Berichten


 

Foto: 123RF

Kabinet wil 200.000 forensen uit de auto en op de fiets krijgen

Gepubliceerd: 12 juni 2018   
Staatssecretaris Stientje van Veldhoven (Infrastructuur en Waterstaat) wil de komende kabinetsperiode 200.000 forensen uit de auto op de fiets krijgen. Ze wil dat de regio flink gaat bijdragen aan de plannen, schrijft ze aan de Tweede Kamer.

Ze wil hierover ook afspraken gaan maken met werkgevers. De staatssecretaris wil bijvoorbeeld kijken hoe fiscale regelingen ingezet kunnen worden om het fietsgebruik in het woon-werkverkeer te stimuleren.

In het regeerakkoord is 100 miljoen euro vrijgemaakt voor fietsroutes en stallingen bij stations. Van Veldhoven wil het geld inzetten op projecten die snel realiseerbaar zijn.

Ze wil ”dat de regio stevig bijdraagt aan de fietsstimulering”. De bewindsvrouw wil maximaal 40 procent van de projectkosten voor haar rekening nemen. Ze verwacht dat in totaal 250 miljoen in de fiets wordt geïnvesteerd.

 

 

 . . . . . . . . . . . . .

~~OOOOOOOOOOOOOO~~

 . . . . . . . . . . . .

Prijs van ’smerige’ steenkool piekt

DoorTheo Besteman    

Europese energiecentrales willen massaal van de steenkool af. Maar de prijs van de vervuilende brandstof stijgt de laatste maanden desondanks sterk.

Sluiting van kolenmijnen stuwt prijzen bij een oplevende vraag.
Ⓒ Bloomberg  /  Sluiting van kolenmijnen stuwt prijzen bij een oplevende vraag.

Australische kolen, de graadmeter voor deze sector, was in zes jaar niet zo duur. Een hittegolf in China zorgt voor extra behoefte aan energie. Maar ook elders in Azië steeg de vraag, terwijl de aanvoer van kolen in Nederlandse havens in 2017 met bijna 7% daalde, zo meldt het CBS woensdag, het derde krimpjaar op rij. Vanaf de bodem in 2016 hebben leveranciers op een ton kolen inmiddels 130% verdiend, aldus ING Research.

Europese kolenproducenten lijden ogenschijnlijk onder het klimaatakkoord van Parijs. De ondertekenaars kozen voor drastische afbouw van de CO2-uitstoot, waarbij kolencentrales in de voorhoede zitten. Pensioenfondsen stapten in Europa uit beleggingen in steenkoolverwerkers. Ook verdwenen investeringen in nieuwe mijnen. Banken en investeerders haakten eveneens af.

Maar totdat wind- en zonne-energie dezelfde felle hitte kunnen leveren, blijft er behoefte aan kolen. De brokken vervullen wereldwijd nog 40% van de energiebehoefte, aldus ING.

Vermogensbeheerder Schroders becijfert een daling van de steenkoolwinning met 3% per jaar als niet extra wordt geïnvesteerd. De waarde van de kolensector kan volgens Andrew Howard, hoofd onderzoek duurzaamheid, dankzij de ’opdoekers’ en de sterke vraag nu ’verdubbelen’.

 

 . . . . . . . . . . . . .

~~OOOOOOOOOOOOOO~~

 . . . . . . . . . . . .

 

 

‘Leg zonnepanelen eerst op daken en dan pas op de grond’

Op steeds meer plekken worden zonneparken gebouwd, op weilanden, braakliggend terrein of akkerbouwgrond. Voor boeren kunnen de panelen een nieuwe inkomstenbron betekenen. Toch leiden ze tot discussie, omdat tegelijkertijd grote daken van bedrijven of scholen leeg blijven en die daken verder nergens voor kunnen worden gebruikt.

“Als je het bij elkaar optelt, kun je nog voor tientallen gigawatts op dat soort daken plaatsen”, zegt Jaap Baarsma van branche-organisatie Holland Solar. De organisatie heeft in kaart gebracht waarom daken vaak leeg blijven. Een reden is dat overheden er te weinig beleid voor hebben gemaakt. “Ze zouden doelen kunnen stellen voor het percentage panelen op daken”, zegt Baarsma.

Een andere reden is dat bedrijven hun bedrijfsruimte vaak huren. “Dan krijg je dat de eigenaar zou moeten investeren, terwijl de voordelen voor de stroomrekening bij de gebruiker terechtkomen. Daar moet je dan ingewikkelde gesprekken over voeren.”

Hoeveel zonneparken zijn er?

Hoewel zekerheid over het aantal zonneparken ontbreekt, zijn er sinds 2014 volgens de RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland) in ieder geval 26 gebouwd. Maar dat aantal groeit snel. Er is inmiddels aan nog eens 150 parken subsidie toegezegd en een onbekend aantal zit nog in de procedure om een vergunning te krijgen.

Ook op daken van scholen is nog veel meer mogelijk, zegt Roebyem Anders van de Stichting Schooldakrevolutie. Er zijn in Nederland ruim 7500 schooldaken, vaak platte daken. Daar passen gemiddeld zo’n 250 zonnepanelen op. “Dus in totaal kunnen we daar ongeveer 2 miljoen zonnepanelen op kwijt.”

Anders legt in de video hieronder uit hoe dat geregeld zou moeten worden:

Bekijk

Video zonneparken

 

Maar daar zit natuurlijk een prijskaartje aan. Gemiddeld gaat het volgens Anders om een investering van 60.000 euro, die een school in tien jaar tijd terugverdient. Veel scholen hebben dat geld niet op de plank liggen.

“Scholen krijgen wel jaarlijks budgetten voor onderhoud en onderwijsdoelen. Het is heel begrijpelijk dat ze die niet aan investeringen voor duurzaamheid besteden. Vaak is het schoolgebouw ook nog eigendom van de gemeente”, zegt Anders.

Cruciale boodschap

Toch zou het goed zijn als gemeenten hier aandacht aan gaan besteden, vindt ze. Het is een hele logische eerste stap, als je als gemeente wilt verduurzamen.

“Vooral omdat er niet alleen schone stroom wordt opgewekt en je zelf energie bespaart, maar ook omdat je kinderen van jongs af aan een cruciale boodschap meegeeft. Namelijk dat je eigen schone stroom opwekken en een duurzaam leven de normaalste zaak van de wereld is.”

 

 . . . . . . . . . . . . .
~~OOOOOOOOOOOOOO~~

 . . . . . . . . . . . .

 

 

   

16/05/2018

‘Miljarden omzet weggelekt bij grote voedingsmerken’

De glorietijd van de grote consumentenmerken is voorbij. Uit een analyse van de jaarcijfers van consumentenconcerns door het Financieele Dagblad blijkt dat de grote merken er al 5 jaar steeds slechter in slagen om de omzet op eigen kracht te laten groeien. Tientallen miljarden aan omzet is de afgelopen 5 jaar bij bedrijven als Unilever, Nestlé en Procter & Gamble weggelekt en bij kleine merken terechtgekomen.

De veranderingen hebben onder andere te maken met gewijzigde consumentenvoorkeuren. Grote merken zijn niet per definitie meer favoriet. Mensen in veel landen keren zich af van globalisering en ontwikkelen een voorkeur voor lokale en kleinschalige productie.

Daarnaast is het tegenwoordig veel eenvoudiger om merken in de markt te zetten. Voorheen had een nieuwkomer veel geld nodig om de productie en distributie op te zetten. Nu niet meer. Nieuwe merken kunnen de productie uitbesteden, bijvoorbeeld bij huismerkfabrikanten. Via sociale media kunnen kleine spelers met een bescheiden budget ook veel consumenten bereiken. Verder zijn ze niet meer afhankelijk van de grote winkelketens, maar kunnen ze hun producten ook aanbieden bij speciaalzaken en webshops.

bron: Financieele Dagblad, 16/05/18

 

 . . . . . . . . . . . . .
~~OOOOOOOOOOOOOO~~

 . . . . . . . . . . . .

 

Melk gaat straks direct van erf naar winkel

Leesduur: +/- 3 min.

De melkveehouder levert straks de melk – vers gemolken en direct op eigen erf verpakt – rechtstreeks aan de winkel in de buurt. Lely, fabrikant van melkrobots, test hiervoor een installatie die aan de melkrobot kan worden gekoppeld.

De innovatie komt naar verwachting dit jaar op de markt. Een Nederlandse supermarktorganisatie is geïnteresseerd in het concept. Dit maakte het bedrijf onlangs bekend tijdens de Lely Future Farm Days.

Het is een van de visies op de toekomst die het bedrijf onlangs deelde tijdens haar 70-jarig bestaan. Lely presenteerde tijdens de Lely Future Farm Days de verwachtingen van een duurzaam, volledig geautomatiseerd melkveebedrijf.

Melkveehouderijen kunnen met robotmelken met de Lely Astronaut specifieke melksoorten scheiden met behulp van de speciale processing unit. Lely test momenteel een dergelijke unit met melk die op eigen erf wordt verwerkt. De melk, die een eigen smaak en versheid heeft en direct is te traceren naar de koe, kan rechtstreeks vanuit de robot worden gepasteuriseerd en verpakt en worden uitgeleverd voor lokale consumptie.

Lely, dat vorig jaar een omzet van € 506 miljoen behaalde, zag in 2017 in de segmenten melkrobots en farm management een groei van 12 procent. De onderneming gaat zich meer richten op robotica en data in zuivel zoals het ontwikkelen van melkrobots en innovaties op het melkveebedrijf.

Ook DDH naar koespecifieke melk

Ook Direct Dairy Holding (DDH) concentreert zich op melk direct van eigen erf. De start-up ontwikkelt een automatische lijn die melk direct uit de melkrobot pasteuriseert, in stazakken verpakt en naar een koeling vervoert voor uitlevering voor verkoop.

Iedere verpakking bevat de melk van een enkele koe ofwel koespecifieke melk. De informatie over de koe die de melk leverde is voor de eindconsument op zijn smartphone te traceren via het nummer op de verpakking. De verwerkingslijn wordt in eerste instantie ingericht voor volle melk, maar kan ook andere zuivelproducten produceren.

DDH, opgericht met Russische ondernemers, wil het systeem samen met Nederlandse melkveehouderijen in gebruik nemen en demonstreren aan andere melkveehouders. Direct verpakte koespecifieke zuivel biedt voor melkveehouders een mogelijkheid om melk tot meerwaarde te brengen. Het bedrijf wil de komende jaren ook uitbreiden naar melkveehouderijen elders in Europa en naar bedrijven in de Verenigde Staten.

Yoghurt van Margriet 53: micro dairy

Koespecifiek is ook de volvette standyoghurt van de melk van blaarkopkoe Margriet 53 van biologische boerderij Buitenverwachting. Het product werd eind vorig jaar verkozen tot het beste streekproduct van het Groene Hart. Marrit Schakel van de boerderij, die de yoghurt produceert en in de boerderijwinkel verkoopt, denkt dat het product won omdat duidelijk is dat het uit een korte keten komt. “Iedere koe van onze boerderij – er zijn er vijftig – wordt apart gemolken en geeft melk met een eigen vet- en eiwitgehalte. Het product is dus telkens uniek en plaatsgebonden”.

De winnende koespecifieke yoghurt komt van één koe en heeft een duidelijke herkomst. Marrit: ”De consument koopt de yoghurt in onze boerderijwinkel en kan de koe in de wei zien. Ik noem dit kleinschalig zuivelproduct micro dairy”.

 

 . . . . . . . . . . . . .
~~OOOOOOOOOOOOOO~~

 . . . . . . . . . . . .

 

Duurzaam en gezond

Samen naar een houdbaar voedselsysteem

Aanleiding en adviesvraag

De klimaatopgave leidt op lange termijn onvermijdelijk tot minder productieruimte voor de veehouderij en tot verandering van ons menu. Het kabinet zou met nieuw voedselbeleid op deze omslag moeten anticiperen om de negatieve gevolgen ervan zo klein mogelijk te maken en de kansen – die er ook zijn – zo veel mogelijk te benutten. Dat concludeert de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur in zijn advies  ‘Duurzaam en gezond’, dat  is aangeboden aan minister Schouten (LNV) en staatssecretaris Blokhuis (VWS).

Foto van verschillende groenten
Foto: EyeEm Hollandse Hoogte

Centraal in dit advies staat de vraag wat er moet gebeuren om de transitie naar een duurzaam en gezond voedselsysteem te versnellen. De raad spitst zich in dit advies toe op dierlijke producten, omdat de productie en consumptie daarvan een belangrijke rol spelen in het klimaatprobleem en in vraagstukken rond volksgezondheid en milieu.

Aanbevelingen

De Rli doet in dit advies drie aanbevelingen:

Geef duidelijkheid over de ruimte voor de veehouderij in de toekomst

Bied vanwege de nationale klimaatopgave zo spoedig mogelijk duidelijkheid over de ruimte voor productie in de veehouderij in 2030 en 2050. Vertaal deze ruimte in een systeem van in de tijd afnemende, verhandelbare emissierechten.

Ga als rijksoverheid in gesprek met provincies over een effectieve inzet van instrumenten en middelen om in gebieden met een hoge concentratie aan dieren de overblijvende milieu- en gezondheidsproblemen regionaal op te lossen.

Werk toe naar duurzame consumptiepatronen

Stel als doel dat het aandeel dierlijke eiwitten in het eetpatroon in 2030 is gedaald naar 40% van de totale eiwitconsumptie. Een duurzaam en gezond eetpatroon houdt in dat er meer plantaardige en minder dierlijke eiwitten worden gegeten.

Benut ketenpartijen bij verduurzamen van productie en consumptie

Werk samen met de ketenpartijen aan de ondersteuning van een duurzamere en gezonde productie en consumptie en de ontwikkeling van de markt voor plantaardige eiwitproducten.

De noodzakelijke omslag in het Nederlandse voedselsysteem is te vergelijken met de manier waarop in de naoorlogse jaren de voedselzekerheid in het nationale en Europese landbouwbeleid is gewaarborgd. Dat heeft geleid tot de toonaangevende positie van de Nederlandse agrarische sector. De verduurzaming van het voedselsysteem waar we nu voor staan biedt een uitgelezen kans om boer, voedsel­verwerkende industrie, retail en consumenten op een vergelijkbare wijze te verenigen in een op duurzaam en gezond voedsel gerichte coalitie.

Publicatie

Op 3 april is het advies ‘Duurzaam en Gezond – Samen naar een houdbaar voedselsysteem’ in ontvangst genomen door minister Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en staatssecretaris Blokhuis van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Het advies is tevens aangeboden aan minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat, minister Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, staatssecretaris Van Veldhoven van Infrastructuur en Waterstaat, en de voorzitters van Eerste en Tweede Kamer.

Meer informatie

Voor meer informatie over dit advies kunt u contact opnemen met Hannah Koutstaal, projectleider, hannah.koutstaal@rli.nl (link sends e-mail)

 

 . . . . . . . . . . . . .
~~OOOOOOOOOOOOOO~~

 . . . . . . . . . . . .

 

 

Geschreven door: Heleen Ekker   redacteur Binnenland          
woensdag 28 maart 2018

De traditionele cv-ketel om je huis mee te verwarmen gaat verdwijnen. Tenminste als het aan energiebedrijven, milieuorganisaties en de installatiebranche ligt. Ze willen dat woningeigenaren vanaf 2021 hun cv alleen nog kunnen vervangen door een (hybride) warmtepomp of een andere duurzame manier van verwarming. Voorlichtingsorganisatie Milieu Centraal is positief over warmtepompen, maar waarschuwt ook.

Een manifest waarin de coalitie van bedrijven en organisaties hun oproep doen, wordt vanmiddag aangeboden aan Diederik Samsom, die betrokken is bij de totstandkoming van het nieuwe Nationaal Energieakkoord. De opstellers, waaronder Greenpeace, Milieudefensie, Eneco en Essent, denken dat de ouderwetse cv niet meer afdoende is, als we de doelstellingen van het klimaatakkoord van Parijs willen halen en de gaswinning in Groningen verder naar beneden gaat.

Volgens voorzitter Doekle Terpstra van Uneto-Vni (de installatiebranche) zullen het klimaat en ‘Groningen’ onvermijdelijk leiden tot nieuwe rendementseisen aan cv-ketels. Maar deze installaties, die volledig op aardgas werken, kunnen niet aan die hogere eisen voldoen, denkt hij. Op dit moment heeft 95 procent van de Nederlandse huizen nog een traditionele cv-ketel.

Duurder

Het meest gebruikte alternatief voor een cv-ketel in een huis is op dit moment een (hybride) warmtepomp. Zo’n warmtepomp is nog (veel) duurder dan een cv. Daarom pleiten de bedrijven en organisaties voor een systeem waarbij je per woning een vast bedrag per maand betaalt voor de installaties die voor warmte en stroom zorgen. Als je je huis verkoopt, neemt de volgende eigenaar het servicecontract over. Dat wordt ook wel gebouw-gebonden financiering genoemd.

Met een volledige warmtepomp gebruik je geen aardgas meer. De warmte wordt elektrisch opgewekt, waardoor de CO2-uitstoot van je huis daalt met gemiddeld 50 tot 60 procent. Er bestaat subsidie voor.

Een andere optie is de zogenoemde hybride warmtepomp. Die wordt naast je cv geplaatst en is goedkoper dan een volledige warmtepomp. De hybride pomp, een soort omgekeerde koelkastmotor, doet het meeste werk. De cv-ketel gaat alleen aan als het erg koud is, en zorgt voor warm water in je keuken en douche. Met een hybride pomp daalt je CO2-uitstoot ongeveer 35 procent.

Tussenstap

Milieu Centraal denkt dat de hybride warmtepomp voor veel mensen een goed alternatief kan zijn, maar waarschuwt ook: “Bij een slecht geïsoleerd huis is een (hybride) warmtepomp een slecht idee”, zegt Puk van Meegeren van Milieu Centraal. “De warmte vliegt gewoon de deur uit en het huis is niet warm genoeg te krijgen. Ook de radiatoren moeten er geschikt voor zijn.”

Een hybride warmtepomp is bovendien een tussenstap. Uiteindelijk moet Nederland helemaal van het gas af. Dus zul je de jaren na aanschaf moeten gebruiken om nog een switch te maken naar helemaal gasloos. Milieu Centraal heeft alle informatie over alternatieven voor aardgas op een rijtje gezet, inclusief kosten en subsidiemogelijkheden.

Het grote probleem bij warmtepompen is de aanschafprijs. Anders dan bij zonnepanelen heb je zo’n pomp niet snel terugverdiend. In het beste geval heb je op het eind van de levensduur deze duurzame warmte voor hetzelfde geld als bij je traditionele cv. Je verdient er dus niet op, zoals bij zonnepanelen wel het geval is.

Bij een hybride warmtepomp, waarbij je nog voor een deel gas gebruikt, ben je wel goedkoper uit dan met alleen aardgas. Want je verdient hem in 10 jaar terug, terwijl de levensduur 15 jaar is. En je CO2-uitstoot gaat flink naar beneden.

Kosten hybride warmtepomp, gemiddeld:

aanschaf: 4.000 euro

subsidie: 1.500 – 1.800 euro

beparing per jaar: 240 euro. Dit is bij een gemiddeld gasverbruik in een matig geïsoleerd huis.

(Bron: Milieu Centraal)

“Ons belangrijkste advies is verder dat je nooit stap 1 moet overslaan: kijken naar je isolatie. Als ergens isolatie ontbreekt, is isoleren voor besparing van CO2 én geld de slimste stap. Doe dus eerst een isolatiecheck, breng vervolgens de isolatie aan en ga als derde stap pas denken over een warmtepomp.”

Puk van Meegeren van Milieu Centraal heeft sinds een jaar zelf een hybride warmtepomp in zijn huis. Hij heeft gemerkt dat hij toch nog wat moet doen aan z’n radiatoren, om de warmtepomp beter te benutten en de gasketel minder hoeft te branden. Hij bespaart een paar tientjes aan energiekosten per jaar, maar heeft dan ook een lager energieverbruik dan gemiddeld. Tegelijk stoot hij minder CO2 uit.

 . . . . . . . . . . . . .
~~OOOOOOOOOOOOOO~~

 . . . . . . . . . . . . .

 

Afbeeldingsresultaat voor logo Deloitte        13 maart 2018

Zonnepanelen kunnen de helft van de Nederlandse elektriciteitsbehoefte opwekken

Zelfs in het lang niet altijd zonnige Nederland heeft zonne-energie veel potentie. Als er op elk daarvoor geschikt dak zonnepanelen zouden worden gelegd, kunnen deze voorzien in bijna de helft van de huidige Nederlandse elektriciteitsvraag. Dat blijkt uit een data-analyse die onderdeel is van Deloitte’s State of the State-programma.

Klik hier om verder te lezen
 . . . . . . . . . . . . .
~~OOOOOOOOOOOOOO~~

 . . . . . . . . . . . . .

De gasloze kassen komen er aan

Planten kunnen niet zonder koolstofdioxide en warmte. Toch kunnen kassen op termijn prima zonder gas. Tijdens een bijeenkomst van de Greenport Aalsmeer werd het haarfijn uitgelegd.

Gasleiding naar kas
De CO2 die bijvoorbeeld bij afvalverbranding vrijkomt, kan naar de kas worden geleid. Dit geldt ook voor restwarmte van de industrie en waar mogelijk van warmte uit de grond. Wil je als tuinder afscheid nemen van je gasleverancier, dan moet je bedrijf aangesloten zijn op netwerken die die warmte en CO2 leveren. Zowel de tuinders als de industrie staan daarvoor in de startblokken. Maar voor het realiseren van dergelijke netwerken, is wel steun vanuit de (rijks)overheid nodig.

Om de CO2 in de kassen te krijgen, zijn bronnen nodig die hun CO2 kunnen leveren en een leidingsnetwerk om de CO2 bij de bedrijven te krijgen. In de Haarlemmermeer, in het PrimA4a-gebied tussen de Westeinderplassen en de A4, gaat OCAP in de loop van 2018 de basisleiding aanleggen. De kassen in PrimA4a kunnen dan vanaf 2019 CO2 van Shell Pernis en bio-ethanolproducent Alco gebruiken. De bedoeling is dat op afzienbare termijn rest-CO2 van (bijvoorbeeld) afvalverwerker AEB (Amsterdam) beschikbaar komt. Om dat te realiseren werken OCAP, LTO Glaskracht Nederland, Greenport Aalsmeer, de gemeente Haarlemmermeer en de provincie Noord-Holland nauw samen.

Om de kassen, vooral ’s winters, te verwarmen kan in veel gebieden in Nederland geothermie (aardwarmte) gebruikt worden. Met deze techniek wordt de natuurlijke warmte van diep gelegen aardlagen aangeboord. In GreenPort Noord-Holland Noord wordt hiervan op Agriport A7 en bij Floricultura in Heemskerk al gebruik gemaakt. Of dit ook in de Greenport Aalsmeer op grote schaal mogelijk is, wil de provincie Noord-Holland nog verder onderzoeken.

CO2-afvang en duurzame warmte zijn weliswaar voor het aardgasverbruik en de CO2-uitstoot zeer gunstig, ze vergen in eerste instantie wel enorme investeringen. Gedeputeerde Economische Zaken Jaap Bond van de provincie Noord-Holland: “Wil je de tuinbouwsector echt helpen verduurzamen, dan moet je als overheid zorgen dat deze technieken binnen bereik van de ondernemers komen. Als alle tuinders overschakelen op duurzame energiebronnen, kan bovendien de gaskraan in Groningen een flink stuk dichtgedraaid worden.”

Bron: Greenport Noord-Holland Noord

Publicatiedatum: 20-2-2018

. . . . . . . . . . . . .

~~OOOOOOOOOOOOOO~~

 . . . . . . . . . . . . .

“Warmtekracht kan kerncentrales vervangen”

IB – Bron: Belga

 De sector van de warmtekrachtkoppeling schat dat er tegen 2025, wanneer volgens de huidige wetgeving de laatste kerncentrale de deuren moet sluiten, duizend megawatt aan vermogen kan bijkomen. Dat is het equivalent van een grote kerncentrale. © Bart Leye

De sector van de warmtekrachtkoppeling mengt zich in het debat over het Energiepact. “Zo krijgen we de puzzel van de duurzame energie gelegd”, klinkt het vandaag in De Standaard.

Warmtekrachtkoppeling of WKK-centrales draaien ook op brandstoffen, maar ze  recupereren de warmte die daarbij vrijkomt voor de verwarming van pakweg tuinbouwserres, industriële processen of ziekenhuizen. Daardoor verbruiken ze 20 tot 30 procent minder.

De overgang naar een energiebevoorrading zonder kernenergie zou zo vergemakkelijkt kunnen worden

De organisatie schat dat er tegen 2025, wanneer volgens de huidige wetgeving de laatste kerncentrale de deuren moet sluiten, 1.000 megawatt aan vermogen kan bijkomen. Dat is het equivalent van een grote kerncentrale.  “De WKK-technologie vindt steeds meer haar weg naar kmo’s en gezinnen”, zegt directeur Senne Gabriels van Cogen Vlaanderen in de krant.

De sector denkt met de nieuwe groei de overgang naar een energiebevoorrading zonder kernenergie makkelijker te kunnen maken. Volgens een studie van netbeheerder Elia zouden er acht tot negen gascentrales bij moeten komen tegen 2025 om het wegvallen van kernenergie op te vangen. Door het gebruik van warmtekrachtkoppeling zouden het er hooguit zeven moeten zijn.

. . . . . . . . . . . . .

~~OOOOOOOOOOOOOO~~

 . . . . . . . . . . . . .

     17 januari 2018

Zweeds architectenbureau Plantagon ontwerpt kantoorgebouw met stadsboerderij

Schuin geplaatst glas aan de kant van de gewassen, recht geplaatst glas aan de kant van de kantoren Illustratie | Plantagon

The World Food Building wordt momenteel gebouwd in de Zweedse stad Linköping en zou in 2020 klaar moeten zijn. Architectenbureau Plantagon ontwierp het 60 meter hoge kantoorgebouw dat tegelijk ook een verticaal akker is. De kantoren, verdeeld over 17 verdiepingen, zullen aan de noordkant van het gebouw liggen, zodat de gewassen aan de zuidkant zo veel mogelijk zon krijgt via schuin geplaatst glas.

In de serres zal voedsel geproduceerd worden met hydrocultuurtechnologie, een techniek waarbij de gewassen worden ondergedompeld in nutriëntrijk water. Deze techniek is tegenwoordig erg populair onder de stadslandbouwexperts omdat er maar weinig land nodig is om het proces te doen slagen.

Zo weinig mogelijk hulpbronnen

Plantagon noemt zijn aanpak “agritechtuur”, een mengwoord dat de termen agricultuur, technologie en architectuur omvat. Hun doel is om zo veel mogelijk voedsel te produceren op een zo klein mogelijke ecologische voetafdruk en door zo weinig mogelijk water en andere bronnen te gebruiken, maar toch de hoogste kwaliteit te waarborgen. Het gebouw wordt verwarmd via een nabije afvalverbranding- en biogasinstallatie. Deze installaties voorzien ook brandstof voor voedselproductie.

Symbiotisch voedselproductiesysteem

Plantagon zegt dat ze symbiotische oplossingen gebruiken om grote, industriële voedselproductiesystemen te ontwikkelen. Deze systemen kunnen op hun beurt overtollige warmte, biomassa en zelfs koolstofdioxide omzetten in kwalitatieve eigenschappen voor lokale voedselproductie.

Bronnen recycleren die normaalgezien als afval beschouwd worden, is volgens Plantagon de sleutel tot het succes van stadslandbouw in de toekomst.

. . . . . . . . . . . . .

~~OOOOOOOOOOOOOO~~

 . . . . . . . . . . . . .

 

Zo duurzaam zijn die windmolens niet

Groen           Frank Straver

De snelle groei van het aantal windmolenparken gaat soms ten koste van mens en milieu. © ANP

Windturbines maken vergt veel metalen en mineralen. Het delven daarvan schaadt mens en milieu. Tijd voor een ‘faire’ molen, vindt ook de windsector zelf.

Ze staan er om het klimaat te redden door groene stroomproductie. Toch zijn windturbines niet volledig duurzaam te noemen. De snelle groei van het aantal windmolenparken gaat soms ten koste van mens en milieu, stelt de duurzame ontwikkelingsorganisatie ActionAid in een nieuwe studie. Voor de productie van windmolens zijn allerlei metalen en (soms schaarse) mineralen nodig. Mijnbouwbedrijven winnen die, hoofdzakelijk in Azië, Zuid-Amerika en Afrika. Dat gaat gepaard met ‘milieuschade en mensenrechtenschendingen’, concludeert de Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (Somo), die de studie voor ActionAid uitvoerde.

Somo noemt gevallen van kinderarbeid in Congo bij winning van kobalt, behalve voor windmolens ook voor elektrische auto-accu’s een veelgevraagde grondstof. Intensieve mijnbouwactiviteiten schaden de natuur. Zo leidt koperwinning in Zambia tot watervervuiling. Regels en lokale controle ontbreken. Het is echt niet zo, weet ActionAid, dat mijnen alleen maar metalen en mineralen winnen voor de windmolenindustrie. Dat is slechts een van de afnemers. Maar de snel groeiende sector is wel een steeds prominentere klant. De bouw van windmolens moet wereldwijd toenemen, volgens het klimaatakkoord van Parijs. Ook in Nederland. De komende jaren worden er vijf grote nieuwe windmolenparken in zee gebouwd. Dat is, wat het kabinet betreft, de opmaat naar veel meer.

Het gebrek aan aandacht voor duurzame ingrediënten van windmolens is ‘een blinde vlek’

Uitstekend, zegt adviseur Maria van der Heide van ActionAid, al die extra groene energie. “Maar waarborg dan wel dat de windmolens gemaakt zijn van eerlijke materialen.” Zeker bij windmolens, toch een paradepaardje van de groene industrie, zou dat zo moeten zijn. Moderne turbines zijn steeds groter, waardoor de afname van grondstoffen groeit. Verder maken ze vaak gebruik van een magnetisch systeem, waarvoor het moeilijk winbare aardmetaal neodymium nodig is.

‘Blinde vlek’

‘Een blinde vlek’, zo noemt Somo het gebrek aan aandacht voor duurzame ingrediënten van windmolens. In Nederland, maar ook in andere landen. Bedrijven, zoals de grootste turbinefabrikanten Siemens en Vestas, leggen er geen adequate verslaggeving over af. De overheid stelt ook geen groene eisen aan de molens bij subsidies en vergunningen. De Nederlandse sector is zelf wel aan het denken geslagen, op verzoek van het ministerie van buitenlandse zaken. Volgende week is er een denksessie van de duurzame energiebranche, over de gevolgen van schone energie op het gebied van milieu en mensenrechten.

De wind­mo­len­in­du­strie is slechts een van de afnemers van metalen, maar wel een steeds prominentere klant

De brancheorganisatie Nederlandse WindEnergie Associatie (NWEA) is mede-initiatiefnemer. Die club wil overleg over de risico’s, en welke verantwoordelijkheden windparkbouwers hebben. “We kunnen ijzer en mineralen nu niet gegarandeerd duurzaam inkopen op de wereldmarkt”, zegt een woordvoerder. “Goed zicht op de oorsprong ontbreekt.” Volgens ActionAid kan de Nederlandse overheid ook helpen bij het uitsluiten van misstanden. Van der Heide oppert dat de overheid ‘eerlijk gewonnen mineralen’ verplicht kan stellen.

Lokale controle op mijnbouwbedrijven blijft ook nodig. Je kunt als afnemer wel protocollen en eisen opstellen, leerde de discussie over ‘bloedsteenkolen’ en ‘fout goud’, maar dat lost mogelijke misstanden lokaal niet plotsklaps op. De internationale windmolensector maakt zelf al plannen om de meest omstreden grondstoffen te vervangen door een verantwoord alternatief. Turbinebouwers kunnen neodymium uit oude mobieltjes gaan hergebruiken, hoopt NWEA.

Lees ook:

In ‘Onderstroom’ is te zien hoe het plan voor een windmolenpark het Friese dorpje Pingjum op zijn kop zette. Een gelaagd verhaal, dat behalve over windturbines gaat over geld, macht en democratie.

. . . . . . . . . . . . .

~~OOOOOOOOOOOOOO~~

 . . . . . . . . . . . . .

Energieopslag en Duurzame Energie vormt trend voor 2018

donderdag 4 jan 2018                                  

duurzame energie & energieopslag

Energieopslag en Duurzame Energie vormt trend voor 2018

De energietransitie is in volle gang. Logisch, gezien de strakke Europese doelstellingen die we in 2050 moeten behalen. De bouw- en vastgoedsector moet zorgen voor 20 procent minder energieverbruik. Daarnaast moet 20 procent van het totale energieverbruik afkomstig zijn uit hernieuwbare energie, zoals wind- en zonne-energie.

BENG-eisen gaan van kracht op 1 januari 2021 en zorgen voor een eerste impuls richting een vastgoedvoorraad die gebruikmaakt van duurzame energieopwekking. Diverse initiatieven zorgen in Nederland voor enerzijds een stimulans van de plaatsing van zonnepanelen op particuliere woningen, anderzijds voor het gezamenlijk opzetten van windparken en decentrale energieopwekking.

Naarmate leefomgevingen meer gebruik maken van Smart Grids, wordt de inrichting van het elektriciteitsnetwerk belangrijker. Een veelgehoord kritiekpunt op het all-electric maken van woningen is de piekbelasting en de afwezigheid van energieopwekking in de grauwe en donkere  winterdagen.

Om die reden krijgt energieopslag een belangrijk onderdeel binnen dit thema. Kansen rondom het werken met batterijen en het uitwisselen van energie met auto’s worden langzaam zichtbaar voor partijen die zich bezighouden met verduurzaming van de gebouwde omgeving.

Lees meer over Energieopslag en Duurzame Energie

. . . . . . . . . . . . .

~~OOOOOOOOOOOOOO~~

 . . . . . . . . . . . . .

Chocolade bedreigd door klimaatopwarming

Archiefbeeld.
Thinkstock Archiefbeeld.
Wetenschappers voorspellen dat er over 40 jaar geen chocolade meer zal zijn, omdat cacaoplanten het moeilijk hebben door de klimaatopwarming. Als er geen stappen ondernomen worden, zal de klimaatopwarming fatale gevolgen hebben voor de plant en bijgevolg dus ook voor de chocolade-industrie.

Cacaoplanten groeien enkel ter hoogte van de evenaar onder erg specifieke omstandigheden, zoals een hoge vochtigheidsgraad en overvloedige regenval. Volgens de US National Oceanic and Atmospheric Administration zal de temperatuur de komende 30 jaar echter 2,1 graden stijgen. Hierdoor zullen de cacaoplantages naar hogere gebieden verplaatst moeten worden, waar het kouder is.

In die hogere gebieden leven echter een heleboel wilde dieren. Landen zoals Ivoorkust en Ghana, die verantwoordelijk zijn voor meer dan de helft van de wereldwijde chocoladeproductie, staan dus voor een dilemma: gaan ze voor het behoud van de cacaoplant of voor het behoud van de wilde dieren?

286 chocoladerepen per jaar

Volgens een onderzoek genaamd ‘The destruction by chocolate’ eet de gemiddelde westerse consument zo’n 286 chocoladerepen per jaar. In België ligt dat gemiddelde zelfs nog iets hoger. Om 286 repen te maken, zijn tien cacaoplanten nodig. Daaruit wordt dan cacao en cacaoboter ontgonnen, twee hoofdingrediënten van chocolade.

Doug Hawkins, een van de onderzoekers, stelt dat het tekort aan cacao de komende jaren dus al kan oplopen tot 100.000 ton, omdat de cacaolandbouw hopeloos verouderd is. „In tegenstelling tot heel wat andere landbouwtakken heeft de cacaoteelt niet kunnen profiteren van nieuwe technieken. Meer dan 90 procent van de globale productie is nog steeds in handen van kleine boeren die met verouderd materiaal werken”, zegt hij.

. . . . . . . . . . . . .

~~OOOOOOOOOOOOOO~~

 . . . . . . . . . . . . .

‘Regeling zonnepanelen niet versoberen’

Een monteur van zonnepanelen aan het werk ANP

Twintig maatschappelijke organisaties en brancheorganisaties roepen minister Wiebes van Klimaat op om de huidige regeling voor zonnepanelen niet te versoberen. Zonnepaneel-eigenaren krijgen nu nog een gunstige vergoeding voor de stroom die zij zelf niet gebruiken en aan het net leveren. De regering wil die vergoeding verlagen omdat de regeling door het eigen succes te duur wordt.

Bijna een half miljoen huishoudens in Nederland hebben zonnepanelen. Als de zon schijnt en het huishouden op dat moment minder stroom nodig heeft, wordt er geleverd aan het elektriciteitsnet. Voor die geleverde stroom krijgt de eigenaar even veel vergoed als hij zelf moet betalen als hij op een ander moment stroom afneemt. Met deze salderingsregeling kunnen eigenaren hun investering binnen acht jaar terugverdienen, stellen de twintig organisaties.

Nu de regering een versobering heeft aangekondigd, zakt de omzet in zonnepanelen in, zeggen de organisaties. “De verkoop van zonnepanelen was booming”, zegt Dick Reijman van UNETO-VNI, de brancheorganisatie voor installatiebedrijven. “De opgewekte energie groeit met 90 procent per jaar. Nu de regering de salderingsregeling wil afschaffen, is bij de bedrijven duidelijk voelbaar dat het minder hard loopt.”

Versobering

De regering wil de salderingsregeling mogelijk per 2020 versoberen. Een huishouden zou dan bijvoorbeeld minder vergoed krijgen per kilowattuur. Dan duurt het dus langer voor de investering is terugverdiend.

Volgens de twintig organisaties is dat kortzichtig. “Tegenover de lagere inkomsten aan energiebelasting staan duizenden banen, die de schatkist juist meer inkomsten opleveren uit btw, loonbelasting en winstbelasting”, schrijven de organisaties in een brief aan de minister. De brief is onder meer ondertekend door de Consumentenbond, de vereniging van woningcorporaties Aedes en Milieudefensie.

Efficiënter

Het gaat volgens het kabinet niet alleen om de kosten. De huidige regeling stimuleert particulieren om meer energie op te wekken dan noodzakelijk en dat kan ook leiden tot problemen met het elektriciteitsnetwerk. Daar zou dan flink in geïnvesteerd moeten worden om meer elektriciteit aan te kunnen. Bovendien stimuleert het niet de creatie van opslagmogelijkheden van elektriciteit, dat zou veel efficiënter zijn. De Tweede Kamer behandelt morgen de begroting van Economische Zaken en Klimaat.

. . . . . . . . . . . . .

~~OOOOOOOOOOOOOO~~

 . . . . . . . . . . . . .

 

 

Dertien projecten Kas als Energiebron in 2018

Voor het programma Kas als Energiebron zijn recent 13 projectvoorstellen goedgekeurd door het ministerie van Economische Zaken en LTO Glaskracht Nederland, en TKI Tuinbouw en Uitgangsmaterialen. Dit op advies van de Ondernemersgroep Kas als Energiebron. Het is weer een brede mix van projecten op teeltgebied, techniek, praktijktoepassing en langere termijn.
De volgende projecten gaan van start:
Lager energieverbruik potplanten
Monitoring energie innovaties in de praktijk
Pieken zonder pieken en voor de piek uit
Winterlichtkas 2018
Energiebesparen door flexibel energiemanagement met big data technieken
Chrysant in balans
KasKiesWijzer
Hoe werkt een kalanchoë
Hortisensor: regeling belichting, schermen en CO2 op behoefte
Demo Noppenfoliekas
Tuinbouw in Nederland fossielvrij
Consultancy: Verkenning Bio-LNG perspectief voor CO2 voorziening
Perfecte chrysant (verlenging)
Het programma Kas als Energiebron is een samenwerkingsprogramma van het ministerie van Economische Zaken en LTO Glaskracht Nederland om de verduurzaming op energiegebied mogelijk te maken. Het totale programma wordt door beide partijen gefinancierd.
.

 

Publicatiedatum: 12-12-2017

….

. . . . . . . . . . . . .

~~OOOOOOOOOOOOOO~~

 . . . . . . . . . . . . .

 

 

Eerste verticale kas in Zweden zal 5500 mensen per jaar voeden

Zweden laat opnieuw zien dat het een van de landen is die het meest betrokken zijn bij het milieu. Plantagon, een duurzaam architectuurbedrijf, en het bouwbedrijf Sweco, zijn begonnen aan de bouw van het World Food Building: de eerste verticale kas in het land.
Het piramidevormige gebouw zal 59 meter hoog zijn en ruimte bieden aan kantoren, maar een van de zijden zal uitschuifbare potten hebben die dienst kunnen doen als een kas.
“Het doel van Plantagon is de beste ontwikkelaar van slimme stedelijke voedselsystemen ter wereld te worden,” volgens een vertegenwoordiger van het bedrijf, dat projecten heeft in Europa, Azië en Noord-Amerika.
De nieuwe kas, die wordt gebouwd in de stad Linkoping, op twee uur van Stockholm, zal bijna 500.000 kilo gewassen per jaar kunnen produceren. Daarmee zou je jaarlijks 5500 mensen kunnen voeden.
Naast een biogas- en een afvalverbrandingsinstallatie 
De locatie van het gebouw is niet willekeurig gekozen. Het zal worden gevestigd tussen een biogasinstallatie en een verbrandingsinstallatie, twee medestanders die in hun branche voorbeelden zijn voor duurzaamheid.
De biogasinstallatie recycleert afval van huizen en gebouwen in de regio en produceert CO2 en voedingsstoffen die door de kas zullen worden gebruikt. Ook het organische afval van het World Food Building zal naar de biogasinstallatie worden gestuurd. Het afvalverbrandingsbedrijf, dat elektriciteit uit afval produceert, zal dit ook aan de kas leveren.
Restwarmte van het gebouw zal worden opgeslagen in containers onder de kas en zal worden gebruikt om de kantoren aan de andere kant te verwarmen.

Bron: lainformacion.com

 

Publicatiedatum: 27-11-2017

. . . . . . . . . . . . .

~~OOOOOOOOOOOOOO~~

 . . . . . . . . . . . . .

Zes multinationals zetten in op recyclebare plastic verpakkingen

11-10-2017 15:59 | Door: Rianne Lachmeijer                                                                      

Dat meldt Werner & Mertz in een persbericht.

In 2050 zit er meer plastic in de oceaan dan vis. Daarom willen Unilever, Mars, M&S, PepsiCo, The Coca-Cola Company, en Werner & Mertz ervoor zorgen dat zij voor 2025 over zijn op 100 procent herbruikbare, recycleerbare en composteerbare plastic verpakkingen.

In het Catalysing Action rapport heeft New Plastics Economy Intiative een actieplan opgesteld om het aantal plastic deeltjes te verminderen. Volgens het rapport kan momenteel 20 procent van het plastic hergebruikt worden en 50 procent op een rendabele manier worden gerecycleerd.

Het New Plastics Economy initiative spoort de hele industrie aan om het voorbeeld van deze zes multinationals te volgen. “Dit soort initiatieven zijn essentieel voor de transitie naar een plastic-economie waar plastic niet langer afval is,” zegt New Plastics Economy initiative op de website.

Bron: Werner & Mertz | Afbeelding: Shutterstock.com

. . . . . . . . . . . . .

~~OOOOOOOOOOOOOO~~

 . . . . . . . . . . . . .

 

 

 

‘Onzichtbare’ zonnedakpan maakt monumenten duurzaam Duurzaam zonnedak

03-10-2016 14:50 | Door: Fitria Jelyta           

Met de zonnedakpannen zegt Zep elk dak geschikt te kunnen maken voor het opwekken van groene stroom. Het bedrijf verwerkt bijna onzichtbare zonnecellen in dakpannen. Hierdoor wordt het mogelijk om de esthetische eigenschappen van gebouwen te behouden. Het zonnedaksysteem is inmiddels toegepast op de Priesnitzhoeve in de Gelderse plaats Rheden.

Duurzame monumenten

Volgens Zep kunnen gebouweigenaren vaak geen zonnepanelen installeren op beeldbepalende panden of monumenten, omdat dit wordt verboden door welstands- en monumentencommissies. De zonnedakpan van Zep is echter wel goedgekeurd in onder meer Groningen, Rheden, Montfoort, Haarlem en Woerden. De producent verwacht dat het zonnedaksysteem overal in Nederland wordt toegestaan.

Zonnedakpan Zep

Meer zonnedaken

Daarnaast produceren de zonnedakpannen meer elektriciteit dan traditionele zonnepanelen, stelt Zep. “Een gemiddeld dak met 45 vierkante meter aan zonnepannen levert 4.500 kilowatt stroom per jaar”, zegt Joost de Graaf van Zep, in een persbericht. “Dat is meer dan een huishouden gemiddeld verbruikt.”

Ook biedt het systeem een oplossing voor gebouwen die vanwege een schoorsteen, dakkapellen en dakramen te weinig ruimte hebben voor zonnepanelen.

Zonne-energie

Inmiddels zijn de aanvragen voor de zonnedakpan van Zep toegenomen. De Graaf: “Hier zitten veel mensen op te wachten. Ook mensen die zonnepanelen op hun dak lelijk vinden. De zonnepan combineert het uiterlijk van een dakpan met de voordelen van een zonnepaneel. Dit is de zonne-energie van de toekomst.”

Op 7 oktober wordt de zonnedakpan officieel gepresenteerd. Voor de zonnedakpan is het bedrijf geselecteerd als een van de finalisten van De Blauwe Tulp Innovation Awards.

Bron: Zep | Foto: Hoofdafbeelding: Elias Gayles via Flickr, Creative Commons,

. . . . . . . . . . . . .

~~OOOOOOOOOOOOOO~~

 . . . . . . . . . . . . .

 

 

        di 24 oktober 2017

Duurzame champignonkwekerij benut eigen afvalstoffen Meer artikelen

Champignons bij kweker

Champignonkwekerij ’t Voske heeft de ambitie  om volledig energie- en klimaatneutraal te worden. Met de innovatieve mestverbrander die ze hebben uitgevonden willen ze hun eigen afvalstoffen benutten.

Arjan Heeren, directeur eigenaar van ’t Voske, spreekt met trots over zijn innovatieve champost-verbrander: “Met steun van de WBSO brengen we de techniek steeds verder. Wat we nu doen, gebeurt nog nergens in de wereld.”

Innovatie vanuit mislukt project

’t Voske heeft de afgelopen jaren diverse projecten op haar naam gezet.  Heeren: “Goede en mislukte projecten. De verbrander van de champost is het meest vernieuwende. Champost is de mest die overblijft na de champignonteelt. Vanuit een mislukt project zijn we samen met ECN Petten verder gaan werken aan een nieuw type ketel. Daarin combineren we delen van bestaande techniek en nieuwe technieken.”

Beste verbrandingsprincipe

Voor de zogenaamde wervelbedketel die de champost verbrandt heeft ‘t Voske gezocht naar het beste verbrandingsprincipe en naar het juiste materiaalgebruik op de deeltechnieken. Resultaat is dat nu ook de zwaardere delen die in de eerste verbrandingsfase overblijven alsnog volledig verbranden.

Octrooi

Heeren: “De eerste proeven zijn heel positief. We hebben gekozen voor de meest zuivere verbranding. Naast verbranding willen we champost gaan verwaarden door er as aan toe te voegen en dat daarna tot korrels te persen. Op de verbrandingstechnologie is octrooi verleend. We zijn klaar voor een grootschalig demoproject waarin de praktijk de technologie moet bewijzen.”

Regelgeving en commerciële haalbaarheid

“Helaas lopen we nog tegen regelgeving aan”, voegt Heeren toe. “Die schrijft hogere temperaturen voor dan voor onze verbranding nodig is.” ‘t Voske onderzoekt de commerciële haalbaarheid van een proeffabriek. Het bedrijf is ook op zoek naar de juiste partijen om de financiën rond te krijgen op een industriële locatie. “We zijn er dus nog niet en zullen naar verwachting meer nieuwe  dingen moeten uitvinden.”

WBSO houdt je scherp

Maar Heeren is optimistisch. Dankzij onder andere de WBSO heeft zijn bedrijf meer armlengte. “De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) geeft de nodige ondersteuning met kundige, betrokken medewerkers die meedenken over onze toekomst. Je moet goed nadenken voor je een WBSO-aanvraag doet. Is het echt nieuw wat je gaat doen? Wat is daar voor nodig? Het spreekt voor zich dat de regeling de nodige kwaliteitseisen stelt. Dat houdt je als bedrijf ook scherp.”

WBSO: ook voor procesinnovatie

Vernieuwt u net als ’t Voske uw productieproces? Dat de WBSO ook procesinnovaties ondersteunt, is wat minder bekend. In de brochure Procesinnovatie – Belastingvoordeel voor innovatieve ondernemers leest u hoe de WBSO, maar ook andere regelingen en instanties u (financieel) kunnen ondersteunen.

Andere ondersteuning

’t Voske maakt naast de WBSO ook gebruik van EIA, SDE en Topsector Energie (TSE) en heeft in het verleden een Green Deal gekregen voor de champostverbranding. Bekijk hoe ’t Voske energie bespaart.

. . . . . . . . . . . . .

~~OOOOOOOOOOOOOO~~

 . . . . . . . . . . . . .

 

 

Beter Leven-keurmerk: in tien jaar van 6 naar 1600 boeren

anp

In tien jaar tijd is het aantal boeren dat voor het Beter Leven-keurmerk produceert, gestegen van zes naar 1600. In 2007 begonnen zes kippenboeren voorzichtig met een experiment: zij hielden vleeskuikens die meer ruimte kregen in de stal en een overdekte uitloop. Daarmee kwamen ze in aanmerking voor het destijds nieuwe keurmerk dat de Dierenbescherming verleent aan veehouders die aandacht besteden aan dierenwelzijn.

Het experiment is inmiddels uit zijn jasje gegroeid. Nu produceren 1600 veehouders voor het Beter Leven-keurmerk, twee keer zo veel als in 2012. Zij houden samen circa 31 miljoen dieren.

Die enorme stijging is dit jaar ook terug te zien in de supermarkt. Volgens marktonderzoeker IRI zullen consumenten dit jaar zo’n 1,4 miljard euro uitgeven aan vlees en vleeswaren met één, twee of drie sterren. In 2016 was dat nog 907 miljoen euro.

Sterrensysteem

Het sterrensysteem werkt simpel: hoe meer sterren op de verpakking staan van bijvoorbeeld leverworst of karbonade, hoe diervriendelijker het product tot stand is gekomen.

Eén ster betekent dat het varken of de kip nog wel zijn leven in de stal heeft doorgebracht, maar daar meer ruimte en speeltjes heeft gehad. Twee sterren wil zeggen: een uitloop naar buiten. En drie sterren betekent nog meer ruimte om te leven en te spelen, met speelmateriaal.

“In de reguliere veehouderij krijgen beesten geen speelgoed en dan gaan ze elkaar uit verveling bijten of aan elkaar pikken met alle verwondingen van dien”, zegt Niels Dorland van de Dierenbescherming. “Ook komen ziektes veel meer voor als ze zo op elkaar gepropt leven.”

‘Bedankt boeren’

De komende week zendt de dierenwelzijnsorganisatie radiospotjes uit waarin boeren worden bedankt voor de inzet in de afgelopen tien jaar. Dorland: “Het ligt inderdaad niet direct voor de hand om boeren te bedanken, maar in dit geval is dat terecht. Het gaat dan natuurlijk wel om de boeren die voor het Beter Leven-keurmerk hebben gekozen en dus hun steentje hebben bijgedragen aan het diervriendelijker maken van de veehouderij.”

Nog altijd hebben 2500 veehouders in ons land nul sterren. Zij produceren nog op de ouderwetse manier en dan ook vooral voor het buitenland, waar de lat qua dierenwelzijn vaak lager ligt. “Wij lopen als Nederland voorop, maar we zijn nog niet klaar. We moeten doorpakken, want 2500 vind ik nog veel te veel.”

 

. . . . . . . . . . . . .

~~OOOOOOOOOOOOOO~~

 . . . . . . . . . . . . .

Waterkracht kan in potentie halve wereld voorzien van elektriciteit

Waterkracht kan in potentie halve wereld voorzien van elektriciteit

donderdag 21 september 2017

Waterkracht heeft de potentie om bijna de halve wereld te voorzien van elektriciteit, zeggen energiewetenschappers van de Universiteit Utrecht. Maar omdat het potentieel slecht in kaart is gebracht was dit tot op heden nog niet bekend. De onderzoekers publiceerden hun resultaten in het wetenschappelijke tijdschrift Nature Energy.

Waterkracht vertegenwoordigt ongeveer 72 procent van de wereldwijde hernieuwbare elektriciteit en levert op dit moment zestien procent van alle elektriciteit in de wereld. Waterkracht kan, afhankelijk van de locatie, nog veel meer leveren, en dus een mogelijk alternatief vormen voor fossiele brandstoffen. Bovendien is waterkracht zeer flexibel en in staat tot energieopslag en kan daarom een aanvulling zijn op zonne- en windenergie. Desondanks was informatie over potentiële toekomstige waterkracht op wereldniveau in termen van potentieel en kosten veel minder toegankelijk dan voor andere hernieuwbare energiebronnen.

Potentieelschatting slecht toegankelijk

Voorheen kwam de meeste informatie over de wereldwijde bijdrage van waterkracht van enquêtes van nationale overheden. De onderliggende onderzoeksmethode was veelal onbekend en van uiteenlopende kwaliteit. Onderzoekers van de Universiteit Utrecht, het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en Wageningen University & Research hebben dit flink verbeterd met een consistente methodologie die met behulp van zeer hoge resolutiekaarten bijna vier miljoen individuele locaties over de hele wereld evalueert. Op deze manier vonden de onderzoekers 60.000 geschikte locaties die samen, in potentie, 9.49 PWh/jr (petawattuur per jaar) kunnen leveren. Ter vergelijking, het wereldwijde elektriciteitsverbruik in 2016 is ongeveer twintig petawattuur per jaar.

Voor- en nadelen

Voor ontwikkelde regio’s zoals Europa of Noord-Amerika geven de bestaande enquêtes een redelijk beeld van het waterkrachtpotentieel. Maar dit is anders voor ontwikkelingsregio’s, zoals Afrika en Azië, waarvoor vrijwel geen goede gegevens beschikbaar zijn. De Utrechtse onderzoekers laten zien dat er in Afrika, Zuid-Amerika en Azië nog zo’n vijf petawattuur economisch kan worden geproduceerd. Er kleven echter ook nadelen aan waterkracht, zoals voor natuur en broeikasgasemissies. Zo produceren sommige waterreservoirs bijvoorbeeld methaan, wat een negatieve impact heeft op het klimaat. De onderzoekers hebben zich in deze studie alleen gefocust op het energiepotentieel, maar ze menen dat deze nieuwe inzichten waardevol zijn in het vinden van gebalanceerde oplossingen die rekening houden met klimaat, mensen en biodiversiteit.

 

. . . . . . . . . . . . .

~~OOOOOOOOOOOOOO~~

 . . . . . . . . . . . . .

 

Zonnepanelen op het dak van Museon in Den Haag. © ANP

In subsidiegeld wint de zon het nu van de wind

Het Rijk geeft voor het eerst meer steun aan zonne-energieprojecten

Nederland staat een kleine hausse aan zonnepanelen te wachten, afgaand op de subsidies voor duurzame energie die het Rijk heeft uitgedeeld in de eerste helft van dit jaar.

Voor het eerst gaat er meer subsidiegeld naar grote zonnepanelenprojecten dan naar de bouw van windmolens.

Het ministerie van Economische Zaken publiceerde maandag zijn halfjaarlijkse overzicht van de subsidies die onder de Stimuleringsregeling Duurzame Energie (SDE+) zijn verstrekt. Het gaat het om grote zonneparken in velden en om grote projecten op daken van kantoren. Zonnepanelen van particulieren op daken van woningen vallen er niet onder.

Het verzet van omwonenden tegen de vaak enorme windmolens groeit

Het Rijk trok in het eerste half jaar 2,8 miljard euro uit voor zonne-energie (4.400 projecten), tegen 2,2 miljard voor windenergie op land (68 projecten). Windmolens op land ondervinden de laatste tijd veel concurrentie van windmolenparken op zee, die almaar goedkoper worden en inmiddels minder kosten dan landturbines. Bovendien groeit het verzet van omwonenden tegen de vaak enorme windmolens.

Het ministerie kan niet zeggen of dat inderdaad de oorzaken zijn dat wind voor het eerst gepasseerd is door zon. ‘Wij kennen de motieven van de aanvragers niet’, zegt een woordvoerder. Wel stelt In subsidiegeld wint de zon het nu van de windminister Henk Kamp van Economische Zaken dat de kostprijs van technologieën om elektriciteit uit zonlicht op te wekken steeds lager wordt.                               © ANP

14 procent

Als alle 4.400 zonnepanelen-projecten die deze ronde subsidie kregen er over anderhalf jaar liggen, zoals de subsidieregels voorschrijven, leveren ze jaarlijks genoeg stroom voor ongeveer 677 duizend huishoudens.

Met de miljarden van SDE+ hoopt de overheid de doelstelling van 14 procent ‘hernieuwbare’ energie in 2020 te halen. Op dit moment komt 6 procent van de energie die in Nederland wordt opgewekt uit duurzame bron.

In subsidiegeld wint de zon het nu van de wind

© ANP

In de eerste halfjaarlijkse ronde van dit jaar is in totaal 5,8 miljard euro subsidie toegezegd, voor ruim 4.500 projecten (veruit de meeste dus met zonnepanelen). Dat is een ruime verdubbeling ten opzichte van de tweede helft van vorig jaar. Toen kregen 2.200 projecten steun. In de eerste helft van 2016 waren dat er nog minder dan duizend.

Kamp meldde de Tweede Kamer maandag dat er sinds 2008 aan 29.500 projecten subsidie is gegeven. Hiervan is volgens hem inmiddels 24 procent gereed, 62 procent is nog in ontwikkeling en 14 procent heeft de eindstreep niet gehaald.

. . . . . . . . . . . . .

~~OOOOOOOOOOOOOO~~

 . . . . . . . . . . . . .

Warmtepomp maakt warm tapwater zonder aardgas

Warmtepomp maakt warm tapwater zonder aardgas   

De Q-ton warmtapwater warmtepomp maakt 90ºC warm tapwater met de energie uit de buitenlucht, zonder aardgas. Duurzaam Gebouwd-partner Coolmark presenteerde resultaten uit een onderzoek over deze pomp.

Belangrijke resultaten uit het onderzoek zijn dat de Q-ton 54% bespaart op energiekosten, 70% minder CO2 uitstoot en er geen sprake is van gebruik van aardgas. Nieman Raadgevende Ingenieurs en Bureau CRG stelden een gecontroleerde gelijkwaardigheidsverklaring op, zo is vooraf de invloed op de energieprestatie inzichtelijk.

Duurzaam opwekken

De warmtepomp gebruikt voor ongeveer 75% hernieuwbare energie uit de buitenlucht. De 25% hulpenergie kan duurzaam worden opgewekt, uit wind- of zonne-energie. Door de energie om te zetten in heet water is het eenvoudig om energie op te slaan in een opslagtank.

 

. . . . . . . . . . . . .

~~OOOOOOOOOOOOOO~~

 . . . . . . . . . . . . .

Stedin: ‘Nieuwbouwwijk zonder aardgas is goed mogelijk’

04-08-2017 13:29 | Door: Hidde Middelweerd     

Netbeheerder Stedin testte de afgelopen drie jaar een ‘all-electric’-energienet in de Gorinchemse wijk Hoog Dalem. Samen met 42 deelnemende huishoudens werd de combinatie van zonnepanelen, slimme energiesturingssystemen, opslagaccu’s en warmtepompen getest. De conclusie? Een nieuwbouwwijk zonder aardgas is goed mogelijk.

Dat meldt Stedin in een persbericht.

Proeftuin

Stedin wilde met de proeftuin drie vragen beantwoorden:

  • Is het elektriciteitsnet van vandaag opgewassen tegen de energievraag van morgen?
  • Hoe benutten we lokaal opgewekte (zonne)stroom optimaal en welke rol speelt energieopslag hierbij?
  • Hoe beoordelen bewoners de oplossingen die worden ontwikkeld?

David Peters, directeur Strategie & Innovatie van Stedin: “Voor Stedin is proeftuin Hoog Dalem een succes. Op de vooraf gestelde vragen zijn antwoorden gekomen waarmee Stedin verder kan werken aan het creëren van infrastructuren die de energietransitie mogelijk maken.”

Energienet

De pilot wees uit dat de stroomkabels die Stedin tegenwoordig aanlegt in nieuwbouwwijken toekomstbestendig zijn. Ze hebben volgens Stedin voldoende capaciteit om een aardgasloze wijk van de toekomst van energie te voorzien.

Daarnaast verwacht Stedin dat energieopslag een sleutelrol gaat spelen. Slimme sturingssystemen, die bepalen wanneer een accu op- of ontlaadt, zijn hierin belangrijk.

Bewoners

De pilot wees daarnaast uit dat de slagingskans van een project verhoogd wordt wanneer deelnemers echt betrokken worden en kunnen meedenken over het geïmplementeerde energiesysteem.

 

. . . . . . . . . . . . .

~~OOOOOOOOOOOOOO~~

 . . . . . . . . . . . . .

Duurzaam en biologisch voedsel heuse beleggingstrend

Beurs“Biologische voeding is een markt geworden van tientallen miljarden euro’s wereldwijd. Hoe kunnen beleggers inspelen op deze trend?”, schrijft het FD.

De krant ‘ontdekt’ dat de markt voor gezond voedsel, verbouwd met respect voor mens en milieu, ‘hip’ is. Wie zich verheugt op een spannend beleggingsadvies in trendy techfood of spannende startups, komt van een koude kermis thuis. De krant houdt het bij de constatering dat de markt voor ‘duurzaam voedsel’ (dat meer omvat dan alleen biologisch en 8% marktaandeel heeft) in Nederland in 2015 met 12% groeide en een hoog groeitempo vasthoudt.

“Biologisch is de snelst groeiende categorie binnen voedingsmiddelen”, zegt Reginald Watson, analist bij ING. Zijn collega Cedric Lecamp van de Zwitserse vermogensbeheerder Pictet AM ziet het iets breder. “Ongezond eten is een serieuze bedreiging voor onze gezondheid, en bedrijven die daarop inspelen zijn de winnaars van morgen”, zegt hij. Welke dat zijn, mag de belegger nog altijd zelf ontdekken.

Bron: Foodlog

 

. . . . . . . . . . . . .

~~OOOOOOOOOOOOOO~~

 . . . . . . . . . . . . .

© ANP

Zonnepark zo groot als provincie Utrecht kan Nederland voorzien van stroom

Bijna de oppervlakte van de provincie Utrecht of meer dan de helft van Limburg. 35 bij 35 kilometer: dat is de ruimte die nodig is voor een zonnepark om Nederland te voorzien van de hoeveelheid stroom die nu wordt gebruikt, zegt hoogleraar zonne-energie Wim Sinke.

Tesla-baas en ondernemer Elon Musk roept het al jaren, en afgelopen weekeinde weer op een bijeenkomst met Amerikaanse gouverneurs: ‘slechts’ 160 bij 160 kilometer is nodig om de volledige Verenigde Staten te voorzien van zonnestroom, plus nog eens een paar vierkante kilometer voor accu’s. Het is een gigantische lap grond, maar een stipje op de landkaart. Bijvoorbeeld een hoekje van Texas, waar de zon vaak schijnt.

Nederland heeft natuurlijk minder elektriciteit nodig dan de VS, maar verhoudingsgewijs heeft ons land meer ruimte nodig. ,,In Texas levert de zon twee tot drie keer meer elektriciteit op dan in Nederland en de verschillen tussen zomer en winter zijn groter, waardoor hier seizoensopslag nodig is”, legt Wim Sinke (61) uit, naast hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam werkzaam voor ECN Solar Energy.

Zonnepanelendak

De prijzen van zonnepanelen zijn spectaculair gedaald en het rendement gestegen, waardoor steeds minder ruimte nodig is.

Wim Sinke

,,Men denkt vaak dat zonne-energie oppervlakteverslindend is, maar geschikte ruimte is overal te vinden en niet de beperkende factor.” Eén gigantisch veld ter grootte van de helft van Limburg is dan ook geen logische optie, aldus de hoogleraar die de oppervlakte van 35 bij 35 kilometer ter illustratie noemt, net als Elon Musk.

Musk ziet het liefst dat Amerikanen zijn nieuwe zonnepanelendak massaal gaan gebruiken. Als er alleen zonnepanelen op daken worden gelegd, in optimale richting, is volgens Sinke in Nederland een oppervlakte van 25 bij 25 vierkante kilometer al voldoende. ,,In een veld moet er ruimte zitten tussen de panelen, om schaduw te voorkomen en erbij te kunnen.”

Aantrekkelijk

Wat wél een beperkende factor kan worden volgens Sinke, is het draagvlak in de samenleving. ,,Het moet zodanig zijn dat mensen zonnepanelen aantrekkelijk vinden.” Maar als het aan hem ligt, kan de overgang naar zonne-energie niet snel genoeg gaan. Al denkt hij dat in Nederland een mix met windenergie de toekomst is. ,,De technologische ontwikkelingen gaan zeer hard. De prijzen van zonnepanelen zijn spectaculair gedaald en het rendement gestegen, waardoor steeds minder ruimte nodig is. En dat gaat nog wel even door zo.”

In Nederland verschijnen al steeds meer zonneparken. Met een vermogen van 30 megawatt is de grootste die bij Delfzijl, goed voor het verbruik van zo’n 10.000 huishoudens.


 

. . . . . . . . . . . . .

~~OOOOOOOOOOOOOO~~

 . . . . . . . . . . . . .

   Foto: Leo Gensen

‘Het grootste probleem voor de bij in Nederland is het gebrek aan biodiversiteit’

Gepubliceerd: 07 juli 2017 12:5607-07-17 12:56Laatste update: 10 juli 2017 10:3010-07-17 10:30

“Het is een lastig beroep”, vertelt beroepsimker Leo Gensen van Het Bijenhuis in deze editie van In de Praktijk. “Je kunt niet je geld verdienen met alleen het oogsten van honing of alleen bestuiving, een combinatie van activiteiten is noodzakelijk voor een gezond bedrijf.”

Bijen worden wereldwijd bedreigd, dit gegeven leidde de laatste jaren tot meer aandacht voor het belang van het beestje. “Het aantal hobbyimkers groeit, daarvan zijn er zeker tienduizend in Nederland. Maar het aantal mensen dat bijen professioneel houdt en er voor hun inkomen volledig van afhankelijk is? Met een stuk of vijfentwintig is het wel gedaan.”

Hoe ben je in het vak gerold?

“Mijn vader was een hobbyimker. Ik moest hem regelmatig helpen en eigenlijk vond ik er niks aan. Toen mijn moeder ziek werd en mijn vader voor haar moest zorgen kwam de imkerij meer op mijn schouders terecht en kreeg ik er meer lol in. In het begin onderhield ik de bijen naast mijn baan als technisch adviseur, maar één bijenvolk werden er twee, drie en meer. In 2009 maakte ik de stap naar fulltime ondernemen. In één bijenvolk zitten trouwens wel vijftig- tot zestigduizend bijen. En natuurlijk een koningin.”

Wat doe je om je bedrijf gezond te houden?

“Met Het Bijenhuis telen we bijenvolken en organiseren we bestuiving voor bedrijven in de groente- en fruitteelt. Zowel in het open veld, zoals bij appels en peren, als in de kas bij onder meer aardbeien, courgettes en aubergines. Bij zo’n beetje alles dat op ons bordje komt is een bij betrokken. Daarnaast geef ik les over bijenteelt en verkopen we onze eigen honing: HNYB (“honey bee”). In totaal levert dat ons een jaaromzet van rond de acht ton op, maar wij zijn dan ook wel gelijk een van de grootste imkerijen in Nederland.

Met onze honing richten we ons ook specifiek op de Islamitische markt. Nederlanders vinden honing lekker in de thee of op een pannenkoek, maar in veel Arabische landen wordt honing gezien als geneesmiddel. We verkopen veel aan Islamitische speciaalzaken. Bijzonder aan HNBY is dat het zogenoemde ‘koud geslingerde’ honing is. Honing in de supermarkt wordt verhit om het langer houdbaar te maken. Hiermee gaan helaas ook veel enzymen en mineralen verloren die er bij ons in blijven zitten, omdat we de honing niet behandelen.”

Waarom is jouw vak een lastig beroep?

“Om als beroepsimker te overleven in Nederland moet je een combinatie van activiteiten maken, omdat één activiteit onvoldoende omzet oplevert om de broek op te houden. Je moet weten dat een bij enorm veel moeite moet doen om zijn kostje bij elkaar te scharrelen. Het feit dat bijen bedreigd worden, wordt vaak verklaard door het gebruik van bestrijdingsmiddelen, maar dit is maar een deel van het probleem.

Het grootste probleem voor de bij is het gebrek aan biodiversiteit. Zeker in een land als Nederland. Ons land is te veel een monocultuur, er is een gebrek aan diversiteit in planten en bloemen en dus een gebrek aan gevarieerd voedsel voor de bij. En dan wordt je sneller ziek. Veel imkers voeden hun bijen bij met suikerwater, maar erg voedzaam is dat ook niet. Zet mij maar eens op een dieet van alleen hamburgers, dat is ook niet goed.

Als imker moet je daarom heel hard je best doen om je bijen vitaal te houden. Wij reizen met onze bijenvolken bijvoorbeeld naar Duitsland om ze de ruimte te geven om hun eten te verzamelen. Hiervoor heb je ook allerlei vergunningen nodig van instanties. In een busje met zo’n 250 bijenvolken (meer dan twaalf miljoen bijen) rijden we naar een open veld waar ze een paar uur rondvliegen. En ja, ze komen allemaal weer terug.”

Wat kunnen we in Nederland doen om bijen te helpen?

“Ik maak me persoonlijk hard voor de bij door het gesprek aan te gaan met overheidsinstanties en bedrijven. Kennisoverdracht is enorm belangrijk. Ook kunnen we ons gezamenlijk inzetten voor het verbeteren van de biodiversiteit. Tegen ‘gewone mensen’, en ook allen die dit weekend onze zaak bezoeken, zeg ik: kijk eens naar je tuin. Is deze insectvriendelijk? Je hoeft echt geen bijen te gaan houden, maar plant eens wat vaker bloemen en haal eens wat van die tegels weg. Dat geeft hommels, bijen, vlinders en andere beestjes die belangrijk zijn voor ons voortbestaan meer ruimte.”

 

. . . . . . . . . . . . .

~~OOOOOOOOOOOOOO~~

 . . . . . . . . . . . . . 

Groeien groenten straks langs de muur?

Op de testwand van de ‘Bayerische Landesanstalt für Weinbau und Gartenbau’ (LWG) in Veitshöcheim groeien groenten sinds woensdag 31 mei 2017 in de ware zin van het woord in de hoogte – en dan niet vanuit de grond omhoog, maar van boven naar beneden langs een muur. Met het pilotproject ‘Gemüsefassade’ (groentengevel) wil men testen of de tegenwoordig reeds gebruikte systeemoplossingen met beplante voorgevels, ook voor de groententeelt geschikt zijn. De vier testwanden met elk een teeltoppervlak van circa 6 m² zullen daarbij gedurende een periode van twee jaar getest worden op hun geschiktheid voor de praktijk.


Op de foto ziet men het afvoersysteem aan de onderkant van de testmuren. Hierdoor gaat het overtollige water niet verloren, maar wordt weer toegevoerd in het systeem voor de volgende keer gieten. Foto:  Bayerische Landesanstalt für Weinbau und Gartenbau, Veitshöchheim

Testmuur
Op een meer dan 20 meter lange muur op de LWG-campus in Veitshöchheim werden voor de test vier verschillende systeemoplossingen voor de begroeiing van de gevels geïnstalleerd, onderverdeeld in vier afzonderlijke testoppervlakken. “De systemen werden reeds succesvol ingezet bij de gevelbeplanting met vaste planten en sierplanten ingezet. “Ons doel is echter om de systemen ook te testen op de geschiktheid voor de groententeelt”, legt Florian Demling uit. De Bachelor of Science voor tuinbouw die zich bij de LWG bezighoudt met bouw en vegetatietechniek, leidt de test. Het doel van het Beierse onderzoeksproject is om de mogelijkheden van dak- en gevelbeplanting in het kader van ‘Urban Gardenings’ te onderzoeken, oftewel de teelt van groenten en fruit in steden.


Testleider Florian Demling naast één van de systemen. Foto: Bayerische Landesanstalt für Weinbau und Gartenbau, Veitshöchheim

De muur komt tot leven – de test begint
Bij het planten en zaaien op 31 mei 2017 werden in totaal 392 slaplanten en 196 aardbeienplanten geplant evenals 196 sperziebonen gezaaid. Daarmee is een levendige muur ontstaan – de ‘Living Wall’. De keuze voor de planten is bewust gemaakt want sla, bonen en aardbeien stellen soortgelijke eisen aan bemesting en bewatering.

Nu begint voor Florian Demling het echte werk. “In het middelpunt van de test staat de individuele plantontwikkeling”, legt hij uit. De vitaliteit van de planten wordt regelmatig gecontroleerd, en daarnaast is vooral het eindresultaat, oftewel de uitval bij de oogst, belangrijk voor de totale beoordeling. Uiteindelijk moet zo vast worden gesteld welk systeem het beste geaccepteerd wordt door de planten.

Publicatiedatum: 22-6-2017

. . . . . . . . . . . . .

~~OOOOOOOOOOOOOO~~

 . . . . . . . . . . . . .