZB)

 

Goede woningisolatie maakt warmtenetten onrendabel

Té goede woningisolatie kan negatieve gevolgen hebben voor het terugverdienmodel van warmtenetten. En dat brengt de financiële haalbaarheid in gevaar, zeggen deskundigen tegen BNR. Volgens André Faaij, wetenschappelijk directeur bij TNO-onderdeel ECN nemen huishoudens minder warmte af naarmate hun huis beter geïsoleerd is. Ook consultant Edwin van Vliet van adviesbureau Greenvis ziet hierdoor een negatieve businesscase ontstaan. ‘Je moet de investeringen wel terug kunnen verdienen.’

LUISTER | Als consumenten minder warmte opkopen, is de terugverdientijd van zo’n warmtenet zo lang dat het financieel onrendabel is

Warmtenetten zijn netwerken van ondergrondse leidingen waardoor warm water, afkomstig van bedrijven en industrieën, naar woningen en gebouwen stroomt. Gemeentes moeten voor 2021 een planning hebben om van het gas af te gaan. Maar die kunnen volgens Faaij op dit moment niet zover vooruit kijken. Sommige steden of wijken kunnen daarom beter wachten op andere combinaties en technologieën. ‘Het is niet gezegd dat de huidige investeringen zullen renderen.’ Faaij pleit voor ondersteuning van gemeenten en provincies bij die investeringen. ‘Het is een kwestie van regie, het is een kwestie van kennis.’

. . .
<@&@&@&@&@&@&@&@>
. . .

Nieuws       

Eén reparatie kan 24 kilo CO2-uitstoot voorkomen

Het repareren van één product in een Repair Café kan tot 24 kilo CO2-uitstoot voorkomen. Dat is een van de conclusies die Steve Privett trekt in een onderzoek waarmee hij onlangs afstudeerde aan de Universiteit van Surrey (VK).

Privett, verbonden aan Repair Café Farnham, onderzocht gegevens van bijna 3.000 reparaties, uitgevoerd in 13 Repair Cafés in het VK. Hij bekeek allerlei aspecten van de producten en hun reparatie: het gewicht van een voorwerp, de afstand die bezoekers aflegden voor de reparatie, hoe lang het product na afloop van de reparatie weer kon worden gebruikt…

850 mensen
Als zijn bevindingen kloppen, zou dat betekenen dat alle Repair Cafés ter wereld (op dit moment 1.689) gezamenlijk iedere maand* meer dan 709.000 kilo CO2 kunnen besparen. Dat staat gelijk aan een CO2-besparing van 8.500.000 kilo per jaar. Gezien de schatting** dat een gemiddelde persoon in de westerse wereld jaarlijks een CO2-uitstoot van 10.000 kilo veroorzaakt, betekent dit dat de Repair Café-beweging op dit moment de jaarlijkse CO2-uitstoot van maximaal 850 mensen kan voorkomen.

De onderzoeker benadrukt dat zijn bevindingen indicatief zijn en bedoeld om een algemeen beeld te geven van hoe Repair Cafés de CO2-uitstoot kunnen beïnvloeden. “Ik hoop dat dit onderzoek verder debat stimuleert en leidt tot meer actie voor een duurzame toekomst”, zegt hij.

Reparatie belemmerd door gebrek aan kennis
In zijn onderzoek trekt Privett ook andere conclusies. Bijvoorbeeld dat reparatie vaak vooral wordt belemmerd door gebrek aan reparatiekennis bij het algemene publiek, en minder doordat producten slecht repareerbaar zijn. Hij betoogt dat gewone mensen de kennis missen om bij problemen met huishoudelijke voorwerpen een diagnose te kunnen stellen en het probleem op te lossen. Daardoor zijn ze geneigd producten weg te gooien, terwijl de hoge slagingspercentages in het Repair Café aangeven dat veel problemen weldegelijk opgelost kunnen worden.

Meer weten over het onderzoek van Steve Privett? Lees de samenvatting (in het Engels).

 


* Gebaseerd op de aanname dat iedere Repair Café-groep één bijeenkomst per maand houdt, waarop 25 reparaties worden verricht, waarvan 70 procent succesvol is.
** Van MilieuCentraal.

 

. . . . . . . . . . . . .
. . . . . . . . . . . . .
~~OOOOOOOOOOOOOO~~
. . . . . . . . . . . . .
. . . . . . . . . . . . .

Subsidie zonnepanelen blijft een jaar langer van kracht   

Subsidie zonnepanelen blijft een jaar langer van kracht

De zogenoemde salderingsregeling maakt het mogelijk om investeringen in zonnepanelen in zeven jaar terug te verdienen. Maar omdat zonnepanelen goedkoper worden, neemt die terugverdientijd bij ongewijzigd beleid de komende jaren sterk af, terwijl de uitgaven aan subsidies juist verder oplopen. Dat geld denkt het kabinet beter te kunnen besteden.

Aan de nieuwe regeling die Wiebes aanvankelijk in gedachte had, blijken echter veel haken en ogen te zitten. Betrokken partijen hebben volgens de bewindsman “ernstige zorgen” over de uitvoering ervan.

Hij onderzoekt nu of die zorgen kunnen worden weggenomen. Mogelijk moet een alternatief worden gezocht. Dit betekent dat een nieuwe regeling pas kan ingaan op 1 januari 2021.

 

. . . . . . . . . . . . .
. . . . . . . . . . . . .
~~OOOOOOOOOOOOOO~~
. . . . . . . . . . . . .
. . . . . . . . . . . . .

 

Vrijdag 18 januari 2019

291 miljard euro geïnvesteerd in schone energie in 2018

Investeerders staken vorig jaar 332,1 miljard dollar (291 miljard euro) in hernieuwbare energie, iets minder dan in 2017, blijkt woensdag uit cijfers van BloombergNEF. Voor het vijfde jaar op rij werd er meer dan 300 miljard dollar gestoken in onder meer zonnepanelen en windmolens.

Opvallend was de daling in zonne-energie. De investeringen in deze technologie daalden met 24 procent naar 130,8 miljard dollar. Dit is voor een deel te danken aan de kostendaling van zonnepanelen.

Zo is de prijs om een megawatt aan zonne-energiecapaciteit te installeren met 12 procent gedaald in 2018 door een overschot aan zonnepanelen op de wereldmarkt.

“2018 was een moeilijk jaar voor zonne-ontwikkelaars en voor ontwikkelaars in China”, zegt Jenny Chase, analist zonne-energie bij BNEF. “Echter schatten we in dat de wereldwijde installaties stegen van 99 gigawatt in 2017 naar 109 gigawatt in 2018.”

Investeringen in windenergie stegen met 3 procent naar 128,6 miljard dollar. In wind op land werd 100,8 miljard dollar gestoken, een toename van 2 procent. Offshore wind trok 25,7 miljard dollar aan investeringen aan, een stijging van 14 procent.

. . . . . . . . . . . . .
. . . . . . . . . . . . .
~~OOOOOOOOOOOOOO~~
. . . . . . . . . . . . .
. . . . . . . . . . . . .
  Donderdag 03 januari 2019     NU.nl    Economie
02 januari 2019 12:48 Laatste update: 1 dag, 2 uren geleden

Opbrengst zonnepanelen in 2018 naar recordhoogte

Opbrengst zonnepanelen in 2018 naar recordhoogte

Vooral in het oosten van Nederland hebben zonnepanelen meer opgebracht dan verwacht, melden onderzoekers van de Universiteit van Utrecht woensdag. Het landelijk gemiddelde ligt op een 18,9 procent hogere opbrengst.

Zij vergeleken de opbrengst in 2018 met het langjarig gemiddelde van 1981 tot 2010.

Na de zomer was al duidelijk dat 2018 een recordjaar zou worden voor eigenaren van zonnepanelen. Ook in februari, mei en juni was het al erg zonnig. De extra opbrengst met een systeem van tien zonnepanelen kwam uit op ongeveer 100 euro.

Met zo’n systeem produceert een gemiddeld huishouden genoeg zonnestroom om zichzelf in te voorzien.

Vooral onder Nijmegen hogere opbrengst

“Met de zonnige weken in het laatste kwartaal, vooral in oktober, zien we nu een recordopbrengst”, zegt Wilfried van Sark, hoogleraar zonne-energie aan de Universiteit Utrecht.

Vooral in het gebied net onder Nijmegen bleek de opbrengst veel hoger dan gemiddeld te zijn. Volgens Van Sark komt dit mogelijk doordat daar relatief minder bewolking was.

Over het algemeen is de opbrengst van zonnepanelen in kuststreken vaak hoog, omdat daar meer zonuren zijn.

 

. . . . . . . . . . . . .
. . . . . . . . . . . . .
~~OOOOOOOOOOOOOO~~
. . . . . . . . . . . . .
. . . . . . . . . . . . .

 

Innovatieve vlieger wekt 2x zoveel energie op als windturbineBron: Kitepower

Windenergie naar een hoger niveau brengen. Dat is het doel van het team van Kitepower, een Nederlandse start-up die furore maakt met vliegers die energie opwekken. Het Kitepower systeem, ook wel Airborne Wind Energy Systeem (AWES) genoemd, gebruikt 90% minder materiaal en is 2 keer zo efficiënt als bestaande technologieën, zoals windturbines. Begin 2019 komt het systeem op de markt.

Wind op grote hoogte

Kitepower bestaat uit een vlieger aan een lange, flexibele lijn die tot grote hoogte kan reiken en een generator op de grond. De vlieger vliegt zo hoog, omdat de wind daar over het algemeen overvloediger en sterker is dan aan de grond. Het gebruik van deze wind zorgt voor meer dan 50% extra capaciteit en een meer kosteneffectieve elektriciteitsopwekking. De vlieger produceert energie door het patroon van een acht te vliegen. De daardoor gegenereerde kracht van de vlieger wordt door de lijn naar een generator overgebracht. In 2007 bewees het eerste 20 kW Kitepower-systeem al de werking van dit concept. Op dit moment ontwikkelt Kitepower een commercieel 100 kW-systeem dat een van de eerste airborne windenergiesystemen op de markt zal zijn.

Lastige locaties

In tegenstelling tot conventionele windturbines, vereist het Kitepower-systeem geen grote torens en zware funderingen en is dus zeer mobiel en gemakkelijk in te zetten. Dat is niet alleen duurzaam, maar ook heel geschikt voor afgelegen locaties. Met Kitepower kunnen kosten worden bespaard op dieselgenerators en is men minder afhankelijk van dieselvoorraden.

Een mooi voorbeeld hiervan is de toepassing op Sint Maarten. In 2017 werd Kitepower als een van de 150 start-ups gekozen om bij te dragen aan de wederopbouw van het eiland na orkaan Irma. Bij het project “Kick-start Sint Maarten” bleek dat Kitepower enorm geschikt is voor wederopbouwsituaties na een natuurramp, aangezien het systeem in een container past en eenvoudig opgestart kan worden. Kitepower is eenvoudig te installeren en te bedienen. Een training van een halve dag is voldoende.

. . . . . . . . . . . . .
. . . . . . . . . . . . .
~~OOOOOOOOOOOOOO~~
. . . . . . . . . . . . .
. . . . . . . . . . . .

Door ‘vliegschaamte’ nemen Zweden minder het vliegtuig, wij straks ook?

Een vliegtaks van 7 euro per ticket, ongeacht de bestemming. Als het aan het kabinet ligt, gaan we straks allemaal extra betalen voor vliegen. Maar het is nog de vraag of mensen vanwege die paar euro’s het vliegtuig echt links laten liggen. Misschien dat het fenomeen ‘vliegschaamte’ nog verandering kan brengen.

Nog nooit van vliegschaamte gehoord? Het woord maakt zelfs kans ‘Woord van het Jaar’ te worden. Mensen maken nog wel vliegreizen, maar lopen daar niet mee te koop omdat ze zich schamen. Ook omdat ze misschien bang zijn voor ‘planeshaming’: kritiek op sociale media als je een foto of video post van je vervuilende vliegvakantie.

13.000 kilometer per trein

Vliegschaamte is afkomstig uit Zweden, daar flygskam genoemd. Mensen beseffen steeds meer hoe slecht vliegen is voor het milieu en zoeken daarom naar alternatieven. Meerdere Zweedse politici en beroemdheden hebben publiekelijk verklaard af te zien van reizen met het vliegtuig.

Een groot voorbeeld is daarbij biatleet Björn Ferry, goed voor zeven wereldtitels, drie zilveren en een gouden medaille. Hij was door de Zweedse publieke omroep gevraagd als commentator voor wintersport op televisie. Dat wilde hij wel maar op één voorwaarde: geen vliegreizen.

“Bij ons in de familie wordt al twee jaar niet meer gevlogen”, lichtte Ferry toe. Dat hij voor de wintersportspektakels in Italië, Noorwegen en Slovenië in totaal 13.000 kilometer per trein moest afleggen, nam hij voor lief.

Jongeren zien vliegen nu als eerste optie. Wij willen laten zien dat er veel alternatieven zijn.

Maarten Labots, voorzitter Jonge Klimaatbeweging

De Zweedse Maja Rosén stopte zelf tien jaar geleden met vliegen. Begin dit jaar startte ze een campagne om meer mensen daartoe te bewegen. “We vragen mensen de belofte te maken om volgend jaar een jaar niet te vliegen. Maar die belofte gaat alleen in als 100.000 Zweden zich aanmelden.”

Ze denkt dat mensen gemotiveerder raken als ze zoiets samen met anderen doen. “Daarnaast kan je met z’n allen een veel groter verschil maken.” Inmiddels hebben zo’n 10.000 Zweden zich aangemeld. Rosén denkt dat het aantal verder zal oplopen. “Ook gezien de goede voornemens voor het nieuwe jaar.”

De campagne richt zich volgens haar op positiviteit. “De focus ligt op de voordelen van niet-vliegen. Het is niet zo dat we willen dat mensen zich gaan schamen als ze vliegen. Vaak merk ik dat mensen zich nog helemaal niet gerealiseerd hadden hoe slecht vliegen is voor het milieu.”

#ikreisanders

Ook in Nederland lopen verschillende initiatieven om mensen te bewegen tot ander reisgedrag. Zo voert de Jonge Klimaatbeweging sinds dit najaar campagne voor een duurzaam Europees transportbeleid. Onder de hashtag #ikreisanders pleiten ze voor alternatief vervoer ten opzichte van luchtvaart als dat voorhanden is.

Jongeren wordt gevraagd een belofte af te leggen duurzaam te reizen “als dat qua prijs en gemak vergelijkbaar is”.

Een campagne op YouTube van #ikreisanders:

“Jongeren zien vliegen nu als eerste optie. Wij willen laten zien dat er veel alternatieven zijn”, zegt voorzitter Maarten Labots van de Jonge Klimaatbeweging. Volgens de campagne blijft 70 procent van het vliegverkeer van en naar Nederland binnen Europa. “Dan zijn trein en bus een prima alternatief”, zegt Labots.

Het andere doel van de campagne is druk opvoeren op politici om tot een duurzamer Europees transportbeleid te komen. Een delegatie van de jongerenbeweging is daarom nu ook afgereisd naar de klimaattop in het Poolse Katowice. “Met de trein, want die verbinding is prima”, zegt Labots.

“We willen dat de politiek iets doet aan het oneerlijke speelveld. Want er is namelijk wel een btw op treintickets, maar geen belasting op kerosine en vliegtickets. En ondertussen gaat de btw op treintickets straks naar 9 procent, dat is de verkeerde kant op.”

Voortrekkersrol

Eerdere pogingen om de luchtvaart onderdeel te maken van klimaatakkoorden zijn mislukt. Toch is Labots hoopvol over de top in Katowice. “Bij het verdrag van Parijs zijn de scheepvaart en luchtvaart de dans ontsprongen. Maar we zien nu steeds meer druk van buitenaf. Ik hoop dat Nederland een voortrekkersrol speelt straks in Katowice.”

Hij doelt op de vliegtaks die het kabinet wil invoeren. “Dat is een ministapje, maar wel in de goede richting”, vindt Labots. Het kabinet wil eigenlijk het liefst één vliegbelasting in de hele EU. Maar het lijkt er niet op dat zulke afspraken er snel komen en daarom bereidt het kabinet een Nederlandse heffing voor.

Gaan we door een vliegtaks ook echt minder vliegen?

https://nos.nl/l/2262508

 

. . . . . . . . . . . . .
~~OOOOOOOOOOOOOO~~
. . . . . . . . . . . .

Nikola brengt ‘Europese’ waterstoftruck op de markt

waterstof, Nikola Tre, vrachtwagen

07-11-2018 09:28 | Door: Bas Joosse      

“Dit wordt de eerste Europese emissievrije vrachtwagen die afgeleverd wordt met redundante remmen,  stuurinrichting, batterijen van 800 volt en een brandstofcel”, stelt Trevor Milton, oprichter en CEO van het bedrijf.

Voor de truck op de Europese wegen rijdt, duurt het nog wel even. De eerste Europese tests moeten in 2020 plaatsvinden in Noorwegen; de productie start rond 2022. Naast Europa wordt de truck op waterstof ook leverbaar in Azië en Australië.

Actieradius van 1200 kilometer

De nieuwe truck, Tre genaamd, krijgt een motor met een vermogen tussen vijfhonderd en duizend pk’s en krijgt een actieradius van 500 tot 1.200 kilometer, afhankelijk van de gekozen opties. De wagen komt op de markt met twee verschillende chassis; 6×4 en 6×2. Het voertuig moet in staat zijn om binnen twintig minuten volledig bijgetankt te zijn.

Europees uiterlijk

De Tre is de derde telg in de Nikola-lijn en lijkt nog het meeste op een normale Europese truck. Waar de One futuristisch aandoet en ook de Two meer weg heeft van een Amerikaanse vrachtwagen, heeft de Tre een platte vorm en lijkt hij op de grotere modellen van fabrikanten als Scania, Mercedes of DAF. Hoeveel geld potentiële klanten moeten neerleggen voor de waterstoftrucks, is nog niet bekend.

Tankstations voor waterstof

Nikola bouwt op dit moment met het Noorse bedrijf Nel in de Verenigde Staten en Canada eigen waterstoftankstations om ervoor te zorgen dat de trucks goed de weg op kunnen. Over tien jaar moeten er meer dan 700 tankstations zijn.

Nel mag ook in Europa aan de slag voor Nikola. “Nel doet goed werk voor het design en uitvoering van onze stations in de VS. We zullen met hen ook kijken naar de groeistrategie in Europa”, zegt CFO Kim Brady van de truckbouwer. De energie die nodig is om de waterstof te produceren, wordt opgewekt via zonneparken.

Eigen fabriek

Naast de nieuwe truck wil het bedrijf ook een productiefabriek in Europa opzetten. Naar een geschikte locatie wordt nog gezocht.

. . . . . . . . . . . . .
~~OOOOOOOOOOOOOO~~
. . . . . . . . . . . .

 

Bitcoins delven kost meer energie dan het delven van goud

Cryptovaluta Digitale cryptomunten, zoals bitcoins, delf je, net als goud. Daarvoor blijkt meer energie nodig dan voor andere delfstoffen.

Boven: truck met goud- en zilvererts in een mijn in de Argentijnse provincie San Juan. Onder: delfcomputers aan het werk op een ‘bitcoinfarm’ in Quebec, Canada.
Boven: truck met goud- en zilvererts in een mijn in de Argentijnse provincie San Juan. Onder: delfcomputers aan het werk op een ‘bitcoinfarm’ in Quebec, Canada. Beeld Diego Levy / Christinne Muschi / Bloomberg, montage NRC

De energiekosten die nodig zijn voor het delven van digitale cryptomunten, in de vorm van elektriciteit voor computerkracht, zijn soms groter dan de benodigde energiekosten voor het delven van delfstoffen. Dat schrijven Amerikaanse onderzoekers maandag in een artikel in Nature Sustainability waarin ze de energiekosten van het digitaal ‘delven’ vergelijken met die van delfstoffen als goud, koper en platinametalen.

Digitale cryptovaluta, zoals bitcoin, schoten als paddenstoelen uit de grond. De kracht van de cryptovaluta is dat er geen tussenpersoon– zoals een bank – nodig is. De achterliggende techniek, blockchain, zorgt ervoor dat alle transacties veilig zijn en door iedereen gecontroleerd kunnen worden. De waarde van digitale cryptomunten als bitcoin is in korte tijd enorm toegenomen. In 2010, bedroeg een betaling duizenden bitcoins voor twee pizza’s. Inmiddels is een enkele bitcoin ruim 5.500 euro waard.

De onderzoekers keken naar de energiekosten om een hoeveelheid delfstof of digitale cryptomunten ter waarde van één dollar te produceren. Dit lijkt vreemd: hoe kun je iets tastbaars als goud, dat opgegraven wordt, vergelijken met iets digitaals, dat enkel op computers bestaat? Maar de vergelijking komt niet uit de lucht vallen. Het digitaal verkrijgen van cryptomunten wordt mining (delven) genoemd. Net als bij goud kost dat energie, in dit geval dus computerkracht.

Lees ook: Cryptomunten delven in je tuintje 

Digitaal delven

Bij het delven van cryptovaluta controleert een netwerk van computers de transacties van cryptomunten. Die zijn onuitwisbaar vastgelegd in een blockchain. Computers controleren en breiden die blockchain uit door cryptografische puzzels op te lossen. Dankzij die techniek kunnen cryptomunten nooit twee keer uitgegeven worden. En iedereen kan controleren of degene die een cryptomunt wil uitgeven echt de eigenaar ervan is.

Als beloning voor het oplossen van puzzels krijgt de computer-eigenaar cryptomunten en transactiekosten. Hoe meer er opgelost zijn, hoe minder je ermee verdient. Voor het oplossen van één blok puzzels kreeg je bijvoorbeeld eerst 25 bitcoins en nu 12,5.

Net als bij delfstoffen als goud is er een eindige hoeveelheid. Het aantal digitale cryptomunten dat geproduceerd kan worden, wordt bij de lancering van een cryptomunt vastgesteld. In het geval van bitcoin zijn er ruim 17,3 miljoen van de in totaal 21 miljoen bitcoins gedolven. „Hoe hoger de waarde van de delfstof, hoe meer geld en energie er geïnvesteerd wordt om het uit de grond te halen of digitaal te produceren”, vertelt Oskar van Deventer, cryptovaluta-onderzoeker bij TNO Blockchainlab. „Door te investeren in cryptovaluta verhoog je de waarde, waardoor het energiegebruik toeneemt. Dat heeft invloed op het milieu. Dat is een van de redenen waarom ik er zelf niet in investeer.”

De Amerikaanse onderzoekers keken hoeveel berekeningen er per seconde uitgevoerd worden voor vier verschillende digitale cryptomunten: Bitcoin, Ethereum, Litecoin en Monero. En ze maakten een schatting van de hoeveelheid energie die één berekening kost. Hoeveel dat precies is, is lastig te zeggen. Het hangt ervan af hoeveel transacties gedaan worden, hoeveel computers tegelijkertijd bezig zijn met het oplossen van de puzzeltjes en welke soort computerhardware gebruikt wordt. Die gegevens zijn niet precies bekend. De onderzoekers maken daarom een voorzichtige, zuinige schatting van de minimale energiekosten, schrijven ze. Uit het onderzoek komt dat bitcoin delven het meeste energie kost: zo’n 17 megajoule per dollar. De andere cryptomunten zitten tussen de 4 en 15 megajoule per dollar. Het delven van delfstoffen, zoals goud en koper, kost gemiddeld 6 megajoule per dollar.

Correctie (5 november 2018): eerder stond er abusievelijk dat de betaling van duizenden bitcoins voor twee pizza’s de eerste bitcoinbetaling was, dit is gecorrigeerd.

. . . . . . . . . . . . .
~~OOOOOOOOOOOOOO~~
. . . . . . . . . . . .

Wereldwijde omzet van Fairtrade producten voor het eerst boven de € 8 miljard

De wereldwijde omzet van Fairtrade producten steeg in 2017 met 8 procent tot bijna € 8,5 miljard. Dit levert een premie op van € 178 miljoen voor boeren- en arbeidersorganisaties, een stijging van 19% in een jaar tijd. Dit blijkt uit het jaarverslag van Fairtrade International. Het rapport, Working together for fair and sustainable trade, laat ook zien hoe noodzakelijk Fairtrade is voor het realiseren van duurzaam levensonderhoud voor boeren en werknemers, in een tijd waarin de wereldkoffieprijs een historisch dieptepunt heeft bereikt.

Fairtrade premie en verkopen stijgen flink

In 2017 werkte Fairtrade samen met meer dan 1,6 miljoen boeren en arbeiders in 75 landen. Fairtrade gecertificeerde producenten ontvingen in 2017 € 178 miljoen aan Fairtrade premie, bovenop de verkoopprijs, om te investeren in projecten naar eigen keuze. Het verkoopvolume van de belangrijkste Fairtrade-producten groeide ook aanzienlijk in 2017. Vooral de cacaoverkoop liet een flinke stijging zien, namelijk 57%. Het Fairtrade koffievolume nam toe met 15% en bananenboeren verkochten 11% meer onder Fairtrade voorwaarden.

Eerlijke prijs cruciaal onderdeel van leefbaar inkomen strategie

Terwijl Fairtrade volumegroei beschouwt als een cruciale motor voor economische verbetering, is er meer nodig om duurzaamheid op de lange termijn voor boerengemeenschappen te bewerkstelligen. “Wij geloven dat alle boeren en arbeiders het verdienen om een fatsoenlijk inkomen te krijgen voor hetgeen ze produceren”, zegt Darío Soto Abril, Global CEO van Fairtrade International. “De afgelopen twee jaar heeft de aanzienlijke daling van de koffie- en cacaoprijzen op de wereldmarkt duidelijk gemaakt dat een holistische benadering noodzakelijk is. Een eerlijke prijs is een eerste vereiste om tot leefbare inkomens voor kleine boeren te komen. Daarnaast is het belangrijk om ook andere elementen te adresseren zoals diversificatie zodat een boer niet afhankelijk is van één product voor zijn inkomen.”

Fairtrade Week draagt bij aan groei Fairtrade volume

De producten die Fairtrade gecertificeerde boeren tegen een Fairtrade prijs kunnen verkopen, is vaak maar een derde van hun totale productie. Als het Fairtrade deel stijgt, kunnen de boerenorganisaties via de minimumprijs en extra premie hun leef- en arbeidsomstandigheden verbeteren. Om het Fairtrade volume te doen groeien organiseert Stichting Max Havelaar, eigenaar van het Fairtrade keurmerk in Nederland, van 27 oktober t/m 4 november de Fairtrade Week. In deze week zijn veel Fairtrade producten in supermarkten in de aanbieding en organiseren bedrijven en vrijwilligers activiteiten om aandacht te vragen voor het belang van eerlijke handel. De Fairtrade voorwaarden garanderen dat de afprijzing in de winkels niet ten koste gaat van de prijs die aan de boeren wordt betaald.

Deelnemende supermarkten en winkels

Aan de najaarseditie van de Fairtrade Week 2018 doen de volgende supermarkten en winkels mee: Albert Heijn, ALDI, Boni, Boon’s Markt, Coop, DEEN, Dekamarkt, Dirk, Ekoplaza, Emté, HEMA, Hoogvliet, Jan Linders, Jumbo, Lidl, MCD, PLUS, Poiesz Supermarkten, Spar, Vomar en de Wereldwinkel.


. . . . . . . . . . . . .
~~OOOOOOOOOOOOOO~~
. . . . . . . . . . . .

Paul Megens

Paul Megens © Dave Hendriks – Foto Meulenhof

De Meeuw in Oirschot is een ‘circulaire’ pionier

OIRSCHOT – Units van De Meeuw werden al hergebruikt, maar de producent wil helemaal ‘circulair’. Dat levert steeds meer geld op.

Buiten bij het hoofdkantoor van De Meeuw aan de Industrieweg in Oirschot staat een picknicktafel van gerecycled kunststof, gemaakt van de werkkleding van het personeel. Het is illustratief voor de nieuwe wind die sinds enkele jaren waait bij het bedrijf. In korte tijd bracht De Meeuw de hoeveelheid restafval terug met 75 procent, de CO2-uitstoot met 30 procent en per gebouwde unit worden steeds minder nieuwe grondstoffen gebruikt. ,,Als we een start-up zouden zijn die dit beloofde, zou het wereldnieuws zijn”, denkt Paul Megens van De Meeuw.

Het begon bij De Meeuw – nu 400 medewerkers, zes vestigingen, 150 miljoen omzet in 2017 – ooit met het bouwen van bouwketen voor de verhuur en verkoop. Bijna negentig jaar later gaat het vooral om zogenaamde semipermanente huisvesting voor bedrijven, kantoren, scholen, ziekenhuizen en ga zo maar door. Allemaal modulair gebouwd: vaste afmetingen, makkelijk te combineren. De jongste loot aan de boom is de Nezzt, De Meeuws bijdrage aan de oplossing van problemen op de woningmarkt. Inmiddels zijn er enkele honderden opgeleverd.

Van de 815 ‘frames’ van zes bij drie bij drie meter zijn er 250 naar Amsterdam gegaan. Een ander deel heeft een nieuw leven gekregen in een school in Nijkerk en een kinderdagverblijf in Rosmalen. Aan de Industrieweg in Oirschot staan de restanten. Wat gebeurt daarmee? Megens laat het graag zien.

Striplijn

Daarvoor gaat hij naar de ‘striplijn’, een grote hal waar de frames worden ontdaan van buiten- en binnenwanden, deuren, regenpijpen, kozijnen, installaties, verlichting, vloerbedekking en ga zo maar door. De kleine container met restafval blijft tamelijk leeg, want niets gaat weg. Wat De Meeuw niet zelf gebruikt gaat in de verkoop.

Verder naar de volgende hal waar de ‘nieuwe’ eenheden op bestelling opgebouwd worden. Hier komen we weer alle materialen uit de eerste hal tegen. Alles wordt weer hergebruikt bij de opbouw.

Toch is het hergebruik van materialen nog maar de helft van het verhaal. Aan de volgende belangrijke circulaire stappen wordt hard gewerkt bij De Meeuw, vertelt Megens. Ten eerste moeten de nieuwe units zo ontworpen worden dat alles uit elkaar gehaald kan worden voor hergebruik. Dus geen lijm gebruiken of schieten, wat makkelijker is, maar alles schroeven.

Materiaal

En Megens wil vooral materiaal inkopen dat al hergebruikt is, zoals betonnen grondplaten die gemaakt zijn van betongranulaat uit gesloopte panden. Bovendien worden alle leveranciers aangesproken om materiaal te leveren dat opnieuw te gebruiken is. Zo gaan resten van vellen steenwol die niet direct terug te plaatsen zijn in de nieuwe eenheden, terug naar de leverancier. Die maakt er nieuwe isolatieplaten van. Dat geldt ook voor bijvoorbeeld plafondplaten en buitenwanden.

Maar er zijn ook nog lastige spullen. Met de producenten van houten deuren en spaanplaat wordt aan een oplossing gewerkt. Moeilijker ligt dat met het linoleum op de vloeren, daar werkt de fabrikant nog niet mee. Megens is als hoofd inkoper constant met de leveranciers bezig om ze te overtuigen dat circulair gebruik de beste oplossing is. ,,Maar dit werkt natuurlijk alleen als iedereen zijn verantwoordelijkheid neemt. Nu zijn we nog een pionier die lastige vragen stelt aan leveranciers.”

Maar is dat circulaire gebruik niet veel duurder? Megens zegt van niet. ,,Het maken van de vier stalen staanders voor een unit is behoorlijk duur, ze hergebruiken levert snel geld op.” En natuurlijk kost het meer werkuren om ze eruit te halen en schoon te maken. Maar dat weegt wel tegen elkaar op.

En om iedereen – zeker ook de eigen medewerkers – te laten zien dat het menens is, werkt De Meeuw zelfs aan hergebruik van de bedrijfskleding, waarvan het picknickbankje voor het hoofdkantoor het resultaat is. ,,De volgende stap is dat we de leverancier verplichten de polyester kleding terug te nemen om ze te versnipperen en te smelten tot nieuwe.”

Restanten van de Orangerie staan nu op het terrein.

Restanten van de Orangerie staan nu op het terrein. © Michel Theeuwen

De units worden weer samengesteld.

De units worden weer samengesteld. © Michel Theeuwen

. . . . . . . . . . . . .
~~OOOOOOOOOOOOOO~~
. . . . . . . . . . . .

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

Meer innovaties voor aardgasvrije woningen en wijken

rotterdams woonwijk

Gepubliceerd op: 18 oktober 2018 | Gewijzigd op: 18 oktober 2018

De tenderregeling voor innovaties om wijken en gebouwen op korte termijn aardgasvrij te maken, stimuleerde meer dan veertig consortia om in korte tijd ruim € 20 miljoen te investeren in innovatieprojecten. Veel van deze innovaties zijn gericht op kostenreductie.

De bedrijven die door innovaties de kosten van de energietransitie in de woonwijk verlagen helpen daarmee de bewoners om lagere woonlasten te verkrijgen. De TKI Urban Energy en RVO.nl, die de consortia ondersteunen bij het opzetten van hun innovatieprojecten, zijn tevreden met dit resultaat.

Productontwikkeling

De innovatietender nodigde bedrijven uit om innovatieve producten en diensten te ontwikkelen voor een aardgasvrije gebouwde omgeving. Op 11 september 2018 sloot deze regeling. De projecten richten zich op de ontwikkeling van producten en diensten die op korte termijn in de markt gebruikt kunnen worden.

Ook is er de focus op het sociale aspect en de bruikbaarheid van deze producten en diensten voor de gebruiker en de betaalbaarheid ervan. Sommige oplossingen focussen op woningen en gebouwen, andere juist op gezamenlijke infrastructuur. Het betreft innovaties die binnen maximaal een jaar in de praktijk worden toegepast.

Publiek-private samenwerking

Op dit moment is het te vroeg om al te kunnen spreken over wat de projecten precies gaan ontwikkelen. RVO.nl beslist medio december 2018 welke projecten subsidie krijgen. Het is al wel duidelijk dat, dankzij deze publiek-private samenwerking, innovaties die anders nog jaren op zich zouden laten wachten, nu al worden ontwikkeld.

Michiel Kirch, directeur van TKI Urban Energy, is dan ook erg positief over de hoeveelheid ideeën die de omschakeling naar aardgasvrij betaalbaar en opschaalbaar kunnen maken: “Deze tenderregeling brengt het vliegwiel op gang dat nodig is voor het komen naar een aardgasvrije gebouwde omgeving en in het algemeen het versnellen van de energietransitie.”

TKI Urban Energy

De regeling is als programmalijn 0 ingebed in de Urban Energy tender. Hiermee is er samenhang met het programma van TKI Urban Energy, een Topconsortium voor Kennis en Innovatie binnen de Topsector Energie. Op verzoek van de ministeries van EZK en BZK moedigden RVO.nl en de TKI Urban Energy aan om innovatieve producten en diensten te ontwikkelen.

Meer weten?

. . . . . . . . . . . . .
~~OOOOOOOOOOOOOO~~
. . . . . . . . . . . .

Logistics

Zo ziet de verpakking van de toekomst eruit

Verpakkingen zijn integraal onderdeel van onze huidige consumptiemaatschappij. Maar het consumentengedrag verandert en de schadelijke impact van plastic betekent dat we moeten verduurzamen. Dit zijn de belangrijkste trends.

Innovaties in de verpakkingsindustrie uiten zich in efficiëntere verpakkingen die gemaakt zijn van minder en gerecycled materiaal. Ook zien we steeds meer ‘slimme’ verpakkingen waarmee een merk zich kan onderscheiden. Een voorbeeld hiervan is de Puma tas die hergebruikt kan worden door de eindgebruiker.

Het bedrijf Arjo Solutions heeft een ‘vingerafdruk’ ontwikkeld die klanten garandeert dat ze een authentiek product hebben gekocht. Deze vingerafdruk wordt op het product geplaats. Klanten kunnen de app genaamd ‘Safe’ gebruiken om te controleren of het product wat ze hebben aangeschaft echt is door middel van het controleren van de ‘vingerafdruk’ op het product.

Het Britse bedrijf Insignia heeft een verpakking ontwikkeld die consumenten helpt om voedselverspilling tegen te gaan. De verpakking laat aan de consument zien hoelang het product nog houdbaar en vers is. Het label rechtsonder op het pak drinken geeft aan hoelang het product al open is en veranderd van klaar naarmate de tijd verstrijkt.

Milieu-impact

De belangrijkste trend waar verpakkingen mee te maken hebben is natuurlijk de milieu-impact en duurzaamheid. In Nederland is inmiddels 73 procent van alle verpakkingen gerecycled, van alle kunststof verpakkingen is dit 51 procent. We zijn hiermee koploper op internationale schaal.

De verduurzaming wordt met name bereikt door het gebruik van bio based plastics, het duurzame alternatief voor plastic. Ze bestaan uit hernieuwbare grondstoffen waardoor de verpakkingsmaterialen recyclebaar zijn.

De ontwikkelingen op het gebied van bio based plastics gaan razendsnel. De brancheorganisatie European Bioplastics verwacht dat de wereldwijde productie zal toenemen van 1,7 miljoen ton in 2014 naar ongeveer 7,8 miljoen ton in 2019. Deze sterke stijging is onder andere te danken aan de vraag naar bio plastics van bedrijven zoals Coca-Cola, Danone en Ikea.

Hernieuwbaar en composteerbaar

De term bio based plastics wordt eigenlijk gebruikt om twee verschillende type elementen duidelijk te maken: de hernieuwbaarheid van grondstoffen en de composteerbaarheid. Deze plastics zijn bijvoorbeeld gemaakt van mais of zetmeel. Het kunnen ook bio based plastics zijn die vervaardigd worden uit hernieuwbare grondstoffen, maar die niet composteerbaar zijn.

Drop in plastics

Momenteel is het nog niet mogelijk om een 100% bio based product te maken. Dit betekent dat het overige percentage fossile based is. Dit worden drop-in plastics genoemd. Het voordeel van bio based plastics is dat er minder CO2 vrijkomt bij de productie in vergelijking met plastics die gebaseerd zijn op aardolie. Deze bio based plastics hebben ook dezelfde eigenschappen als conventionele kunststoffen. Bio based plastics kunnen ook gerecycled worden met conventionele plastics omdat de structuur gelijk is. Dit zorgt dus niet voor meer druk op het scheidingsproces.


Food vs. Feed vs. Fuel

Een vraag die vaak naar voren komt met bio plastics is de food vs. feed discussie en de food vs. fuel discussie. De vraag is of we kostbare landbouwgrond moeten gebruiken voor het maken van biomassa wat gebruikt wordt voor bio plastics. Er is hier intensief onderzoek naar gedaan en het resultaat is dat er slechts 0,01 procent van de globale landbouwgrond nodig is om genoeg biomassa te groeien voor onze plasticbehoefte.  Ook gebruiken we steeds meer rest- en bijstromen van de landbouw en voedselverwerkende industrie voor de productie van bio plastics.

Samen verduurzamen

De komende jaren gaat er veel veranderen als we kijken naar verpakkingen en de verduurzaming hiervan.  Op allerlei vlakken gaan verpakkingen innoveren en groener worden. Dit met als doel om het milieu zo min mogelijk te beschadigen. Bio based plastics en recycling zullen hiertoe bijdragen. Ook wordt er vanuit de overheid en het bedrijfsleven een serieuze boodschap achtergelaten: samen moeten we alles op alles zetten om met de gehele verpakkingsketen in de toekomst alle verpakkingen recyclebaar te maken. De eerste grote stappen zijn in elk geval gezet.

. . . . . . . . . . . . .
~~OOOOOOOOOOOOOO~~
. . . . . . . . . . . .

Pilotplant voor fossielvrije staalproductie

Een pilotfabriek om direct-gereduceerd ijzer (DRI) te produceren, opent in 2020 in het Zweedse Luleå. De bouw is kortgeleden gestart. Het betekent volgens initiatiefnemer Hybrit ’s werelds eerste fossielvrije staalproductie. Daardoor heeft het proces bijna geen CO2-voetafdruk.

Hybrit, een joint venture van SSAB, LKAB en Vattenfall, ontstond in 2016 om cokeskolen (die normaal gebruikt worden voor op erts gebaseerde staalproductie) te vervangen door reducerend waterstof.

Doel is op deze manier een fossielvrij, duurzaam staalproductieproces op industriële schaal te krijgen. De ambitie is om een productieproces te creëren dat water gebruikt in plaats van koolstofdioxide. Het onderzoek hiernaar duurt tot 2035.

Waterstof in plaats van erts

In de pilotfabriek wordt waterstof getest als reducerend middel. Hybrit Development heeft Tenova aangesteld om de nieuwe fabriek te ontwikkelen.

Dit bedrijf, onderdeel van de Techint Group, is gespecialiseerd in innovatieve oplossingen voor de metaal- en mijnbouwindustrieën. Het bedrijf wordt de leverancier van productiemachines voor het maken van direct-gereduceerd staal.

SSAB, LKAB en Vattenfall investeren, samen met het Zweedse Energie-agentschap, zo’n 1,4 miljard Zweedse kronen (134,8 miljoen euro) in de fabriek.

. . . . . . . . . . . . .
~~OOOOOOOOOOOOOO~~
. . . . . . . . . . . .
17/09/2018      

Schets voor duurzame landbouw in 2040: meer mens, minder machine

De Nederlandse landbouw van nu is verre van duurzaam. Sterker nog, die is volgens Meino Smit nog nooit zo weinig duurzaam geweest als nu. Voor een echt duurzame landbouw zijn radicale maatregelen nodig. Smit schetst in zijn proefschrift het beeld van zo’n landbouw waar niet de machine, maar de mens voorop staat. Smit is dinsdag 11 september aan de Wageningen Universiteit op zijn proefschrift gepromoveerd.

Smit laat in het proefschrift de ontwikkeling van de voetafdruk van de landbouw zien in de periode 1950-2015. Daarbij zoomt hij in op het directe en indirecte gebruik van energie, land en arbeid. Indirect gebruik duidt hier op middelen die nodig zijn om de primaire landbouw mogelijk te maken. Het directe landgebruik voor de Nederlandse landbouw is sinds 1950 met ongeveer 20% afgenomen tot 1,8 miljoen hectare. Maar daar staat een toename tegenover van het indirecte gebruik van grond elders in Nederland of de wereld van bijna 3 miljoen hectare.

Door mechanisatie en schaalvergroting werkt nu nog maar 20% van het aantal mensen in de landbouw vergeleken met 1950. De indirecte arbeid is daarentegen meer dan verdubbeld en is groter dan de directe arbeid. De grond brengt wel meer op in kilo product en calorische waarde, maar daarvoor is zes keer zoveel input van energie nodig dan vroeger.

Smit schetste een toekomstbeeld van een duurzame landbouw in 2040. Een landbouw die voldoet aan de klimaatdoelstelling van het akkoord van Parijs. Voor grootschalige im- en export is dan geen plek meer, de Nederlandse landbouw produceert alleen nog maar voor de eigen bevolking. Die bevolking moet de helft minder vlees eten. De intensieve veehouderij verdwijnt. Vijf keer meer mensen dan nu werken op het land. En dan vooral met op handkracht gebaseerde machines. Grondstoffen worden zoveel mogelijk hergebruikt.

Het proefschrift van Smit De duurzaamheid van de Nederlandse landbouw, 1950-2015-2040 is te vinden op de site van Wageningen Universiteit.

bron: Resource – Wageningen UR, 14/09/18

. . . . . . . . . . . . .
~~OOOOOOOOOOOOOO~~
. . . . . . . . . . . .
14/09/2018
Industrie in Noord-Brabant moet zuiniger met grondwater omgaan

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant hebben op 27 augustus nieuwe uitvoeringsregels vastgesteld, gericht op het beperken van groei van de grondwateronttrekkingen. Met alle grote grondwateronttrekkers worden afspraken gemaakt om laagwaardig gebruik van grondwater zoveel mogelijk te beperken. De drinkwaterbedrijven onttrekken 90%, de industrie 10% van al het diepe grondwater dat in Brabant wordt gebruikt.

Er moet zuiniger worden omgesprongen met de diepe grondwatervoorraad in Brabant. Dat is de kern van het nieuwe grondwaterbeleid dat de provincie momenteel bespreekt met alle Brabantse bedrijven die grondwater onttrekken. Dat zijn de drinkwaterbedrijven Brabant Water en Evides en 40 industriële bedrijven, waaronder bier- en frisdrankproducenten. Het watergebruik door consumenten en de watervraag voor bier- en frisdrankindustrie nemen toe. In de droge maanden juli en augustus van dit jaar was het drinkwaterverbruik 35 tot 40% hoger dan normaal. Veranderingen in de landbouw en de recente droogteperiode hebben ook geleid tot een grotere behoefte aan beregening. Beregening vindt overigens plaats uit ondiep grondwater.

Alle onttrekkingen samen, in combinatie met de droogte, zorgen ervoor dat de omvang van de diepe grondwatervoorraad in Noord-Brabant onder druk staat. Voor de drinkwatervoorziening is dat geen probleem, maar wel voor kwetsbare natuurgebieden en behoud van grondwatervoorraad voor de toekomst. Temeer omdat de verwachting is dat langere periodes van droogte in de toekomst vaker zullen voorkomen. Daarom worden met alle grote grondwateronttrekkers afspraken gemaakt om laagwaardig gebruik van grondwater zoveel mogelijk te beperken. Met de waterschappen, de provincie Limburg en de Duitse deelstaat Nordrhein-Westfalen worden afspraken gemaakt om de diepe grondwateraanvulling te verbeteren. Verder neemt de provincie samen met de waterschappen maatregelen om het (regen)water langer vast te houden en het grondwatersysteem te voeden.

bron: Provincie Noord-Brabant, 13/09/18

. . . . . . . . . . . . .
~~OOOOOOOOOOOOOO~~
. . . . . . . . . . . . 
UU.nl / Agenda / Een waterkrachtcentrale diep in de Limburgse bodem voorkomt een black-out als alle windmolens stilstaan
Agenda: 20 september 2018 van 12:45 tot 13:30   

Promotie Jan Huynen

Een waterkrachtcentrale diep in de Limburgse bodem voorkomt een black-out als alle windmolens stilstaan

In het recente energie-akkoord is besloten tot een sterke groei van windenergie en zonne-energie. In zijn proefschrift maakt Jan Huynen duidelijk dat er geen geschikte technieken zijn om voldoende elektriciteit op te slaan voor wanneer het niet waait en de zon niet schijnt. Zolang die er niet zijn, kan Nederland niet van het gas af en zullen op windloze dagen de oude, vervuilende elektriciteitscentrales moeten blijven draaien. Huynen stelt voor om een energiebuffer aan te leggen diep in de Limburgse bodem. Hij heeft daarvoor een gedetailleerd bouwplan gemaakt. De bouw van zo´n buffer zou een snelle groei van wind- en zonne-energie mogelijk maken.

De energiebuffer maakt gebruik van waterkracht. De bodem onder Limburg is stevig genoeg om een ondergronds waterreservoir aan te leggen op 1,4 km diepte in een homogene laag hardsteen. Bovengronds wordt dan een klein meer (50 ha) aangelegd als tweede reservoir. Het plan is om het water te laten circuleren tussen die twee reservoirs. Is er energie nodig, dan laat je het water uit het bovengrondse meer via een generator naar de diepte lopen. Is er elektriciteit teveel (bijvoorbeeld als het ´s nachts hard waait), dan pomp je het weer omhoog, terug in het meertje.

De bouw van deze energiebuffer kost 1,8 miljard euro en duurt 6 jaar. Een kostenbatenanalyse laat zien dat het plan ook financieel aantrekkelijk is. Jan Huynen (1932) heeft met zijn bedrijf dertig jaar aan dit plan gewerkt.

UU.nl / Agenda 28 augustus 2018

. . . . . . . . . . . . .
~~OOOOOOOOOOOOOO~~
. . . . . . . . . . . .

Nieuw: groentenbrood     

Het wordt gemaakt met 100% natuurlijke ingrediënten. Een nieuw brood bestaande uit enkel plantaardig meel, waardoor het van nature glutenvrij is, vol groenten, voedzaam en heerlijk. Het biedt een langverwacht basisproduct dat laag aan koolhydraten is en veel proteïnen bevat.
Echtpaar Jon en Kelly Barfoot bedacht het in 2017. Groentenbrood werd gemaakt als gezond en lekker item voor hun wekelijkse bezorgdienst. Ze zagen een piek in de vraag naar het brood en met de veranderende Britse wens voor broodalternatieven dachten ze hun groentenbrood verder uit.
Nu meer mensen bewust op zoek zijn naar gezondere en ambachtelijke voeding vult het groentenbrood een gat in de markt.
Het veelzijdige brood is prima geschikt voor mensen die milieubewust kopen. Door de plantaardige ingrediënten is het brood vrij van dierlijke producten. En dat niet alleen, de overgebleven schillen worden gebruikt om energie mee op te wekken.

Publicatiedatum: 28-8-2018

 

. . . . . . . . . . . . .
~~OOOOOOOOOOOOOO~~
. . . . . . . . . . . .

Hoe gaan we van fossiele brandstoffen naar biobased grondstoffen?

De fossiele grondstoffen die in de energie- en chemiesector gebruikt worden moeten deels worden vervangen door biomassa. Daar zijn innovaties voor nodig. Zoals het vliegen op aardappelschillen, maar ook op het gebied van chemische recycling.

15-08-2018 11:32 | Door: Joyce de Thouars

Bedrijven en kennisinstellingen die bezig zijn met innovaties op het gebied van biobased grondstoffen komen mogelijk in aanmerking voor subsidie. De tender Biobased Economy, Groen Gas en Recycling (BBEGR) ondersteunt namelijk innovaties die nodig zijn voor de omschakeling naar biobased grondstoffen. Maar er is ook geld beschikbaar voor innovaties die chemische recycling concurrerend maken.

Biobased grondstoffen en processen

De BBEGR-tender richt zich op innovaties, waarbij chemische- of biotechnologische processen worden gebruikt om biomassa in biobrandstoffen, chemicaliën of andere materialen te converteren. De potentiële afzetmarkt en de mate waarin nieuwe biobased processen minder energie kosten dan vergelijkbare fossiele varianten spelen mee bij de toekenning van subsidie.

De luchtvaart is een van de sectoren die ontwikkelingen op het gebied van biobrandstof nauw volgt. In een interview met Trouw vertelde Inka Pieter, verantwoordelijkheid voor duurzaamheid bij KLM, onlangs dat de voorraad biobrandstof voor de luchtvaart nog klein is omdat het voor een raffinaderij makkelijker en goedkoper is om biobrandstof te produceren voor het wegverkeer. Maar om ook de luchtvaartsector te verduurzamen moet het aandeel van biobrandstof in het totaal aantal verbruikte liters kerosine omhoog.

Onderzoek naar biobrandstoffen

RVO wijst op laboratorium-onderzoek dat de mogelijkheden aantoonde om van aardappelschillen vliegtuigbrandstof te maken. Een onderzoekconsortium gebruikt de BBEGR-regeling om nu ook de economische en technologische haalbaarheid op grotere schaal te onderzoeken.

Meer lezen over wat je uit aardappelschillen kan halen? Lees het volgende artikel over verduurzaming van de voedselketen:

Projecten voor de chemische recycling van kunststoffen zijn een nieuw onderdeel van de BBEGR-tender. De aanwezigheid van bijvoorbeeld lijmresten, kleurstoffen of coatings maken het namelijk lastig om kunststoffen te recyclen. Volgens RVO bewijst Ioniqa dat er een markt is voor technieken in chemische recycling. De Eindhovense start-up, die met een depolymerisatie-techniek de oneindige recycling van PET-plastic mogelijk maakt, opent in 2019 een grote fabriekslocatie.

Projectvoorstellen kunnen tot en met 18 september bij het RVO worden ingediend. In totaal is er ruim € 6 mln aan subsidiebudget beschikbaar.

 

. . . . . . . . . . . . .
~~OOOOOOOOOOOOOO~~
. . . . . . . . . . . .

Biogas uit afvalfruit

  30 jul 2018

Bananenmerk Chiquita wil in 2020 geen fruit meer verspillen. Naast een biovergister die biogas en kunstmest maakt van afvalfruit, hergebruikt het bedrijf alle onderdelen van de bananenplant. Zo wordt er bananenpuree of meel gemaakt van afgedankte bananen en beschermen bladeren de bodem tegen onkruid op de plantages.

Jaarlijks voldoet vijf tot 20 procent van de bananen niet aan kwaliteitseisen voor de export terwijl ze nog wel eetbaar zijn. Om het fruit niet onnodig weg te gooien, worden de bananen in de herkomstlanden verkocht of gedoneerd aan een goed doel. Bananen die er niet meer goed genoeg uitzien om te verkopen, worden verwerkt tot bananenpuree en -meel of gedoneerd aan boeren die het gebruiken als veevoer.

Biovergister

De Chiquita-fabriek in Costa Rica, waar de bananenpuree wordt gemaakt, heeft een biovergister die organisch afval omzet in biogas en kunstmest. De gewonnen energie wordt gebruikt voor de fabriek en lokale boeren gebruiken het kunstmest. De biovergister filtert ook het water voor het bedrijf en de lokale gemeenschap. De hoeveelheid biogas is voldoende om de eerder gebruikte LPG te vervangen.

Ook niet eetbare onderdelen van de bananenplant worden hergebruikt. Bladeren, stronken en stam worden op de plantages achtergelaten om de bodem te beschermen tegen uitdrogen en onkruid.

Vernieuwde plantages in Costa Rica en Panama hebben minder dan 5 procent plantenafval, terwijl oude plantages zo’n 15 procent afval produceren. Inmiddels is 39 procent van de grond vernieuwd, het doel is in 2020 een percentage van 76 procent te bereiken.

 

. . . . . . . . . . . . .
~~OOOOOOOOOOOOOO~~
. . . . . . . . . . . .

‘EU moet gerecycled materiaal in nieuwe plastic producten verplichten’

30-07-2018 08:45 | Door: Joyce de Thouars

Europese brancheorganisaties en bedrijven riepen deze maand EU-regulatoren op om een minimum gebruik van gerecycled materiaal in nieuwe kunststof producten te verplichten. Een dergelijke maatregel zou de recyclingindustrie de boost geven die het nodig heeft om de circulaire economie tot een succes te maken.

Klik hier om verder te lezen

 

. . . . . . . . . . . . .
~~OOOOOOOOOOOOOO~~
. . . . . . . . . . . .

 

     Wetenschap

‘Laat oude olie- en gasplatforms staan’

 Omwille van de biodiversiteit in de Noordzee zouden oude olie- en gasplatforms niet zomaar afgebroken moeten worden. Dat is de conclusie van een internationale enquête onder experts, waaronder Han Lindeboom, emeritus hoogleraar marine ecologie aan de Wageningen Universiteit. ‘De poten van de platformen zijn prachtig begroeid, het is duidelijk een verrijking en het is goed voor het milieu.’ In Mexico gebeurd dit al.

‘Het is een verrijking voor de biodiversiteit’

 

Booreiland Neddrill 4 in de Noordzee toen deze nog in gebruik was.
Booreiland Neddrill 4 in de Noordzee toen deze nog in gebruik was.Foto: ANP

 

. . . . . . . . . . . . .
~~OOOOOOOOOOOOOO~~
. . . . . . . . . . . .

 

 

'Plasticverbod scheelt fabrikanten hooguit paar procent winst'

‘Plasticverbod scheelt fabrikanten hooguit paar procent winst’

Gepubliceerd: 28 juni 2018 13:25                 

Strengere wereldwijde regelgeving die het gebruik van wegwerpplastic moet tegengaan, heeft slechts een beperkte invloed op de resultaten van bedrijven in de plasticbranche.
Chemie- en oliebedrijven zullen in het uiterste geval hooguit enkele procenten minder winst maken, voorspelt kredietbeoordelaar Fitch in een donderdag verschenen rapport.
Fitch onderzocht wat een breed, wereldwijd plasticverbod zou betekenen voor bedrijven, maar verwacht dat het zo’n vaart niet zal lopen.
Een geleidelijke uitbanning over een langere termijn ligt veel meer voor de hand. Dat geeft bedrijven de gelegenheid op de verandering in te spelen en hun groei elders te zoeken.
Rietjes
Onlangs kondigde de Europese Commissie nog maatregelen aan tegen onder meer rietjes. McDonald’s liet weten in het Verenigd Koninkrijk ook te stoppen met rietjes en in Nederland wordt nog gekeken naar alternatieven.
Ook bedrijven als Starbucks en IKEA zijn bezig met vermindering van het gebruik van plastic bekertjes en roerstaafjes.
Shell
Plastic bestaat voor het grootste deel uit aardolie. Nederland heeft in Shell een belangrijke speler bij de winning daarvan en bij de raffinage van aardolie. Ook heeft Nederland een grote chemiesector.
Wereldwijd wordt door meerdere partijen gekeken naar alternatieve, minder vervuilende manieren om plastic te maken. Zoals plastic uit plantaardig materiaal vervaardigen.
Door: ANP

 . . . . . . . . . . . . .

~~OOOOOOOOOOOOOO~~

 . . . . . . . . . . . .

 

27/06/2018

Bezorgkosten en zorgen over versheid grootste struikelbloken bij online boodschappen

Online boodschappen doen wordt populairder, maar blijft achter bij andere retail segmenten. “Dit verschil kan worden verklaard doordat veel consumenten er moeite mee hebben dat ze de producten niet kunnen controleren op kwaliteit en versheid”, zegt Jos Eeland, senior directeur bij Simon-Kucher & Partners. “Daarnaast weerhoudt het veel mensen dat er een levertijd is om online boodschappen te doen en het minimum bestelbedrag hoog ligt.”

Van de online boodschappen worden producten van de bakkerij en de groenteafdeling dan ook het minst vaak online gekocht, terwijl niet-bederfelijke levensmiddelen het vaakst online gekocht worden. De belangrijkste reden voor consumenten om te overwegen om wel online boodschappen te doen is gratis levering van de producten met geen minimale bestelwaarde. Om consumenten te verleiden om een keer online boodschappen te doen is korting op de eerste bestelling ook een belangrijke motivatie.

Tien procent van de consumenten zegt nu gebruik te maken van de bezorgdienst van een supermarkt, terwijl 7% ervoor kiest om de boodschappen zelf af te halen. Verder worden traditionele supermarkten door 86% van de consumenten genoemd als plek waar zij wel eens boodschappen doen. Discounters, de markt en gemakswinkels worden door respectievelijk 54%, 16% en 12% genoemd. Twee procent van de respondenten doet wel eens boodschappen in een pure online winkel als Picnic.

bron: Emerce, 25/06/18 / RetaillNews, 26/06/18

. . . . . . . . . . . Kopen doe je dus toch echt het beste in Bommels veste en in onze rijk voorziene Bommelerwaard. . . . . .  

( . . . . . T-Town Zaltbommel en omgeving !)
klik hieronder:

DE LIJST T-Town ZB versie_26 juni 2018 PDF

 . . . . . . . . . . . . .

~~OOOOOOOOOOOOOO~~

 . . . . . . . . . . . .

 . . . . . . . . . . . . .
~~OOOOOOOOOOOOOO~~

 . . . . . . . . . . . .

 . . . . . . . . . . . . .
~~OOOOOOOOOOOOOO~~

 . . . . . . . . . . . .

 . . . . . . . . . . . . .

~~OOOOOOOOOOOOOO~~

 . . . . . . . . . . . .

 . . . . . . . . . . . . .
~~OOOOOOOOOOOOOO~~

 . . . . . . . . . . . .

 

. . . . . . . . . . . . .

~~OOOOOOOOOOOOOO~~

 . . . . . . . . . . . . .

. . . . . . . . . . . . .

~~OOOOOOOOOOOOOO~~

 . . . . . . . . . . . . .

. . . . . . . . . . . . .

~~OOOOOOOOOOOOOO~~

 . . . . . . . . . . . . .