Categories

Archives

A sample text widget

Etiam pulvinar consectetur dolor sed malesuada. Ut convallis euismod dolor nec pretium. Nunc ut tristique massa.

Nam sodales mi vitae dolor ullamcorper et vulputate enim accumsan. Morbi orci magna, tincidunt vitae molestie nec, molestie at mi. Nulla nulla lorem, suscipit in posuere in, interdum non magna.

Berichten


De gasloze kassen komen er aan

Planten kunnen niet zonder koolstofdioxide en warmte. Toch kunnen kassen op termijn prima zonder gas. Tijdens een bijeenkomst van de Greenport Aalsmeer werd het haarfijn uitgelegd.

Gasleiding naar kas
De CO2 die bijvoorbeeld bij afvalverbranding vrijkomt, kan naar de kas worden geleid. Dit geldt ook voor restwarmte van de industrie en waar mogelijk van warmte uit de grond. Wil je als tuinder afscheid nemen van je gasleverancier, dan moet je bedrijf aangesloten zijn op netwerken die die warmte en CO2 leveren. Zowel de tuinders als de industrie staan daarvoor in de startblokken. Maar voor het realiseren van dergelijke netwerken, is wel steun vanuit de (rijks)overheid nodig.

Om de CO2 in de kassen te krijgen, zijn bronnen nodig die hun CO2 kunnen leveren en een leidingsnetwerk om de CO2 bij de bedrijven te krijgen. In de Haarlemmermeer, in het PrimA4a-gebied tussen de Westeinderplassen en de A4, gaat OCAP in de loop van 2018 de basisleiding aanleggen. De kassen in PrimA4a kunnen dan vanaf 2019 CO2 van Shell Pernis en bio-ethanolproducent Alco gebruiken. De bedoeling is dat op afzienbare termijn rest-CO2 van (bijvoorbeeld) afvalverwerker AEB (Amsterdam) beschikbaar komt. Om dat te realiseren werken OCAP, LTO Glaskracht Nederland, Greenport Aalsmeer, de gemeente Haarlemmermeer en de provincie Noord-Holland nauw samen.

Om de kassen, vooral ’s winters, te verwarmen kan in veel gebieden in Nederland geothermie (aardwarmte) gebruikt worden. Met deze techniek wordt de natuurlijke warmte van diep gelegen aardlagen aangeboord. In GreenPort Noord-Holland Noord wordt hiervan op Agriport A7 en bij Floricultura in Heemskerk al gebruik gemaakt. Of dit ook in de Greenport Aalsmeer op grote schaal mogelijk is, wil de provincie Noord-Holland nog verder onderzoeken.

CO2-afvang en duurzame warmte zijn weliswaar voor het aardgasverbruik en de CO2-uitstoot zeer gunstig, ze vergen in eerste instantie wel enorme investeringen. Gedeputeerde Economische Zaken Jaap Bond van de provincie Noord-Holland: “Wil je de tuinbouwsector echt helpen verduurzamen, dan moet je als overheid zorgen dat deze technieken binnen bereik van de ondernemers komen. Als alle tuinders overschakelen op duurzame energiebronnen, kan bovendien de gaskraan in Groningen een flink stuk dichtgedraaid worden.”

Bron: Greenport Noord-Holland Noord

Publicatiedatum: 20-2-2018

. . . . . . . . . . . . .

~~OOOOOOOOOOOOOO~~

 . . . . . . . . . . . . .

“Warmtekracht kan kerncentrales vervangen”

IB – Bron: Belga
 De sector van de warmtekrachtkoppeling schat dat er tegen 2025, wanneer volgens de huidige wetgeving de laatste kerncentrale de deuren moet sluiten, duizend megawatt aan vermogen kan bijkomen. Dat is het equivalent van een grote kerncentrale. © Bart Leye

De sector van de warmtekrachtkoppeling mengt zich in het debat over het Energiepact. “Zo krijgen we de puzzel van de duurzame energie gelegd”, klinkt het vandaag in De Standaard.

Warmtekrachtkoppeling of WKK-centrales draaien ook op brandstoffen, maar ze  recupereren de warmte die daarbij vrijkomt voor de verwarming van pakweg tuinbouwserres, industriële processen of ziekenhuizen. Daardoor verbruiken ze 20 tot 30 procent minder.

De overgang naar een energiebevoorrading zonder kernenergie zou zo vergemakkelijkt kunnen worden

De organisatie schat dat er tegen 2025, wanneer volgens de huidige wetgeving de laatste kerncentrale de deuren moet sluiten, 1.000 megawatt aan vermogen kan bijkomen. Dat is het equivalent van een grote kerncentrale.  “De WKK-technologie vindt steeds meer haar weg naar kmo’s en gezinnen”, zegt directeur Senne Gabriels van Cogen Vlaanderen in de krant.

De sector denkt met de nieuwe groei de overgang naar een energiebevoorrading zonder kernenergie makkelijker te kunnen maken. Volgens een studie van netbeheerder Elia zouden er acht tot negen gascentrales bij moeten komen tegen 2025 om het wegvallen van kernenergie op te vangen. Door het gebruik van warmtekrachtkoppeling zouden het er hooguit zeven moeten zijn.

. . . . . . . . . . . . .

~~OOOOOOOOOOOOOO~~

 . . . . . . . . . . . . .

     17 januari 2018

Zweeds architectenbureau Plantagon ontwerpt kantoorgebouw met stadsboerderij

Schuin geplaatst glas aan de kant van de gewassen, recht geplaatst glas aan de kant van de kantoren Illustratie | Plantagon

The World Food Building wordt momenteel gebouwd in de Zweedse stad Linköping en zou in 2020 klaar moeten zijn. Architectenbureau Plantagon ontwierp het 60 meter hoge kantoorgebouw dat tegelijk ook een verticaal akker is. De kantoren, verdeeld over 17 verdiepingen, zullen aan de noordkant van het gebouw liggen, zodat de gewassen aan de zuidkant zo veel mogelijk zon krijgt via schuin geplaatst glas.

In de serres zal voedsel geproduceerd worden met hydrocultuurtechnologie, een techniek waarbij de gewassen worden ondergedompeld in nutriëntrijk water. Deze techniek is tegenwoordig erg populair onder de stadslandbouwexperts omdat er maar weinig land nodig is om het proces te doen slagen.

Zo weinig mogelijk hulpbronnen

Plantagon noemt zijn aanpak “agritechtuur”, een mengwoord dat de termen agricultuur, technologie en architectuur omvat. Hun doel is om zo veel mogelijk voedsel te produceren op een zo klein mogelijke ecologische voetafdruk en door zo weinig mogelijk water en andere bronnen te gebruiken, maar toch de hoogste kwaliteit te waarborgen. Het gebouw wordt verwarmd via een nabije afvalverbranding- en biogasinstallatie. Deze installaties voorzien ook brandstof voor voedselproductie.

Symbiotisch voedselproductiesysteem

Plantagon zegt dat ze symbiotische oplossingen gebruiken om grote, industriële voedselproductiesystemen te ontwikkelen. Deze systemen kunnen op hun beurt overtollige warmte, biomassa en zelfs koolstofdioxide omzetten in kwalitatieve eigenschappen voor lokale voedselproductie.

Bronnen recycleren die normaalgezien als afval beschouwd worden, is volgens Plantagon de sleutel tot het succes van stadslandbouw in de toekomst.

. . . . . . . . . . . . .

~~OOOOOOOOOOOOOO~~

 . . . . . . . . . . . . .

 

Zo duurzaam zijn die windmolens niet

Groen           Frank Straver

De snelle groei van het aantal windmolenparken gaat soms ten koste van mens en milieu. © ANP

Windturbines maken vergt veel metalen en mineralen. Het delven daarvan schaadt mens en milieu. Tijd voor een ‘faire’ molen, vindt ook de windsector zelf.

Ze staan er om het klimaat te redden door groene stroomproductie. Toch zijn windturbines niet volledig duurzaam te noemen. De snelle groei van het aantal windmolenparken gaat soms ten koste van mens en milieu, stelt de duurzame ontwikkelingsorganisatie ActionAid in een nieuwe studie. Voor de productie van windmolens zijn allerlei metalen en (soms schaarse) mineralen nodig. Mijnbouwbedrijven winnen die, hoofdzakelijk in Azië, Zuid-Amerika en Afrika. Dat gaat gepaard met ‘milieuschade en mensenrechtenschendingen’, concludeert de Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (Somo), die de studie voor ActionAid uitvoerde.

Somo noemt gevallen van kinderarbeid in Congo bij winning van kobalt, behalve voor windmolens ook voor elektrische auto-accu’s een veelgevraagde grondstof. Intensieve mijnbouwactiviteiten schaden de natuur. Zo leidt koperwinning in Zambia tot watervervuiling. Regels en lokale controle ontbreken. Het is echt niet zo, weet ActionAid, dat mijnen alleen maar metalen en mineralen winnen voor de windmolenindustrie. Dat is slechts een van de afnemers. Maar de snel groeiende sector is wel een steeds prominentere klant. De bouw van windmolens moet wereldwijd toenemen, volgens het klimaatakkoord van Parijs. Ook in Nederland. De komende jaren worden er vijf grote nieuwe windmolenparken in zee gebouwd. Dat is, wat het kabinet betreft, de opmaat naar veel meer.

Het gebrek aan aandacht voor duurzame ingrediënten van windmolens is ‘een blinde vlek’

Uitstekend, zegt adviseur Maria van der Heide van ActionAid, al die extra groene energie. “Maar waarborg dan wel dat de windmolens gemaakt zijn van eerlijke materialen.” Zeker bij windmolens, toch een paradepaardje van de groene industrie, zou dat zo moeten zijn. Moderne turbines zijn steeds groter, waardoor de afname van grondstoffen groeit. Verder maken ze vaak gebruik van een magnetisch systeem, waarvoor het moeilijk winbare aardmetaal neodymium nodig is.

‘Blinde vlek’

‘Een blinde vlek’, zo noemt Somo het gebrek aan aandacht voor duurzame ingrediënten van windmolens. In Nederland, maar ook in andere landen. Bedrijven, zoals de grootste turbinefabrikanten Siemens en Vestas, leggen er geen adequate verslaggeving over af. De overheid stelt ook geen groene eisen aan de molens bij subsidies en vergunningen. De Nederlandse sector is zelf wel aan het denken geslagen, op verzoek van het ministerie van buitenlandse zaken. Volgende week is er een denksessie van de duurzame energiebranche, over de gevolgen van schone energie op het gebied van milieu en mensenrechten.

De wind­mo­len­in­du­strie is slechts een van de afnemers van metalen, maar wel een steeds prominentere klant

De brancheorganisatie Nederlandse WindEnergie Associatie (NWEA) is mede-initiatiefnemer. Die club wil overleg over de risico’s, en welke verantwoordelijkheden windparkbouwers hebben. “We kunnen ijzer en mineralen nu niet gegarandeerd duurzaam inkopen op de wereldmarkt”, zegt een woordvoerder. “Goed zicht op de oorsprong ontbreekt.” Volgens ActionAid kan de Nederlandse overheid ook helpen bij het uitsluiten van misstanden. Van der Heide oppert dat de overheid ‘eerlijk gewonnen mineralen’ verplicht kan stellen.

Lokale controle op mijnbouwbedrijven blijft ook nodig. Je kunt als afnemer wel protocollen en eisen opstellen, leerde de discussie over ‘bloedsteenkolen’ en ‘fout goud’, maar dat lost mogelijke misstanden lokaal niet plotsklaps op. De internationale windmolensector maakt zelf al plannen om de meest omstreden grondstoffen te vervangen door een verantwoord alternatief. Turbinebouwers kunnen neodymium uit oude mobieltjes gaan hergebruiken, hoopt NWEA.

Lees ook:

In ‘Onderstroom’ is te zien hoe het plan voor een windmolenpark het Friese dorpje Pingjum op zijn kop zette. Een gelaagd verhaal, dat behalve over windturbines gaat over geld, macht en democratie.

. . . . . . . . . . . . .

~~OOOOOOOOOOOOOO~~

 . . . . . . . . . . . . .

Energieopslag en Duurzame Energie vormt trend voor 2018

donderdag 4 jan 2018                                  

duurzame energie & energieopslag

Energieopslag en Duurzame Energie vormt trend voor 2018

De energietransitie is in volle gang. Logisch, gezien de strakke Europese doelstellingen die we in 2050 moeten behalen. De bouw- en vastgoedsector moet zorgen voor 20 procent minder energieverbruik. Daarnaast moet 20 procent van het totale energieverbruik afkomstig zijn uit hernieuwbare energie, zoals wind- en zonne-energie.

BENG-eisen gaan van kracht op 1 januari 2021 en zorgen voor een eerste impuls richting een vastgoedvoorraad die gebruikmaakt van duurzame energieopwekking. Diverse initiatieven zorgen in Nederland voor enerzijds een stimulans van de plaatsing van zonnepanelen op particuliere woningen, anderzijds voor het gezamenlijk opzetten van windparken en decentrale energieopwekking.

Naarmate leefomgevingen meer gebruik maken van Smart Grids, wordt de inrichting van het elektriciteitsnetwerk belangrijker. Een veelgehoord kritiekpunt op het all-electric maken van woningen is de piekbelasting en de afwezigheid van energieopwekking in de grauwe en donkere  winterdagen.

Om die reden krijgt energieopslag een belangrijk onderdeel binnen dit thema. Kansen rondom het werken met batterijen en het uitwisselen van energie met auto’s worden langzaam zichtbaar voor partijen die zich bezighouden met verduurzaming van de gebouwde omgeving.

Lees meer over Energieopslag en Duurzame Energie

. . . . . . . . . . . . .

~~OOOOOOOOOOOOOO~~

 . . . . . . . . . . . . .

Chocolade bedreigd door klimaatopwarming

Archiefbeeld.
Thinkstock Archiefbeeld.
Wetenschappers voorspellen dat er over 40 jaar geen chocolade meer zal zijn, omdat cacaoplanten het moeilijk hebben door de klimaatopwarming. Als er geen stappen ondernomen worden, zal de klimaatopwarming fatale gevolgen hebben voor de plant en bijgevolg dus ook voor de chocolade-industrie.

Cacaoplanten groeien enkel ter hoogte van de evenaar onder erg specifieke omstandigheden, zoals een hoge vochtigheidsgraad en overvloedige regenval. Volgens de US National Oceanic and Atmospheric Administration zal de temperatuur de komende 30 jaar echter 2,1 graden stijgen. Hierdoor zullen de cacaoplantages naar hogere gebieden verplaatst moeten worden, waar het kouder is.

In die hogere gebieden leven echter een heleboel wilde dieren. Landen zoals Ivoorkust en Ghana, die verantwoordelijk zijn voor meer dan de helft van de wereldwijde chocoladeproductie, staan dus voor een dilemma: gaan ze voor het behoud van de cacaoplant of voor het behoud van de wilde dieren?

286 chocoladerepen per jaar

Volgens een onderzoek genaamd ‘The destruction by chocolate’ eet de gemiddelde westerse consument zo’n 286 chocoladerepen per jaar. In België ligt dat gemiddelde zelfs nog iets hoger. Om 286 repen te maken, zijn tien cacaoplanten nodig. Daaruit wordt dan cacao en cacaoboter ontgonnen, twee hoofdingrediënten van chocolade.

Doug Hawkins, een van de onderzoekers, stelt dat het tekort aan cacao de komende jaren dus al kan oplopen tot 100.000 ton, omdat de cacaolandbouw hopeloos verouderd is. „In tegenstelling tot heel wat andere landbouwtakken heeft de cacaoteelt niet kunnen profiteren van nieuwe technieken. Meer dan 90 procent van de globale productie is nog steeds in handen van kleine boeren die met verouderd materiaal werken”, zegt hij.

. . . . . . . . . . . . .

~~OOOOOOOOOOOOOO~~

 . . . . . . . . . . . . .

‘Regeling zonnepanelen niet versoberen’

Een monteur van zonnepanelen aan het werk ANP

Twintig maatschappelijke organisaties en brancheorganisaties roepen minister Wiebes van Klimaat op om de huidige regeling voor zonnepanelen niet te versoberen. Zonnepaneel-eigenaren krijgen nu nog een gunstige vergoeding voor de stroom die zij zelf niet gebruiken en aan het net leveren. De regering wil die vergoeding verlagen omdat de regeling door het eigen succes te duur wordt.

Bijna een half miljoen huishoudens in Nederland hebben zonnepanelen. Als de zon schijnt en het huishouden op dat moment minder stroom nodig heeft, wordt er geleverd aan het elektriciteitsnet. Voor die geleverde stroom krijgt de eigenaar even veel vergoed als hij zelf moet betalen als hij op een ander moment stroom afneemt. Met deze salderingsregeling kunnen eigenaren hun investering binnen acht jaar terugverdienen, stellen de twintig organisaties.

Nu de regering een versobering heeft aangekondigd, zakt de omzet in zonnepanelen in, zeggen de organisaties. “De verkoop van zonnepanelen was booming”, zegt Dick Reijman van UNETO-VNI, de brancheorganisatie voor installatiebedrijven. “De opgewekte energie groeit met 90 procent per jaar. Nu de regering de salderingsregeling wil afschaffen, is bij de bedrijven duidelijk voelbaar dat het minder hard loopt.”

Versobering

De regering wil de salderingsregeling mogelijk per 2020 versoberen. Een huishouden zou dan bijvoorbeeld minder vergoed krijgen per kilowattuur. Dan duurt het dus langer voor de investering is terugverdiend.

Volgens de twintig organisaties is dat kortzichtig. “Tegenover de lagere inkomsten aan energiebelasting staan duizenden banen, die de schatkist juist meer inkomsten opleveren uit btw, loonbelasting en winstbelasting”, schrijven de organisaties in een brief aan de minister. De brief is onder meer ondertekend door de Consumentenbond, de vereniging van woningcorporaties Aedes en Milieudefensie.

Efficiënter

Het gaat volgens het kabinet niet alleen om de kosten. De huidige regeling stimuleert particulieren om meer energie op te wekken dan noodzakelijk en dat kan ook leiden tot problemen met het elektriciteitsnetwerk. Daar zou dan flink in geïnvesteerd moeten worden om meer elektriciteit aan te kunnen. Bovendien stimuleert het niet de creatie van opslagmogelijkheden van elektriciteit, dat zou veel efficiënter zijn. De Tweede Kamer behandelt morgen de begroting van Economische Zaken en Klimaat.

. . . . . . . . . . . . .

~~OOOOOOOOOOOOOO~~

 . . . . . . . . . . . . .

 

 

Dertien projecten Kas als Energiebron in 2018

Voor het programma Kas als Energiebron zijn recent 13 projectvoorstellen goedgekeurd door het ministerie van Economische Zaken en LTO Glaskracht Nederland, en TKI Tuinbouw en Uitgangsmaterialen. Dit op advies van de Ondernemersgroep Kas als Energiebron. Het is weer een brede mix van projecten op teeltgebied, techniek, praktijktoepassing en langere termijn.
De volgende projecten gaan van start:
Lager energieverbruik potplanten
Monitoring energie innovaties in de praktijk
Pieken zonder pieken en voor de piek uit
Winterlichtkas 2018
Energiebesparen door flexibel energiemanagement met big data technieken
Chrysant in balans
KasKiesWijzer
Hoe werkt een kalanchoë
Hortisensor: regeling belichting, schermen en CO2 op behoefte
Demo Noppenfoliekas
Tuinbouw in Nederland fossielvrij
Consultancy: Verkenning Bio-LNG perspectief voor CO2 voorziening
Perfecte chrysant (verlenging)
Het programma Kas als Energiebron is een samenwerkingsprogramma van het ministerie van Economische Zaken en LTO Glaskracht Nederland om de verduurzaming op energiegebied mogelijk te maken. Het totale programma wordt door beide partijen gefinancierd.
.

 

Publicatiedatum: 12-12-2017

….

. . . . . . . . . . . . .

~~OOOOOOOOOOOOOO~~

 . . . . . . . . . . . . .

 

 

Eerste verticale kas in Zweden zal 5500 mensen per jaar voeden

Zweden laat opnieuw zien dat het een van de landen is die het meest betrokken zijn bij het milieu. Plantagon, een duurzaam architectuurbedrijf, en het bouwbedrijf Sweco, zijn begonnen aan de bouw van het World Food Building: de eerste verticale kas in het land.
Het piramidevormige gebouw zal 59 meter hoog zijn en ruimte bieden aan kantoren, maar een van de zijden zal uitschuifbare potten hebben die dienst kunnen doen als een kas.
“Het doel van Plantagon is de beste ontwikkelaar van slimme stedelijke voedselsystemen ter wereld te worden,” volgens een vertegenwoordiger van het bedrijf, dat projecten heeft in Europa, Azië en Noord-Amerika.
De nieuwe kas, die wordt gebouwd in de stad Linkoping, op twee uur van Stockholm, zal bijna 500.000 kilo gewassen per jaar kunnen produceren. Daarmee zou je jaarlijks 5500 mensen kunnen voeden.
Naast een biogas- en een afvalverbrandingsinstallatie 
De locatie van het gebouw is niet willekeurig gekozen. Het zal worden gevestigd tussen een biogasinstallatie en een verbrandingsinstallatie, twee medestanders die in hun branche voorbeelden zijn voor duurzaamheid.
De biogasinstallatie recycleert afval van huizen en gebouwen in de regio en produceert CO2 en voedingsstoffen die door de kas zullen worden gebruikt. Ook het organische afval van het World Food Building zal naar de biogasinstallatie worden gestuurd. Het afvalverbrandingsbedrijf, dat elektriciteit uit afval produceert, zal dit ook aan de kas leveren.
Restwarmte van het gebouw zal worden opgeslagen in containers onder de kas en zal worden gebruikt om de kantoren aan de andere kant te verwarmen.

Bron: lainformacion.com

 

Publicatiedatum: 27-11-2017

. . . . . . . . . . . . .

~~OOOOOOOOOOOOOO~~

 . . . . . . . . . . . . .

Zes multinationals zetten in op recyclebare plastic verpakkingen

11-10-2017 15:59 | Door: Rianne Lachmeijer                                                                      

Dat meldt Werner & Mertz in een persbericht.

In 2050 zit er meer plastic in de oceaan dan vis. Daarom willen Unilever, Mars, M&S, PepsiCo, The Coca-Cola Company, en Werner & Mertz ervoor zorgen dat zij voor 2025 over zijn op 100 procent herbruikbare, recycleerbare en composteerbare plastic verpakkingen.

In het Catalysing Action rapport heeft New Plastics Economy Intiative een actieplan opgesteld om het aantal plastic deeltjes te verminderen. Volgens het rapport kan momenteel 20 procent van het plastic hergebruikt worden en 50 procent op een rendabele manier worden gerecycleerd.

Het New Plastics Economy initiative spoort de hele industrie aan om het voorbeeld van deze zes multinationals te volgen. “Dit soort initiatieven zijn essentieel voor de transitie naar een plastic-economie waar plastic niet langer afval is,” zegt New Plastics Economy initiative op de website.

Bron: Werner & Mertz | Afbeelding: Shutterstock.com

. . . . . . . . . . . . .

~~OOOOOOOOOOOOOO~~

 . . . . . . . . . . . . .

 

 

 

‘Onzichtbare’ zonnedakpan maakt monumenten duurzaam Duurzaam zonnedak

03-10-2016 14:50 | Door: Fitria Jelyta           

Met de zonnedakpannen zegt Zep elk dak geschikt te kunnen maken voor het opwekken van groene stroom. Het bedrijf verwerkt bijna onzichtbare zonnecellen in dakpannen. Hierdoor wordt het mogelijk om de esthetische eigenschappen van gebouwen te behouden. Het zonnedaksysteem is inmiddels toegepast op de Priesnitzhoeve in de Gelderse plaats Rheden.

Duurzame monumenten

Volgens Zep kunnen gebouweigenaren vaak geen zonnepanelen installeren op beeldbepalende panden of monumenten, omdat dit wordt verboden door welstands- en monumentencommissies. De zonnedakpan van Zep is echter wel goedgekeurd in onder meer Groningen, Rheden, Montfoort, Haarlem en Woerden. De producent verwacht dat het zonnedaksysteem overal in Nederland wordt toegestaan.

Zonnedakpan Zep

Meer zonnedaken

Daarnaast produceren de zonnedakpannen meer elektriciteit dan traditionele zonnepanelen, stelt Zep. “Een gemiddeld dak met 45 vierkante meter aan zonnepannen levert 4.500 kilowatt stroom per jaar”, zegt Joost de Graaf van Zep, in een persbericht. “Dat is meer dan een huishouden gemiddeld verbruikt.”

Ook biedt het systeem een oplossing voor gebouwen die vanwege een schoorsteen, dakkapellen en dakramen te weinig ruimte hebben voor zonnepanelen.

Zonne-energie

Inmiddels zijn de aanvragen voor de zonnedakpan van Zep toegenomen. De Graaf: “Hier zitten veel mensen op te wachten. Ook mensen die zonnepanelen op hun dak lelijk vinden. De zonnepan combineert het uiterlijk van een dakpan met de voordelen van een zonnepaneel. Dit is de zonne-energie van de toekomst.”

Op 7 oktober wordt de zonnedakpan officieel gepresenteerd. Voor de zonnedakpan is het bedrijf geselecteerd als een van de finalisten van De Blauwe Tulp Innovation Awards.

Bron: Zep | Foto: Hoofdafbeelding: Elias Gayles via Flickr, Creative Commons,

. . . . . . . . . . . . .

~~OOOOOOOOOOOOOO~~

 . . . . . . . . . . . . .

 

 

        di 24 oktober 2017

Duurzame champignonkwekerij benut eigen afvalstoffen Meer artikelen

Champignons bij kweker

Champignonkwekerij ’t Voske heeft de ambitie  om volledig energie- en klimaatneutraal te worden. Met de innovatieve mestverbrander die ze hebben uitgevonden willen ze hun eigen afvalstoffen benutten.

Arjan Heeren, directeur eigenaar van ’t Voske, spreekt met trots over zijn innovatieve champost-verbrander: “Met steun van de WBSO brengen we de techniek steeds verder. Wat we nu doen, gebeurt nog nergens in de wereld.”

Innovatie vanuit mislukt project

’t Voske heeft de afgelopen jaren diverse projecten op haar naam gezet.  Heeren: “Goede en mislukte projecten. De verbrander van de champost is het meest vernieuwende. Champost is de mest die overblijft na de champignonteelt. Vanuit een mislukt project zijn we samen met ECN Petten verder gaan werken aan een nieuw type ketel. Daarin combineren we delen van bestaande techniek en nieuwe technieken.”

Beste verbrandingsprincipe

Voor de zogenaamde wervelbedketel die de champost verbrandt heeft ‘t Voske gezocht naar het beste verbrandingsprincipe en naar het juiste materiaalgebruik op de deeltechnieken. Resultaat is dat nu ook de zwaardere delen die in de eerste verbrandingsfase overblijven alsnog volledig verbranden.

Octrooi

Heeren: “De eerste proeven zijn heel positief. We hebben gekozen voor de meest zuivere verbranding. Naast verbranding willen we champost gaan verwaarden door er as aan toe te voegen en dat daarna tot korrels te persen. Op de verbrandingstechnologie is octrooi verleend. We zijn klaar voor een grootschalig demoproject waarin de praktijk de technologie moet bewijzen.”

Regelgeving en commerciële haalbaarheid

“Helaas lopen we nog tegen regelgeving aan”, voegt Heeren toe. “Die schrijft hogere temperaturen voor dan voor onze verbranding nodig is.” ‘t Voske onderzoekt de commerciële haalbaarheid van een proeffabriek. Het bedrijf is ook op zoek naar de juiste partijen om de financiën rond te krijgen op een industriële locatie. “We zijn er dus nog niet en zullen naar verwachting meer nieuwe  dingen moeten uitvinden.”

WBSO houdt je scherp

Maar Heeren is optimistisch. Dankzij onder andere de WBSO heeft zijn bedrijf meer armlengte. “De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) geeft de nodige ondersteuning met kundige, betrokken medewerkers die meedenken over onze toekomst. Je moet goed nadenken voor je een WBSO-aanvraag doet. Is het echt nieuw wat je gaat doen? Wat is daar voor nodig? Het spreekt voor zich dat de regeling de nodige kwaliteitseisen stelt. Dat houdt je als bedrijf ook scherp.”

WBSO: ook voor procesinnovatie

Vernieuwt u net als ’t Voske uw productieproces? Dat de WBSO ook procesinnovaties ondersteunt, is wat minder bekend. In de brochure Procesinnovatie – Belastingvoordeel voor innovatieve ondernemers leest u hoe de WBSO, maar ook andere regelingen en instanties u (financieel) kunnen ondersteunen.

Andere ondersteuning

’t Voske maakt naast de WBSO ook gebruik van EIA, SDE en Topsector Energie (TSE) en heeft in het verleden een Green Deal gekregen voor de champostverbranding. Bekijk hoe ’t Voske energie bespaart.

. . . . . . . . . . . . .

~~OOOOOOOOOOOOOO~~

 . . . . . . . . . . . . .

 

 

Beter Leven-keurmerk: in tien jaar van 6 naar 1600 boeren

anp

In tien jaar tijd is het aantal boeren dat voor het Beter Leven-keurmerk produceert, gestegen van zes naar 1600. In 2007 begonnen zes kippenboeren voorzichtig met een experiment: zij hielden vleeskuikens die meer ruimte kregen in de stal en een overdekte uitloop. Daarmee kwamen ze in aanmerking voor het destijds nieuwe keurmerk dat de Dierenbescherming verleent aan veehouders die aandacht besteden aan dierenwelzijn.

Het experiment is inmiddels uit zijn jasje gegroeid. Nu produceren 1600 veehouders voor het Beter Leven-keurmerk, twee keer zo veel als in 2012. Zij houden samen circa 31 miljoen dieren.

Die enorme stijging is dit jaar ook terug te zien in de supermarkt. Volgens marktonderzoeker IRI zullen consumenten dit jaar zo’n 1,4 miljard euro uitgeven aan vlees en vleeswaren met één, twee of drie sterren. In 2016 was dat nog 907 miljoen euro.

Sterrensysteem

Het sterrensysteem werkt simpel: hoe meer sterren op de verpakking staan van bijvoorbeeld leverworst of karbonade, hoe diervriendelijker het product tot stand is gekomen.

Eén ster betekent dat het varken of de kip nog wel zijn leven in de stal heeft doorgebracht, maar daar meer ruimte en speeltjes heeft gehad. Twee sterren wil zeggen: een uitloop naar buiten. En drie sterren betekent nog meer ruimte om te leven en te spelen, met speelmateriaal.

“In de reguliere veehouderij krijgen beesten geen speelgoed en dan gaan ze elkaar uit verveling bijten of aan elkaar pikken met alle verwondingen van dien”, zegt Niels Dorland van de Dierenbescherming. “Ook komen ziektes veel meer voor als ze zo op elkaar gepropt leven.”

‘Bedankt boeren’

De komende week zendt de dierenwelzijnsorganisatie radiospotjes uit waarin boeren worden bedankt voor de inzet in de afgelopen tien jaar. Dorland: “Het ligt inderdaad niet direct voor de hand om boeren te bedanken, maar in dit geval is dat terecht. Het gaat dan natuurlijk wel om de boeren die voor het Beter Leven-keurmerk hebben gekozen en dus hun steentje hebben bijgedragen aan het diervriendelijker maken van de veehouderij.”

Nog altijd hebben 2500 veehouders in ons land nul sterren. Zij produceren nog op de ouderwetse manier en dan ook vooral voor het buitenland, waar de lat qua dierenwelzijn vaak lager ligt. “Wij lopen als Nederland voorop, maar we zijn nog niet klaar. We moeten doorpakken, want 2500 vind ik nog veel te veel.”

 

. . . . . . . . . . . . .

~~OOOOOOOOOOOOOO~~

 . . . . . . . . . . . . .

Waterkracht kan in potentie halve wereld voorzien van elektriciteit

Waterkracht kan in potentie halve wereld voorzien van elektriciteit

donderdag 21 september 2017

Waterkracht heeft de potentie om bijna de halve wereld te voorzien van elektriciteit, zeggen energiewetenschappers van de Universiteit Utrecht. Maar omdat het potentieel slecht in kaart is gebracht was dit tot op heden nog niet bekend. De onderzoekers publiceerden hun resultaten in het wetenschappelijke tijdschrift Nature Energy.

Waterkracht vertegenwoordigt ongeveer 72 procent van de wereldwijde hernieuwbare elektriciteit en levert op dit moment zestien procent van alle elektriciteit in de wereld. Waterkracht kan, afhankelijk van de locatie, nog veel meer leveren, en dus een mogelijk alternatief vormen voor fossiele brandstoffen. Bovendien is waterkracht zeer flexibel en in staat tot energieopslag en kan daarom een aanvulling zijn op zonne- en windenergie. Desondanks was informatie over potentiële toekomstige waterkracht op wereldniveau in termen van potentieel en kosten veel minder toegankelijk dan voor andere hernieuwbare energiebronnen.

Potentieelschatting slecht toegankelijk

Voorheen kwam de meeste informatie over de wereldwijde bijdrage van waterkracht van enquêtes van nationale overheden. De onderliggende onderzoeksmethode was veelal onbekend en van uiteenlopende kwaliteit. Onderzoekers van de Universiteit Utrecht, het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en Wageningen University & Research hebben dit flink verbeterd met een consistente methodologie die met behulp van zeer hoge resolutiekaarten bijna vier miljoen individuele locaties over de hele wereld evalueert. Op deze manier vonden de onderzoekers 60.000 geschikte locaties die samen, in potentie, 9.49 PWh/jr (petawattuur per jaar) kunnen leveren. Ter vergelijking, het wereldwijde elektriciteitsverbruik in 2016 is ongeveer twintig petawattuur per jaar.

Voor- en nadelen

Voor ontwikkelde regio’s zoals Europa of Noord-Amerika geven de bestaande enquêtes een redelijk beeld van het waterkrachtpotentieel. Maar dit is anders voor ontwikkelingsregio’s, zoals Afrika en Azië, waarvoor vrijwel geen goede gegevens beschikbaar zijn. De Utrechtse onderzoekers laten zien dat er in Afrika, Zuid-Amerika en Azië nog zo’n vijf petawattuur economisch kan worden geproduceerd. Er kleven echter ook nadelen aan waterkracht, zoals voor natuur en broeikasgasemissies. Zo produceren sommige waterreservoirs bijvoorbeeld methaan, wat een negatieve impact heeft op het klimaat. De onderzoekers hebben zich in deze studie alleen gefocust op het energiepotentieel, maar ze menen dat deze nieuwe inzichten waardevol zijn in het vinden van gebalanceerde oplossingen die rekening houden met klimaat, mensen en biodiversiteit.

 

. . . . . . . . . . . . .

~~OOOOOOOOOOOOOO~~

 . . . . . . . . . . . . .

 

Zonnepanelen op het dak van Museon in Den Haag. © ANP

In subsidiegeld wint de zon het nu van de wind

Het Rijk geeft voor het eerst meer steun aan zonne-energieprojecten

Nederland staat een kleine hausse aan zonnepanelen te wachten, afgaand op de subsidies voor duurzame energie die het Rijk heeft uitgedeeld in de eerste helft van dit jaar.

Voor het eerst gaat er meer subsidiegeld naar grote zonnepanelenprojecten dan naar de bouw van windmolens.

Het ministerie van Economische Zaken publiceerde maandag zijn halfjaarlijkse overzicht van de subsidies die onder de Stimuleringsregeling Duurzame Energie (SDE+) zijn verstrekt. Het gaat het om grote zonneparken in velden en om grote projecten op daken van kantoren. Zonnepanelen van particulieren op daken van woningen vallen er niet onder.

Het verzet van omwonenden tegen de vaak enorme windmolens groeit

Het Rijk trok in het eerste half jaar 2,8 miljard euro uit voor zonne-energie (4.400 projecten), tegen 2,2 miljard voor windenergie op land (68 projecten). Windmolens op land ondervinden de laatste tijd veel concurrentie van windmolenparken op zee, die almaar goedkoper worden en inmiddels minder kosten dan landturbines. Bovendien groeit het verzet van omwonenden tegen de vaak enorme windmolens.

Het ministerie kan niet zeggen of dat inderdaad de oorzaken zijn dat wind voor het eerst gepasseerd is door zon. ‘Wij kennen de motieven van de aanvragers niet’, zegt een woordvoerder. Wel stelt In subsidiegeld wint de zon het nu van de windminister Henk Kamp van Economische Zaken dat de kostprijs van technologieën om elektriciteit uit zonlicht op te wekken steeds lager wordt.                               © ANP

14 procent

Als alle 4.400 zonnepanelen-projecten die deze ronde subsidie kregen er over anderhalf jaar liggen, zoals de subsidieregels voorschrijven, leveren ze jaarlijks genoeg stroom voor ongeveer 677 duizend huishoudens.

Met de miljarden van SDE+ hoopt de overheid de doelstelling van 14 procent ‘hernieuwbare’ energie in 2020 te halen. Op dit moment komt 6 procent van de energie die in Nederland wordt opgewekt uit duurzame bron.

In subsidiegeld wint de zon het nu van de wind

© ANP

In de eerste halfjaarlijkse ronde van dit jaar is in totaal 5,8 miljard euro subsidie toegezegd, voor ruim 4.500 projecten (veruit de meeste dus met zonnepanelen). Dat is een ruime verdubbeling ten opzichte van de tweede helft van vorig jaar. Toen kregen 2.200 projecten steun. In de eerste helft van 2016 waren dat er nog minder dan duizend.

Kamp meldde de Tweede Kamer maandag dat er sinds 2008 aan 29.500 projecten subsidie is gegeven. Hiervan is volgens hem inmiddels 24 procent gereed, 62 procent is nog in ontwikkeling en 14 procent heeft de eindstreep niet gehaald.

. . . . . . . . . . . . .

~~OOOOOOOOOOOOOO~~

 . . . . . . . . . . . . .

Warmtepomp maakt warm tapwater zonder aardgas

Warmtepomp maakt warm tapwater zonder aardgas   

De Q-ton warmtapwater warmtepomp maakt 90ºC warm tapwater met de energie uit de buitenlucht, zonder aardgas. Duurzaam Gebouwd-partner Coolmark presenteerde resultaten uit een onderzoek over deze pomp.

Belangrijke resultaten uit het onderzoek zijn dat de Q-ton 54% bespaart op energiekosten, 70% minder CO2 uitstoot en er geen sprake is van gebruik van aardgas. Nieman Raadgevende Ingenieurs en Bureau CRG stelden een gecontroleerde gelijkwaardigheidsverklaring op, zo is vooraf de invloed op de energieprestatie inzichtelijk.

Duurzaam opwekken

De warmtepomp gebruikt voor ongeveer 75% hernieuwbare energie uit de buitenlucht. De 25% hulpenergie kan duurzaam worden opgewekt, uit wind- of zonne-energie. Door de energie om te zetten in heet water is het eenvoudig om energie op te slaan in een opslagtank.

 

. . . . . . . . . . . . .

~~OOOOOOOOOOOOOO~~

 . . . . . . . . . . . . .

Stedin: ‘Nieuwbouwwijk zonder aardgas is goed mogelijk’

04-08-2017 13:29 | Door: Hidde Middelweerd     

Netbeheerder Stedin testte de afgelopen drie jaar een ‘all-electric’-energienet in de Gorinchemse wijk Hoog Dalem. Samen met 42 deelnemende huishoudens werd de combinatie van zonnepanelen, slimme energiesturingssystemen, opslagaccu’s en warmtepompen getest. De conclusie? Een nieuwbouwwijk zonder aardgas is goed mogelijk.

Dat meldt Stedin in een persbericht.

Proeftuin

Stedin wilde met de proeftuin drie vragen beantwoorden:

  • Is het elektriciteitsnet van vandaag opgewassen tegen de energievraag van morgen?
  • Hoe benutten we lokaal opgewekte (zonne)stroom optimaal en welke rol speelt energieopslag hierbij?
  • Hoe beoordelen bewoners de oplossingen die worden ontwikkeld?

David Peters, directeur Strategie & Innovatie van Stedin: “Voor Stedin is proeftuin Hoog Dalem een succes. Op de vooraf gestelde vragen zijn antwoorden gekomen waarmee Stedin verder kan werken aan het creëren van infrastructuren die de energietransitie mogelijk maken.”

Energienet

De pilot wees uit dat de stroomkabels die Stedin tegenwoordig aanlegt in nieuwbouwwijken toekomstbestendig zijn. Ze hebben volgens Stedin voldoende capaciteit om een aardgasloze wijk van de toekomst van energie te voorzien.

Daarnaast verwacht Stedin dat energieopslag een sleutelrol gaat spelen. Slimme sturingssystemen, die bepalen wanneer een accu op- of ontlaadt, zijn hierin belangrijk.

Bewoners

De pilot wees daarnaast uit dat de slagingskans van een project verhoogd wordt wanneer deelnemers echt betrokken worden en kunnen meedenken over het geïmplementeerde energiesysteem.

 

. . . . . . . . . . . . .

~~OOOOOOOOOOOOOO~~

 . . . . . . . . . . . . .

Duurzaam en biologisch voedsel heuse beleggingstrend

Beurs“Biologische voeding is een markt geworden van tientallen miljarden euro’s wereldwijd. Hoe kunnen beleggers inspelen op deze trend?”, schrijft het FD.

De krant ‘ontdekt’ dat de markt voor gezond voedsel, verbouwd met respect voor mens en milieu, ‘hip’ is. Wie zich verheugt op een spannend beleggingsadvies in trendy techfood of spannende startups, komt van een koude kermis thuis. De krant houdt het bij de constatering dat de markt voor ‘duurzaam voedsel’ (dat meer omvat dan alleen biologisch en 8% marktaandeel heeft) in Nederland in 2015 met 12% groeide en een hoog groeitempo vasthoudt.

“Biologisch is de snelst groeiende categorie binnen voedingsmiddelen”, zegt Reginald Watson, analist bij ING. Zijn collega Cedric Lecamp van de Zwitserse vermogensbeheerder Pictet AM ziet het iets breder. “Ongezond eten is een serieuze bedreiging voor onze gezondheid, en bedrijven die daarop inspelen zijn de winnaars van morgen”, zegt hij. Welke dat zijn, mag de belegger nog altijd zelf ontdekken.

Bron: Foodlog

 

. . . . . . . . . . . . .

~~OOOOOOOOOOOOOO~~

 . . . . . . . . . . . . .

© ANP

Zonnepark zo groot als provincie Utrecht kan Nederland voorzien van stroom

Bijna de oppervlakte van de provincie Utrecht of meer dan de helft van Limburg. 35 bij 35 kilometer: dat is de ruimte die nodig is voor een zonnepark om Nederland te voorzien van de hoeveelheid stroom die nu wordt gebruikt, zegt hoogleraar zonne-energie Wim Sinke.

Tesla-baas en ondernemer Elon Musk roept het al jaren, en afgelopen weekeinde weer op een bijeenkomst met Amerikaanse gouverneurs: ‘slechts’ 160 bij 160 kilometer is nodig om de volledige Verenigde Staten te voorzien van zonnestroom, plus nog eens een paar vierkante kilometer voor accu’s. Het is een gigantische lap grond, maar een stipje op de landkaart. Bijvoorbeeld een hoekje van Texas, waar de zon vaak schijnt.

Nederland heeft natuurlijk minder elektriciteit nodig dan de VS, maar verhoudingsgewijs heeft ons land meer ruimte nodig. ,,In Texas levert de zon twee tot drie keer meer elektriciteit op dan in Nederland en de verschillen tussen zomer en winter zijn groter, waardoor hier seizoensopslag nodig is”, legt Wim Sinke (61) uit, naast hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam werkzaam voor ECN Solar Energy.

Zonnepanelendak

De prijzen van zonnepanelen zijn spectaculair gedaald en het rendement gestegen, waardoor steeds minder ruimte nodig is.

Wim Sinke

,,Men denkt vaak dat zonne-energie oppervlakteverslindend is, maar geschikte ruimte is overal te vinden en niet de beperkende factor.” Eén gigantisch veld ter grootte van de helft van Limburg is dan ook geen logische optie, aldus de hoogleraar die de oppervlakte van 35 bij 35 kilometer ter illustratie noemt, net als Elon Musk.

Musk ziet het liefst dat Amerikanen zijn nieuwe zonnepanelendak massaal gaan gebruiken. Als er alleen zonnepanelen op daken worden gelegd, in optimale richting, is volgens Sinke in Nederland een oppervlakte van 25 bij 25 vierkante kilometer al voldoende. ,,In een veld moet er ruimte zitten tussen de panelen, om schaduw te voorkomen en erbij te kunnen.”

Aantrekkelijk

Wat wél een beperkende factor kan worden volgens Sinke, is het draagvlak in de samenleving. ,,Het moet zodanig zijn dat mensen zonnepanelen aantrekkelijk vinden.” Maar als het aan hem ligt, kan de overgang naar zonne-energie niet snel genoeg gaan. Al denkt hij dat in Nederland een mix met windenergie de toekomst is. ,,De technologische ontwikkelingen gaan zeer hard. De prijzen van zonnepanelen zijn spectaculair gedaald en het rendement gestegen, waardoor steeds minder ruimte nodig is. En dat gaat nog wel even door zo.”

In Nederland verschijnen al steeds meer zonneparken. Met een vermogen van 30 megawatt is de grootste die bij Delfzijl, goed voor het verbruik van zo’n 10.000 huishoudens.


 

. . . . . . . . . . . . .

~~OOOOOOOOOOOOOO~~

 . . . . . . . . . . . . .

   Foto: Leo Gensen

‘Het grootste probleem voor de bij in Nederland is het gebrek aan biodiversiteit’

Gepubliceerd: 07 juli 2017 12:5607-07-17 12:56Laatste update: 10 juli 2017 10:3010-07-17 10:30

“Het is een lastig beroep”, vertelt beroepsimker Leo Gensen van Het Bijenhuis in deze editie van In de Praktijk. “Je kunt niet je geld verdienen met alleen het oogsten van honing of alleen bestuiving, een combinatie van activiteiten is noodzakelijk voor een gezond bedrijf.”

Bijen worden wereldwijd bedreigd, dit gegeven leidde de laatste jaren tot meer aandacht voor het belang van het beestje. “Het aantal hobbyimkers groeit, daarvan zijn er zeker tienduizend in Nederland. Maar het aantal mensen dat bijen professioneel houdt en er voor hun inkomen volledig van afhankelijk is? Met een stuk of vijfentwintig is het wel gedaan.”

Hoe ben je in het vak gerold?

“Mijn vader was een hobbyimker. Ik moest hem regelmatig helpen en eigenlijk vond ik er niks aan. Toen mijn moeder ziek werd en mijn vader voor haar moest zorgen kwam de imkerij meer op mijn schouders terecht en kreeg ik er meer lol in. In het begin onderhield ik de bijen naast mijn baan als technisch adviseur, maar één bijenvolk werden er twee, drie en meer. In 2009 maakte ik de stap naar fulltime ondernemen. In één bijenvolk zitten trouwens wel vijftig- tot zestigduizend bijen. En natuurlijk een koningin.”

Wat doe je om je bedrijf gezond te houden?

“Met Het Bijenhuis telen we bijenvolken en organiseren we bestuiving voor bedrijven in de groente- en fruitteelt. Zowel in het open veld, zoals bij appels en peren, als in de kas bij onder meer aardbeien, courgettes en aubergines. Bij zo’n beetje alles dat op ons bordje komt is een bij betrokken. Daarnaast geef ik les over bijenteelt en verkopen we onze eigen honing: HNYB (“honey bee”). In totaal levert dat ons een jaaromzet van rond de acht ton op, maar wij zijn dan ook wel gelijk een van de grootste imkerijen in Nederland.

Met onze honing richten we ons ook specifiek op de Islamitische markt. Nederlanders vinden honing lekker in de thee of op een pannenkoek, maar in veel Arabische landen wordt honing gezien als geneesmiddel. We verkopen veel aan Islamitische speciaalzaken. Bijzonder aan HNBY is dat het zogenoemde ‘koud geslingerde’ honing is. Honing in de supermarkt wordt verhit om het langer houdbaar te maken. Hiermee gaan helaas ook veel enzymen en mineralen verloren die er bij ons in blijven zitten, omdat we de honing niet behandelen.”

Waarom is jouw vak een lastig beroep?

“Om als beroepsimker te overleven in Nederland moet je een combinatie van activiteiten maken, omdat één activiteit onvoldoende omzet oplevert om de broek op te houden. Je moet weten dat een bij enorm veel moeite moet doen om zijn kostje bij elkaar te scharrelen. Het feit dat bijen bedreigd worden, wordt vaak verklaard door het gebruik van bestrijdingsmiddelen, maar dit is maar een deel van het probleem.

Het grootste probleem voor de bij is het gebrek aan biodiversiteit. Zeker in een land als Nederland. Ons land is te veel een monocultuur, er is een gebrek aan diversiteit in planten en bloemen en dus een gebrek aan gevarieerd voedsel voor de bij. En dan wordt je sneller ziek. Veel imkers voeden hun bijen bij met suikerwater, maar erg voedzaam is dat ook niet. Zet mij maar eens op een dieet van alleen hamburgers, dat is ook niet goed.

Als imker moet je daarom heel hard je best doen om je bijen vitaal te houden. Wij reizen met onze bijenvolken bijvoorbeeld naar Duitsland om ze de ruimte te geven om hun eten te verzamelen. Hiervoor heb je ook allerlei vergunningen nodig van instanties. In een busje met zo’n 250 bijenvolken (meer dan twaalf miljoen bijen) rijden we naar een open veld waar ze een paar uur rondvliegen. En ja, ze komen allemaal weer terug.”

Wat kunnen we in Nederland doen om bijen te helpen?

“Ik maak me persoonlijk hard voor de bij door het gesprek aan te gaan met overheidsinstanties en bedrijven. Kennisoverdracht is enorm belangrijk. Ook kunnen we ons gezamenlijk inzetten voor het verbeteren van de biodiversiteit. Tegen ‘gewone mensen’, en ook allen die dit weekend onze zaak bezoeken, zeg ik: kijk eens naar je tuin. Is deze insectvriendelijk? Je hoeft echt geen bijen te gaan houden, maar plant eens wat vaker bloemen en haal eens wat van die tegels weg. Dat geeft hommels, bijen, vlinders en andere beestjes die belangrijk zijn voor ons voortbestaan meer ruimte.”

 

. . . . . . . . . . . . .

~~OOOOOOOOOOOOOO~~

 . . . . . . . . . . . . . 

Groeien groenten straks langs de muur?

Op de testwand van de ‘Bayerische Landesanstalt für Weinbau und Gartenbau’ (LWG) in Veitshöcheim groeien groenten sinds woensdag 31 mei 2017 in de ware zin van het woord in de hoogte – en dan niet vanuit de grond omhoog, maar van boven naar beneden langs een muur. Met het pilotproject ‘Gemüsefassade’ (groentengevel) wil men testen of de tegenwoordig reeds gebruikte systeemoplossingen met beplante voorgevels, ook voor de groententeelt geschikt zijn. De vier testwanden met elk een teeltoppervlak van circa 6 m² zullen daarbij gedurende een periode van twee jaar getest worden op hun geschiktheid voor de praktijk.


Op de foto ziet men het afvoersysteem aan de onderkant van de testmuren. Hierdoor gaat het overtollige water niet verloren, maar wordt weer toegevoerd in het systeem voor de volgende keer gieten. Foto:  Bayerische Landesanstalt für Weinbau und Gartenbau, Veitshöchheim

Testmuur
Op een meer dan 20 meter lange muur op de LWG-campus in Veitshöchheim werden voor de test vier verschillende systeemoplossingen voor de begroeiing van de gevels geïnstalleerd, onderverdeeld in vier afzonderlijke testoppervlakken. “De systemen werden reeds succesvol ingezet bij de gevelbeplanting met vaste planten en sierplanten ingezet. “Ons doel is echter om de systemen ook te testen op de geschiktheid voor de groententeelt”, legt Florian Demling uit. De Bachelor of Science voor tuinbouw die zich bij de LWG bezighoudt met bouw en vegetatietechniek, leidt de test. Het doel van het Beierse onderzoeksproject is om de mogelijkheden van dak- en gevelbeplanting in het kader van ‘Urban Gardenings’ te onderzoeken, oftewel de teelt van groenten en fruit in steden.


Testleider Florian Demling naast één van de systemen. Foto: Bayerische Landesanstalt für Weinbau und Gartenbau, Veitshöchheim

De muur komt tot leven – de test begint
Bij het planten en zaaien op 31 mei 2017 werden in totaal 392 slaplanten en 196 aardbeienplanten geplant evenals 196 sperziebonen gezaaid. Daarmee is een levendige muur ontstaan – de ‘Living Wall’. De keuze voor de planten is bewust gemaakt want sla, bonen en aardbeien stellen soortgelijke eisen aan bemesting en bewatering.

Nu begint voor Florian Demling het echte werk. “In het middelpunt van de test staat de individuele plantontwikkeling”, legt hij uit. De vitaliteit van de planten wordt regelmatig gecontroleerd, en daarnaast is vooral het eindresultaat, oftewel de uitval bij de oogst, belangrijk voor de totale beoordeling. Uiteindelijk moet zo vast worden gesteld welk systeem het beste geaccepteerd wordt door de planten.

Publicatiedatum: 22-6-2017

. . . . . . . . . . . . .

~~OOOOOOOOOOOOOO~~

 . . . . . . . . . . . . . 

 

Kleinschalige Nederlandse bierbrouwerijen sterk in opkomst

Nederlanders zijn het afgelopen decennium fanatieke bierbrouwers geworden. Op steeds meer plaatsen zien we kleinschalige brouwerijen van het welbekende gerstenat opduiken. Het aantal bierbrouwerijen in Nederland is in tien jaar ruim verviervoudigd, van 90 in 2007 tot 370 in 2017. Het zijn vooral eenmansbedrijven die erbij zijn gekomen. De grootste groei vond plaats in Amsterdam. Waar bierbrouwen in het verleden vooral een Brabantse en Limburgse aangelegenheid was, zie we nu de meeste meer brouwerijen in Noord-Holland.

 Vooral eenmanszaken

Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) op basis van recente cijfers over bedrijfsvestigingen in Nederland. Bij 270 van de 370 brouwerijen is één persoon werkzaam. Het aantal kleine bierbrouwerijen verzesvoudigde daarmee ruim, van 40 in 2007 tot 270 in 2017. Het aantal bierbrouwerijen waar twee tot vijf mensen werken groeide ook, maar veel minder hard, van 20 naar 60. Het aantal grote brouwerijen met vijf of meer werkzame personen nam toe van 25 tot 35.

Hollandse aangelegenheid

In 2007 stonden de meeste bierbrouwerijen in Limburg en Noord-Brabant. Tegenwoordig heeft Noord-Holland met afstand de meeste brouwerijen, te weten 95. Daarna volgen Noord-Brabant en Zuid-Holland. Tien jaar geleden had Noord-Holland niet meer dan tien brouwerijen.

Bijna de helft van de brouwerijen in Noord-Holland is gevestigd in Amsterdam. Met 45 brouwerijen is Amsterdam ook wat bierbrouwerijen betreft de hoofdstad. De stad herbergt bijna evenveel brouwerijen als Flevoland, Drenthe, Zeeland, Groningen en Friesland samen. Op gepaste afstand van Amsterdam volgen Den Haag, Rotterdam en Utrecht, elk met tien brouwerijen. In 2007 had Amsterdam slechts vijf bierbrouwerijen.

Grotere brouwerijen

Ook als het aantal eenmansbrouwerijen niet wordt meegeteld staat Noord-Holland bovenaan de lijst met de meeste brouwerijen met twee of meer werkzame personen: 30. Dat is meer dan de 15 in Noord-Brabant. Utrecht en Zuid-Holland hebben opvallend veel kleine brouwerijen en zakken weg in de rangschikking als eenmanszaken niet worden meegeteld. Als alleen wordt gekeken naar bierbrouwerijen met vijf of meer werkzame personen dan staat Noord-Holland samen met Noord-Brabant bovenaan. Limburg stijgt dan naar een derde plek.

Bron: CustomerTalk

. . . . . . . . …. .

 

~~OOOOOOOOOOOOOO~~

 . . . . . . . . . . . . . 

  

24/05/2017

Zeven nieuwe projecten van start voor Kas als Energiebron

Voor het programma Kas als Energiebron zijn recent 7 projectvoorstellen goedgekeurd door het ministerie van Economische Zaken en LTO Glaskracht Nederland, op advies van de Ondernemersgroep Kas als Energiebron. De voorstellen zijn een selectie uit ruim 30 ingediende projectideeën.

Het betreft de projecten:

  • Schermen voor een optimaal duurzame aardbeienteelt
  • Phalaenopsis met minimale input: CO2, licht en vocht naar gewasbehoefte
  • Chrysant in balans
  • Praktijkproef hybride belichting alstroemeria
  • Klimaat sturen op inhoud blad
  • Ondersteuning WKK en bio-energie 2017
  • CO2 Smart Grid

Het programma Kas als Energiebron is een samenwerkingsprogramma van het bedrijfsleven en de overheid om de verduurzaming op energiegebied mogelijk te maken. Het totale programma wordt door beide partijen gefinancierd.

Zie voor meer informatie per project de site van Kas als Energiebron.

bron: Kas als Energiebron, 23/05/17

. . . . . . . . …. .

 

~~OOOOOOOOOOOOOO~~

 . . . . . . . . . . . . . 

 

Fairf: ‘Wij leveren duurzame verf op maat direct aan de consument’

“Dat kan beter”, dacht Laurens van Dort op het moment dat hij verf ging kopen bij de lokale bouwmarkt. Als industrieel ontwerper met de richting ‘strategic product design’ heeft hij geleerd om te denken in het opzetten van startups waarmee traditionele sectoren kunnen worden geïnnoveerd. Zijn bezoek aan de bouwmarkt resulteerde uiteindelijk in de oprichting van Fairf.

“Een duurzaam verfbedrijf dat zich helemaal richt op consumenten. Een nieuw merk in de NL markt.” Fairf maakt zelf geen verf, die komt van partner Baril Coatings. Fairf richt zich volledig op de interface: de manier waarop je verf aankoopt.  “Dat hele proces is niet gebouwd voor de moderne consument die van alle gemakken is voorzien”, aldus Van Dort tegen Top Names.

Het hele interview:  https://youtu.be/phMVFqw31ZU

Egbert van KeulenEmerce       Interview9 mei 2017 – 09:25

. . . . . . . . …. .

 

~~OOOOOOOOOOOOOO~~

 . . . . . . . . . . . . . 

Advies op maat over duurzame warmte

ISDE

De nieuwe website duurzamewarmte.nl helpt huiseigenaren bij het kiezen van de juiste duurzame warmtetechniek. Hier staat alle informatie op over warmtetechnieken, de kosten en de besparing die het oplevert.

Met een handige tool kan iedereen advies op maat krijgen en informatie over betrouwbare leveranciers en beschikbare subsidie.

Duurzamewarmte.nl helpt huiseigenaren op weg

Iedereen kan zijn of haar huis op een duurzame manier verwarmen en van warm water voorzien. Dat kan met zonneboilers, warmtepompen, biomassaketels of pelletkachels.

Huiseigenaren weten vaak niet hoe deze technieken precies werken. Op duurzamewarmte.nl vindt u alle informatie op een rijtje.

ISDE maakt keuze duurzame warmte aantrekkelijker

De Investeringssubsidie duurzame energie (ISDE) maakt het voor huiseigenaren en bedrijven extra aantrekkelijk om te kiezen voor duurzame warmte. Huiseigenaren kunnen een aanzienlijke financiële vergoeding krijgen voor de aanschaf van: zonneboilers, warmtepompen, biomassaketels en pelletkachels. De hoogte hangt af van het type installatie.

Initiatiefnemers

Duurzamewarmte.nl kwam tot stand via een unieke samenwerking tussen bijna 20 leveranciers, meerdere brancheorganisaties, overheid en maatschappelijke organisaties. De site komt voort uit het Energieakkoord voor duurzame energie. .

. . . . . . . . . .

 

~~OOOOOOOOOOOOOO~~

 . . . . . . . . . . . . . 

24/04/2017

Nestlé wil via het merk Maggi het vleesgebruik beperken en de groenteconsumptie stimuleren

Nestlé heeft in maaltijdmixen van het merk Maggi de receptuur aangepast van 150 naar 200 gram groenten per persoon per avondmaaltijd. De extra 50 gram groenten in het recept moeten in plaats komen van 50 gram vlees per verpakking. Op jaarbasis zou dat er voor moeten zorgen dat er in de Nederlandse huishoudens 840.000 kilo meer groenten wordt gegeten en 280.000 kilo minder vlees. De nieuwe verpakkingen liggen vanaf week 38 in de schappen van de supermarkt.

Nestlé werkt al meer dan 10 jaar aan verbetering van de Maggi-producten. Het bedrijf heeft zich gecommitteerd aan de maximale dagelijkse zoutinname van 5 gram in 2025, volgens de richtlijn van de Wereldgezondheidsorganisatie. In 2020 zal dit al voor 80% van de producten gelden en het is nu al zo bij 57% van de producten in het huidig Nederlandse portfolio. Verder wordt gestreefd naar een keuze voor simpelere ingrediëntenlijsten. Op dit moment geldt dit wereldwijd al voor 16%, in Europa voor 25% en in Nederland voor 28% van de producten. In 2020 is het streven 100% te hebben aangepast.

bron: Nestlé Nederland, 21/04/17                            Copyright ©2017 AgriHolland B.V.. . . . . . . . . . . .

 

~~OOOOOOOOOOOOOO~~

 . . . . . . . . . . . . .

 

Meer warmtegevoelige fietsstoplichten in Rotterdam

Een proef in Rotterdam met een fietsstoplicht dat reageert op lichaamswarmte heeft zoveel succes, dat de stad meer van deze stoplichten op drukke kruispunten wil plaatsen. Als een sensor in het stoplicht ‘voelt’ dat er veel fietsers voor het stoplicht staan te wachten, dan staat het langer en vaker op groen, zodat de fietsersfile verdwijnt.

Het eerste stoplicht met warmtesensor werd in september vorig jaar geïnstalleerd op het drukke Churchillplein in hartje Rotterdam. Tijdens de spits moesten fietsers daar soms wel 2 minuten wachten op groen licht. Hierdoor ontstonden opstoppingen waardoor fietsers de weg versperden voor andere weggebruikers op het kruispunt. Om de doorstroming te verbeteren introduceerde de gemeente daarom het warmtegevoelige stoplicht. Het experiment is onderdeel van een gemeentelijk beleidsplan om van Rotterdam een fietsstad te maken. Het warmtegevoelige stoplicht op het Churchillplein was het eerste in zijn soort in heel Nederland, meldt een woordvoerder van de gemeente.

Hoe werkt het
De warmtesensoren zijn kleine bolletjes bovenop het stoplicht, die alleen tijdens de verkeersspits in werking treden. Buiten de spits gaan de stoplichten over op hun normale stand. De sensoren detecteren de lichaamswarmte van wachtende fietsers. Als er ongeveer tien mensen voor het stoplicht staan, geven de sensoren een signaal af waardoor het stoplicht eerder groen licht geeft. Als het stoplicht op groen staat en er nog meer mensen aan komen fietsen, registreert de warmtesensor dat ook en blijft het stoplicht wat langer groen.

Het stoplicht moest de wachttijden voor fietsers met 30 tot 50 procent terugbrengen. Dat is gelukt. Tijdens de ochtendspits slonk de wachttijd  van 98 naar 67 seconden, in de avondspits liep het oponthoud nog meer terug. Fietsers moesten voorheen gemiddeld 100 seconden wachten. Bij het sensitieve stoplicht hoeven ze nog maar 63 seconden geduld te oefenen.

Regensensoren
Rotterdam experimenteert ook met andere gevoelige stoplichten. De stad telt twee stoplichten met regensensoren. Deze kunnen ‘voelen’ of het regent en zorgen ervoor dat het stoplicht tijdens een regenbui sneller op groen springt. Op een fietspad bij de Erasmusbrug installeert de stad volgende week een tweede ‘groenvoorspeller’. Op 50 meter van het stoplicht ligt daar een detectielus onder het fietspad die het stoplicht waarschuwt zodra er een fietser overheen rijdt. Het stoplicht blijft daardoor een paar seconden langer groen, zodat de fietser kan doorrijden.

Hoeveel van dit soort slimme stoplichten er uiteindelijk in de stad komen, durft de gemeentewoordvoerder niet te zeggen. ‘Het is maatwerk. We moeten kijken welke kruispunten problemen opleveren voor de fietser en daar ons beleid op aanpassen.’

. . . . . . . . . . . .

 

~~OOOOOOOOOOOOOO~~

 . . . . . . . . . . . . .